"
Goede link, bedankt Landseer, vooral dit artikel vond ik zeer interessant en duidelijk geschreven:
Fokkerij en selectie van rashonden, een analyse. "
Inderdaad. Vooral dit stuk uit het artikel. Voor de Goede fokkers hier.
---------------
Hoe nu verder?
Ondanks al de signalen die al vele tientallen jaren worden afgegeven, is de kynologie er nog steeds niet in geslaagd om wezenlijke veranderingen in gang te zetten. De ontkenners zetten nog steeds de toon en de twijfelaars buigen maar al te graag met hen mee. Dierenwelzijnsbelangen zijn in de kynologie nog steeds volledig ondergeschikt aan de mensenbelangen.
Inmiddels, onder druk van de maatschappelijke kritiek, wordt er door de kynologie met grotere nadruk gewezen op al de (nog te ontwikkelen) gezondheidstesten. Die worden overigens geheel ten onrechte gepresenteerd als „inspanningen gericht op preventie?. De kynologie strooit zichzelf en de argeloze burger zand in de ogen door te suggereren „goed bezig te zijn?. Ze gaat er aan voorbij dat, als je de problemen niet meer veroorzaakt, al deze correctiemaatregelen overbodig zijn.
De realiteit is, bij de huidige wijze van fokken en selecteren, dat de problemen harder toenemen dan dat ze met selectie kunnen worden bestreden. Erger nog, de meeste van die veroorzaakte problemen zijn niet met selectie te bestrijden. En dus zijn de rassen gedoemd ten onder te gaan, zijn de dieren en de pupkopers gedoemd de prijs voor dit falend fokbeleid te betalen.
Nadat de kynologie heeft laten zien niet in staat te zijn om tot een verantwoord populatiebeheer te komen (zich daar zelfs met hand en tand tegen blijkt te verzetten), moeten er kennelijk maatregelen „van bovenaf? worden getroffen. Allereerst moet de angel uit het probleem worden gehaald. Het zou zeer aan te bevelen zijn om de tentoonstellingen en de bijbehorende schoonheidswedstrijden voor een periode van tien jaar of langer te verbieden. Daarmee zou worden bereikt dat de fokkers weer zelf moeten gaan nadenken over de partnerkeuze voor hun teven. Daarmee zou een eerste stap worden gezet om het inteeltniveau niet onnodig verder te doen stijgen. Er wordt voorkomen dat over tien jaar wéér alle geboren pups van dezelfde huidige (kampioens)voorouders afstammen.
We krijgen dan wellicht weer een kynologie die over honden gaat, en niet over de kampioenen en de hoogwaardigheidsbekleders die ze in al hun wijsheid aanwezen. In die nieuwe context wordt het voor de fokkers misschien weer mogelijk om behalve over honden, ook over toekomstige eigenaren en over de welzijnsbelangen van allebei te praten. In dat gesprek hoort in ieder geval de discussie over een drastische beperking van de inzet van fokdieren aan de orde te komen.
Tot slot
In de (door de overheid gesubsidieerde) voorlichting aan het publiek wordt gesproken over „betrouwbare fokkers? (omdat ze bijvoorbeeld lid zijn van een rasvereniging). In diezelfde voorlichting wordt de suggestie gewekt dat die fokkers er alles aan doen zodat je daar „gezonde pups? zou kunnen kopen. De toekomstige pupkoper wordt daarmee willens en wetens op het verkeerde been gezet. In het licht van het hiervoor gestelde is dat een onjuiste suggestie. De welzijnskwaliteit van de pups (en daarmee de kans op verdriet en kosten voor de pupkoper) heeft alles te maken met de genenpool waaruit de dieren worden gefokt. De individuele fokker kan hooguit proberen een „zo onverwant mogelijke? oudercombinatie te kiezen. En hij kan natuurlijk niet (meer) fokken met erfelijk gehandicapte dieren, ook dat draagt bij aan de welzijnskansen van de volgende generatie.
5
Fokkers die proberen het „zo goed mogelijk? te doen, zijn hooguit „te goeder trouw?. Ze nemen de aanbevelingen van hun rasvereniging ter harte en menen daarmee de juiste dingen te doen voor hun ras. Ze gaan er echter aan voorbij dat ze al hun inspanningen verrichten binnen een genenpool die dusdanig gehavend is, dat ook zij er niet aan ontkomen een extreem hoog percentage dieren te fokken dat met erfelijke gebreken en een verminderde vitaliteit door het leven moet. Met een oog-, heup- of elleboogonderzoek bij de ouders, kun je nou eenmaal niet vermijden dat een te groot deel van de pups vroeg of laat toch nog blind of kreupel wordt of vroegtijdig overlijdt.
Een ècht betrouwbare fokker zou op de barricaden staan voor het herstel van de genenpool van zijn ras, niet alleen maar kermen „dat hij er ook niets aan kan doen? om daarna weer gewoon door te gaan met het dienen van de eigen belangen ten koste van hondenwelzijn.
Wie meent dat de ter discussie gestelde betrouwbaarheid niets met de genenpool te maken heeft, zou zich eens moeten afvragen of hij zich bij zijn eigen partnerkeuze druk heeft gemaakt om de oog-, heup- en ellebooguitslagen van zijn aanstaande schoonfamilie. Wij mensen, wij doen „zomaar wat?, en dat alles zonder de dramatisch hoge risico?s op een nakomelingschap met erfelijke defecten en een beperkte vitaliteit. Wij gewone bastaardmensen kunnen ons dus bijna net zo ongecompliceerd voortplanten als gewone bastaardhonden. Dat is eigenlijk best wel een lekker gevoel, zo?n ruime genenpool.