“Het hoofd valt direct op. Het is van alle kanten bezien rond.”
Trots beschrijft Birgit Sluiter zo het uiterlijk van de mopshond, in een publicatie van rasvereniging Commedia.
Trots zijn de baasjes, wanneer ze met hun gerimpelde tonnetje op poten aan de wandel zijn. Dat de hond aan het knorren is merken ze niet meer op, “dat hoort erbij”, zeggen ze.
De conchae in de neus totaal verdrukt, een feit bij elke extreem brachycephale hond. Er is immers geen spraken van aplasie van de interne neusstructuren. Alles is er, behalve één ding; ruimte. Dan spreek ik nog niet eens over de vele kneusjes met vernauwde neusgaten, te lange zachte gehemeltes, neusrimpels die over de halfdichte nares hangen en daarbij ook nog in de puilogen prikken. Heb ik alles genoemd? Nee, bij lange na niet.
Dat kleine, kortsnuitige (of eerder snuitloze) hondje in het park. Het is een beeld van alledag, we kijken er niet meer van op, niet eens een beetje. Genormaliseerd, volledig.
Maar als we nou eens een ‘gewoon’ ras even dezelfde kenmerken geven, dan schrikt het grootste deel van de mensen zich toch wel even een hoedje. Diep van binnen realiseren we ons nog wel dat dit niet normaal is, sterker nog, het is een schande;

Laat dit een eye-opener zijn..
Zelf zie ik een hond natuurlijk liever zo:



Reageren






In a 








