"
Ja, maar zo kun je dus leren om de vertaalslag te maken. Als je weet waar de geurbronnen liggen, kun je ook versimpeling van je interpretatie van gedrag voorkomen.
Anaalklieren, klieren op het lichaam (daarom borstelt een hond, legt die klieren bloot voor optimale geuroverdracht), pootjes (zweet) kwijl...etc.
Dus "blij" want hij kwispelt "bang" want hij heeft zijn staart laag, "opgewonden" want hij hijgt...etc, geven dan kans voor verdieping.
Is de hond blij of deelt hij volop geurtjes met de omgeving? (en hoe reageren andere honden daarop?)
Is de hond bang of is hij dermate geconcentreerd dat hij nu niet wil communiceren?
Is hij opgewonden of hijgt hij voor optimale geuropname (orgaan van Jacobsen)?
Vanuit die verdieping ontstaat een heel ander plaatje, met veel meer detail, van je hond. Dat maakt je handelen weer des te meer toegepast op je hond. Ik zou ook kunnen denken, wat een geschifte andere hond die steeds naar mijn hond uitvalt. In plaatst daarvan zie ik nu de contributie van mijn eigen hond daarin...en dat heeft ie niet te doen op straat
"