Wat ik in de praktijk merk is dat de 'rangorderegels' goede houvast is voor mensen die problemen hebben met hun hond. Omdat je grenzen gaat stellen, die de hond ook begrijpt.
Bij wolven en honden draait heel veel om respect voor elkaar. (wij zouden er nog wat van kunnen leren) (wilde) Honden en wolven die in een roedel leven hebben elkaar, ieder lid van de roedel, heel hard nodig.
De hond of wolf die zich het best heeft aangepast aan de omgeving is de leider van de roedel. Dat leiderschap krijgt hij omdat hij gewoon de beste is voor die taak. De leider zorgt voor drie hele belangrijke dingen: veiligheid, voedsel en voortplanting van de soort. Zijn genen zijn de beste genen voor die omgeving en dus is hij/zij de enige die zich voortplant. Zo krijg je de beste nakomelingen.
Een leider, is geen leider als hij in zijn eentje is. Kortom, hij moet wat aan te sturen hebben. Wolven (en wilde hondenroedels) kennen een lineaire rangorde, wat wil zeggen dat je wolf 1 hebt, wolf 2 daar direct onder, wolf 3 daar direct onder, tot een roedel van zes of zeven meestal.
Meesta is wolf 2 heel goed aangepast aan zijn omgeving, sterk, goed in staat eten te vinden, goede genen, maar niet zo goed als wolf 1. Zo vormt zich een structuur. De laagsten in rang, zouden nooit overleven zonder de hogere in rang. Ze zijn gewoon zelf niet in staat om voldoende voedsel en veiligheid te garanderen.
De hoger geplaatste honden/wolven hebben elkaar nodig, want in je eentje kan je niet op tegen een andere roedel en niet op groot wild jagen, laat staan je voortplanten..
Ook hebben zij de lagere in rang nodig. Want wie zorgt er voor de kids als ze uit jagen zijn? En de lagere in rang werkt ook vaak als 'bliksemafleider' als er spanning ontstaat tussen hogere in rang. Hogere in rang kun je dus soms hun frustratie zien botvieren op een lagere in rang. Zo hebben ze elkaar nodig.
De hogere in rang, zijn dus belangrijk voor voedsel en veiligheid, daarom liggen ze op de beste plekken. Ook domweg omdat ze sterk genoeg zijn om voor zichzelf de beste plek op te eisen. Daarom eten ze ook vaak als eerst, ze hebben het meest de energie nodig om weer te kunnen jagen en ze zijn sterk, dus ga je het gevecht als lagere in rang niet graag aan. Al zie je dat weleens als er schaarste is in voedsel.
De pups verblijven in eerste instantie in een door de wolf gegraven hol. Of in een door de hond uitgekozen beschutte plek. Er zijn overigens ook wilde honden die een hol graven.
Ze graven meerdere holen. Eentje om in te bevallen. Na de bevalling halen de wolven/honden de pups daar meteen weg. Die plek ruikt naar bloed en trekt daarom roofdieren aan.
Mocht de moeder denken dat er ander gevaar heerst, dan zal ze weer een ander hol opzoeken, daarom heeft ze er een paar achter de hand.
Daar groeien de pups op, met een week of vier/vijf komen ze voor het eerst buiten, maar blijven in de buurt van het hol. Tantes en ooms gaan voor de pups zorgen als ze geen melk meer nodig hebben en braken dan hun eten voor hen uit.
Wanneer ze echt bij de roedel gaan slapen zijn ze oud genoeg om te kunnen meelopen met de roedel en mee vluchten met de roedel wanneer nodig. Ze slapen bij hun moeder in de buurt. Vaak hebben de kinderen van het 'alphapaar' later ook een hogere status in de roedel. Mocht een pup niet goed mee kunnen komen, dan gaat hij of dood, of hij groeit wel op, maar blijft op een lage rang hangen.
Onze huishond heeft alleen ons nodig om brokjes in de bak te doen. Voortplanting regelen wij mensen ook. We zijn dus ook verantwoordelijk voor de veiligheid.
Want kom je als wilde hond/wolf eens in de zoveel tijd een rivaliserende roedel tegen, of een roofdier, hier woont er eentje naast je.. en in het park zie je er soms tien op een dag... Fijn dus als je daar niet bang voor hoeft te zijn.
Een stabiele hond, groeit dus uit tot een hond die je vaak zonder enig probleem op de bank kan laten, eerder te eten kan geven, voor je de deur uit kan laten gaan enzovoorts.
Het gaat om de niet stabiele, vaak waar de oorsprong in angst ligt, waar het mis gaat. Dit zijn geen 'dominante' honden, maar juist onzekere honden, die niet het vertrouwen hebben in de baas, maar in niemand, of alleen in zichzelf.
Zelf hebben ze voor hun gevoel dus die taak van beschermer. (voedsel en voortplanting is in onze huishoudens niet relevant)
En dan komen de problemen. De hond probeert zekerheid te krijgen en gromt dus als je hem van de bank wil zetten. Hij sleurt je de deur uit enzovoorts.
Die honden hebben het nodig om aan alles te zien, dat wij als mens degene zijn die de leiding hebben. Dat wij op de beste plekjes liggen, dat wij als eerst eten, dat wij als eerst een nieuwe buurt verkennen (dus als eerst door de deur heengaan). Pas als die hond al die tekenen ziet, en merkt dat hij veilig is bij zijn baas, dan zal er een zware last van zijn schoudertjes vallen. Je ziet een grommerig druk hondje, dan veranderen in een vrolijke onbezorgde hond.
Dan heb je honden die gewoon vinden dat wij niet goed genoeg zijn als leider en dat zij dat veel beter kunnen. Die honden dwingen dat af met agressie. In een hondenroedel hadden ze vanaf de eerste poging al duidelijk te verstaan gekregen welke plek ze hebben.
Deze honden accepteren vaak wel een correctie van een hond, maar niet van mensen.
Door middel van agressie proberen ze hun baasjes in 'toom' te houden.
Ook dan zijn duidelijke regels belangrijk.
Groetjes, Margje