Te vinden op Facebook, Nederlandse Schnauzer Club:
Een heel verhaal maar het lezen meer dan waard, ook voor “hobbyfokkers” die buiten de Rasvereniging om fokken!
Met dank aan de Taskforce Gezondheid
Het AV-besluit van 6 december 2025, waardoor moet worden gecontroleerd of er conform het
bepaalde in de Wet dieren en het Besluit houders van dieren is gefokt voordat er stambomen
afgegeven worden, heeft onrust veroorzaakt onder fokkers. In dit artikel proberen we antwoorden te
geven op de geluiden die we horen.
Wat voorafging…
Sinds 1 januari 2025 is het beleid van kracht dat geen stambomen worden afgegeven aan nesten die
niet voldoen aan de Nederlandse wetgeving op het gebied van gezondheid en welzijn van honden.
Vanaf die datum zijn fokkers verplicht om bij de dekaangifte een verklaring af te leggen (het 'vinkje')
dat de voorgenomen combinatie voldoet aan de toepasselijke wet- en regelgeving. Deze verklaring
luidt als volgt:
"Hierbij verklaar ik dat ik met het fokken met de bij deze (dek)aangifte opgegeven ouderdieren voldoe
aan de wettelijke regels en daarop gebaseerde uitvoeringsvoorschriften op het gebied van de
gezondheid en het welzijn van honden."
Indien de verklaring niet aangevinkt wordt, dan kan de dekaangifte niet worden afgerond met als
gevolg dat voor dat nest geen stambomen worden afgegeven.
Geen controle
Er werd echter niet gecontroleerd of de aangevinkte verklaring klopte. Zo kon het gebeuren dat de
database van de Raad van Beheer uitslagen van uitgevoerde screeningsonderzoeken bevatte waaruit
expliciet bleek dat werd gefokt met ernstige vormen van heup- of elleboogdysplasie, patella luxatie
en erfelijke oogafwijkingen waarvan de ECVO zegt: niet mee fokken (bijv. niet-congenitale corticale
cataract en MPP-lens).
Het systeem van de Raad van Beheer detecteert uitsluitend overtredingen van het Basisreglement
Welzijn en Gezondheid (bijv. 12-maanden regel of het fokken met te jonge of te oude dieren). Het
Tuchtcollege attendeerde de Raad van Beheer hier in januari 2022 al op in een zaak waar een fokker
werd verweten te hebben gefokt met een reu die aantoonbaar lijdt aan aandoeningen (cataract (niet-
congenitaal) en distichiasis/ectopische cilie) die de gezondheid en het welzijn van de hond en/of de
nakomingen ernstig in gevaar kunnen brengen.
Het Tuchtcollege oordeelde in deze zaak als volgt:
Het mag duidelijk zijn dat bovenstaande oogziekten een erfelijke basis kennen en het hierdoor een
fokuitsluitende aandoening betreft zoals is bedoeld in artikel VI.3 lid 3 KR.
Hoewel het hem niet van zijn verantwoordelijkheid ontslaat, is het Tuchtcollege van mening dat
beklaagde een punt heeft als hij aangeeft dat het voor een fokker een uitkomst zou zijn, als die in een
zo vroeg mogelijk stadium via de Raad van Beheer weet of er met een hond wel of niet (meer) gefokt
mag worden.
Tijdens de zitting erkende de Raad van Beheer dat als een ECVO-uitslag aangeeft dat er met een
bepaalde hond niet gefokt mag worden, hier geen automatische melding in het systeem op volgt, iets
dat bij een overtreding van de Basisreglement Welzijn en Gezondheid wel gebeurt.
Helaas heeft de Raad van Beheer het advies van het Tuchtcollege nog niet opgevolgd.
Fokverboden
De wetgever verbiedt vanaf 1 januari 2013 het fokken met dieren die beschikken over een bepaalde
aandoening die, of een uiterlijk kenmerk dat, de gezondheid of het welzijn van het dier of de
nakomelingen van het dier kan aantasten (artikel 2.6 Wet dieren).
Sinds 1 mei 2013 is in het KR het verbod opgenomen om met honden te fokken die aantoonbaar
lijden aan een of meer aandoeningen die de gezondheid en het welzijn van de hond of zijn
nakomelingen ernstig in gevaar kan brengen (voorheen artikel VI.23 lid D, nu artikel VI.3 lid 3).
Vanaf 1 juli 2014 geldt het Besluit houders van dieren. Artikel 3.4 is van belang en geeft regels over de
fokkerij. In lid 1 lezen we dat het verboden is om te fokken op een manier waarop het welzijn of de
gezondheid van het ouderdier of de nakomelingen wordt benadeeld.
In het tweede lid is o.a. bepaald dat bij het fokken voor zover mogelijk voorkomen moet worden dat:
• ernstige erfelijke afwijkingen en ziekten worden doorgegeven aan of kunnen ontstaan bij
nakomelingen;
• uiterlijke kenmerken worden doorgegeven aan of kunnen ontstaan bij nakomelingen die
schadelijke gevolgen hebben voor welzijn of gezondheid van de dieren;
• ernstige gedragsafwijkingen worden doorgegeven aan of kunnen ontstaan bij nakomelingen.
Het KR verbod is vrijwel hetzelfde als die in de Wet dieren en het Besluit houders van dieren. Als het
Tuchtcollege vaststelt dat artikel VI.3 lid 3 KR is overtreden, dan is dus ook de wet overtreden.
Conclusie: Al deze bepalingen zeggen hetzelfde: (ernstige) erfelijke afwijkingen en ziekten mogen
niet worden doorgegeven.
Initiatiefvoorstel
Met het streven naar het fokken van gezonde honden en om recht te doen aan het per 1 januari 2025
ingevoerde beleid dat geen stambomen worden afgegeven aan nesten die niet voldoen aan de
Nederlandse wetgeving op het gebied van gezondheid en welzijn van honden is voor de AV van de
RvB op 6 december 2025 een initiatiefvoorstel ingediend. De AV heeft dit voorstel aangenomen,
waarmee het bestuur van de Raad van Beheer de opdracht kreeg met ingang van 1 januari 2026, al
dan niet handmatig, te controleren of er inderdaad conform het bepaalde in de Wet dieren en het
Besluit houders van dieren is gefokt, voordat er stambomen afgegeven worden.
Op basis van deze opdracht heeft het bestuur op 30 december 2025 gecommuniceerd dat voor
nesten waarvoor vanaf 1 januari 2026 stambomen worden afgegeven, de bekende uitslagen van de
uitgevoerde screeningsonderzoeken worden gecontroleerd. Als daaruit blijkt dat een ouderdier een
slechte uitslag heeft, krijgen de nakomelingen geen stambomen. Het om de volgende aandoeningen:
• Heupdysplasie HD-D en HD-E;
• Elleboogdysplasie ED II en ED III;
• Patella luxatie graad 2 en hoger;
• ECVO-oogaandoeningen met het fokadvies “no breeding from the affected animal”;
• Cochleaire doofheid.
Inspanningsverplichting
De Wet dieren kent een inspanningsverplichting voor fokkers. Om aan hun inspanningsverplichting te
voldoen moeten fokkers, en zeker fokkers van rassen waarbij bekend is dat er bij dat ras erfelijke
ziektes en aandoeningen voorkomen, in staat zijn te onderbouwen dat ze voldoende hebben gedaan
om de overdracht van erfelijke afwijkingen en ziekten te voorkomen.
Dit houdt in dat zij voorafgaand aan de dekking onderzoek moeten doen bij hun fokdieren, moeten
kunnen aantonen wat er is onderzocht en wat de uitkomsten van dat onderzoek zijn. Wanneer
bekend is dat er erfelijke aandoeningen voorkomen in een ras en er is vooraf geen onderzoek verricht,
dan heeft de fokker niet aan zijn inspanningsverplichting voldaan en dus gefokt in strijd met de wet.
Alleen wanneer kan worden aangetoond dat binnen een ras bepaalde erfelijke aandoeningen niet
voorkomen, hoeven deze aandoeningen voorafgaand aan de dekking niet te worden onderzocht.
Reacties op het niet afgeven van stambomen
De eerste fokkers die geen stambomen ontvangen voor hun nest, zijn hier inmiddels over
geïnformeerd door de Raad van Beheer. Wij horen dat fokkers en bestuurders van mening zijn dat ten
onrechte geen stambomen voor hun pups afgegeven worden omdat:
• De Raad van Beheer tussentijds de regels veranderd heeft.
Dit is een onjuiste aanname omdat het beleid dat geen stambomen worden afgegeven aan
nesten die niet voldoen aan de Nederlandse wetgeving op het gebied van gezondheid en
welzijn van honden al vanaf 1 januari 2025 geldt. Er wordt nu niet alleen gecontroleerd op
overtreding van de welzijnsregels maar ook op aanwezige gezondheidsuitslagen. Iedere
fokker die fokt met een dier dat een ernstige aandoening heeft, weet of had kunnen of
moeten weten dat dit in strijd is met wet- en regelgeving;
• De aandoening waar mee gefokt is en waardoor er geen stambomen worden afgegeven, is
niet als fokuitsluitend opgenomen in het VFR, dus daar mag mee gefokt worden.
Ook dit is een onjuiste gedachte. Het Tuchtcollege in hoger beroep heeft daar in haar
uitspraak in zaaknummer 24-010 als volgt over geoordeeld:
"Het is mogelijk dat het VFR minder streng is dan bepalingen in het Kynologisch Reglement en
in strijd is met de wet. Het is de verantwoordelijkheid van de fokker zelf om daar alert op te
zijn";
• Ik heb advies gevraagd bij het bestuur van mijn rasvereniging, en het bestuur zei dat ik met
een hond met die afwijking mocht fokken.
Ook het bestuur van een rasvereniging kan het mis hebben. Het is goed dat bij twijfel advies
gevraagd wordt, maar dit ontslaat fokkers niet van hun plicht om zich voorafgaand aan het
fokken te verdiepen in de toepasselijke wet- en regelgeving. De fokker is
eindverantwoordelijk voor zijn eigen handelingen. Beschikt de fokker over een schriftelijk
advies van een professional, zoals een dierenarts, dat er met dat ouderdier die aan een
afwijking lijdt wél binnen de kaders van de wet gefokt mag worden, dan kan de fokker in
bezwaar gaan tegen het besluit dat geen stambomen afgegeven worden, en zich beroepen op
dat advies.
• De fokadviezen van het ECVO zijn slechts adviezen, geen fokregels.
Dat klopt, maar voor de aandoeningen waarvoor ECVO adviseert "NO BREEDING from the
affected animal" geldt dat dit aandoeningen zijn waarvoor aanzienlijk bewijs is dat deze
erfelijk zijn en/of een grote potentiële bedreiging vormen voor het gezichtsvermogen of
andere verminderde oogfunctie maar ook pijn of leed bij het dier.
Wet- en regelgeving verbiedt het fokken met dieren die beschikken over een bepaalde
aandoening die, of een uiterlijk kenmerk dat, de gezondheid of het welzijn van het dier of de
nakomelingen van het dier kan aantasten. Ook het KR bevat een verbod dat toeziet op het
fokken met ernstige aandoeningen en ziekten. Dus mag met honden die lijden aan een
aandoening waarvoor ECVO adviseert "NO BREEDING from the affected animal" niet worden
gefokt.
Stoppen met gezondheidsonderzoek
Ook geven verenigingen en fokkers aan te willen stoppen met bepaalde gezondheidsonderzoeken nu
slechte uitslagen leiden tot het niet afgeven van stambomen.
Dat is geen goed idee. Fokkers voldoen dan niet aan hun wettelijke inspanningsverplichting. Ook dan
is er strijd met wet- en regelgeving en mogen er geen stambomen voor de pups worden afgegeven.
Per ras zal moeten worden vastgesteld welke gezondheidsonderzoeken verplicht uitgevoerd
dienen te worden om aan de inspanningsverplichting te voldoen.
Handhaving NVWA en het Tuchtcollege van de Kynologie
Het is van belang dat besturen van verenigingen en fokkers zich realiseren dat overtredingen van wet-
en regelgeving maar ook overtreding van het KR consequenties kan hebben. De NVWA kan boetes
opleggen maar bijvoorbeeld ook over gaan tot bestuursdwang (bijvoorbeeld inbeslagname van
dieren) of het opleggen van een last onder dwangsom (bij een volgende overtreding moet een
dwangsom betaald worden).
Ook wanneer de Raad van Beheer het onterecht aanvinken van de verklaring niet als het verstrekken
van onjuiste informatie ziet, hetgeen een overtreding van het KR is, en dit niet automatisch voorlegt
aan het Tuchtcollege terwijl er gefokt is met ouderdieren die aan een ernstige afwijking lijden, dan
kan eenieder hierover alsnog klachten bij het Tuchtcollege indienen.
Verantwoorde fokkerij
Wet- en regelgeving bevatten open normen waarin is vastgelegd dat dierenwelzijn, gezondheid en
gedrag niet in het geding mogen komen. Wanneer een fokker bekend is met de grenzen van wet- en
regelgeving kan er verantwoord worden gefokt. Dat is toch wat iedere fokker nastreeft? Niemand wil
opzettelijk ongezonde dieren fokken waar je als fokker verantwoordelijk en aansprakelijk bent.
Het fokken van gezonde honden binnen de kaders van de wet geeft rust en voldoening. Kennis en
kunde zijn daarbij onmisbaar. Wanneer de maatschappij de stamboom als kwaliteitsdocument kan
zien, zal de vraag naar stamboomhonden toenemen. De fokkerij en de kynologie kennen vele
uitdagingen. Als fokker blijf je ontwikkelen. Passievolle, verantwoorde hondenfokkerij kun je zien als
een levenswerk, blijf daarvan genieten!