
Ja, een gezonde hond mag af en toe een klein stukje gewone kaas als bijzondere beloning op het trainingsveld of om een lastig pilletje in te verstoppen. Je kent het vast: je hond ligt in de woonkamer diep in slaap, maar zodra je in de keuken de koelkastdeur opentrekt en de kaasschaaf pakt, staat hij binnen drie tellen met glimmende ogen naast het aanrecht. Toch maakt het een groot verschil welke soort je geeft, hoe klein je de stukjes snijdt en welke kazen van de borrelplank echt gevaarlijk zijn.
Waarom kunnen veel volwassen honden slecht tegen zuivel?
Zolang een pup bij zijn moeder drinkt, draait zijn dunne darm op volle toeren om het enzym lactase aan te maken. Dat enzym knipt melksuiker (lactose) netjes in twee kleinere suikers die het lichaam direct als brandstof opneemt. Zodra een pup rond zes tot acht weken overstapt op vast voer, heeft zijn lijf dat hulpmiddel nauwelijks meer nodig en zakt de aanmaak van lactase terug naar ongeveer tien procent van het puppy-niveau.
Krijgt een volwassen hond ineens een flinke hap zuivel binnen, dan blijft een groot deel van de melksuiker onverteerd achter. Die lactose schuift door naar de dikke darm. Daar trekt het vocht aan en beginnen darmbacteriën de suikers te vergisten tot gassen. Gevaarlijk is dat bij gewone kaas meestal niet, maar je merkt het diezelfde avond nog op de bank: een luid rommelende buik, winden waar je de tuindeuren voor openzet en de volgende ochtend een flats dunne poep tijdens het uitlaten.

Jonge kaas, oude kaas, hüttenkäse of smeerkaas: welke kies je?
Het ene stukje kaas is het andere niet. Tijdens het kaasmaken loopt het grootste deel van de lactose al weg met de wei, en de achtergebleven melksuiker wordt tijdens het rijpen opgegeten door melkzuurbacteriën. Daardoor ontstaat er een verrassende tegenstelling tussen jong en oud: hoe ouder de kaas, hoe minder lactose erin zit, maar hoe hoger het zout- en vetgehalte oploopt doordat de kaas maandenlang indroogt.
- Hüttenkäse (cottage cheese): Veruit de mildste keuze voor de hondenmaag. Het bevat weinig vet (ongeveer 4 gram per 100 gram), weinig zout (0,5 tot 0,7 gram per 100 gram) en bijna geen lactose. Een theelepel of eetlepel hüttenkäse over een likmat of door de brokken valt bij vrijwel elke hond goed.
- Jonge of 30+ Goudse kaas: Bevat nog een heel klein spoortje lactose, maar is met ongeveer 1,8 tot 2,0 gram zout per 100 gram een stuk minder zout dan oude kaas. Je snijdt jonge kaas ook makkelijk in piepkleine, buigzame blokjes die niet kruimelen in je jaszak. Met een magere 20+ of 30+ variant bespaar je meteen flink op het vet.
- Oude Goudse kaas en Parmezaan: Na tien tot twaalf maanden rijpen zijn deze kazen vrijwel helemaal lactosevrij (0,0 gram per 100 gram). Toch zijn ze voor je hond minder geschikt: oude kaas tikt al gauw 2,5 tot ruim 3,5 gram zout en zo'n 32 tot 35 gram vet per 100 gram aan (waarvan ruim 20 gram verzadigd vet). Eén verdwaald kruimeltje kan geen kwaad, maar als trainingsbeloning is het veel te zout.
- Mozzarella: Heeft een milde smaak en bevat veel minder zout (ongeveer 0,5 tot 0,7 gram per 100 gram) dan Goudse kaas. Het nadeel is dat mozzarella vrij nat en behoorlijk vet is (zo'n 18 tot 20 gram vet per 100 gram), waardoor het in een beloningstasje snel een kliederboel wordt.
- Geitenkaas (naturel): De eiwitten en vetbolletjes in geitenmelk zijn iets kleiner en lichter verteerbaar dan die van koemelk. Toch bevat verse geitenkaas nog steeds flink wat lactose en vet. Let in de supermarkt ook op toevoegingen: zachte geitenkaas ligt vaak in het schap met honing, walnoten of bieslook.
- Smeerkaas: Veel eigenaren gebruiken een lik smeerkaas om een Kong mee te vullen of een pilletje in te verstoppen. Dat plakt lekker makkelijk, maar om smeerkaas zo zacht te krijgen voegen fabrikanten smeltzouten toe (fosfaten en natrium). Vooral voor oudere honden of honden met gevoelige nieren zijn die extra fosfaten en het hoge zoutgehalte zwaar voor het lichaam.
Welke kaas is direct giftig voor je hond?
Op een verjaardag of vrijdagmiddagborrel liggen er al snel kazen op de plank die voor mensen een traktatie zijn, maar waar een hond flink ziek van wordt. Let bij deze soorten goed op dat er niets van de salontafel glipt:
- Blauwe schimmelkaas (Roquefort, Gorgonzola, Stilton, Danish Blue): Blauwaderkazen worden gemaakt met de schimmel Penicillium roqueforti. Die schimmel kan roquefortine C aanmaken, een gifstof die bij honden rechtstreeks op het centrale zenuwstelsel slaat. Al binnen een paar uur na het eten kan je hond gaan braken, diarree krijgen, koorts ontwikkelen en last krijgen van heftige spiertrillingen (tremoren) of zelfs epileptische aanvallen.
- Kruidenkaas met ui, knoflook of bieslook: Denk aan kuipjes roomkaas zoals Boursin, kruidenboter-kaasjes of blokjes borrelkaas met een groen kruidenrandje. Ui, knoflook, prei en bieslook horen bij de Allium-familie. De zwavelverbindingen daarin beschadigen de rode bloedcellen van je hond en kunnen tot bloedarmoede leiden.
- Kaas in combinatie met druiven, rozijnen, noten of xylitol: Op een borrelplank ligt kaas vaak strak tegen een trosje druiven of een handje walnoten en macadamianoten aan. Voor druiven en rozijnen bestaat geen veilige ondergrens; al een paar stuks kunnen bij een hond acuut nierfalen veroorzaken. Kijk bij buitenlandse light-zuivelspreads ook altijd op het etiket of er geen xylitol (berkensuiker) in zit, want dat veroorzaakt bij honden binnen 15 tot 30 minuten een levensgevaarlijke daling van de bloedsuikerspiegel en kan tot leverfalen leiden.

Waarom mini-blokjes kaas zo goed werken bij training (en bij een pilletje)
Sta je met een jonge puberhond op het trainingsveld terwijl er twee velden verderop een andere hond achter een bal aan vliegt, dan maak je met een droog standaardbrokje weinig indruk. Bij trainen en belonen in situaties met veel afleiding helpt een zogeheten hoogwaardige beloning: iets dat zo sterk en lekker ruikt dat je hond haar aandacht direct weer op jou richt.
Kaas heeft op de hondenschool nog een praktisch voordeel. Bij een droog hondenkoekje moet je hond eerst kauwen, vallen er kruimels in het gras en duikt haar neus meteen naar de grond om elk kruimeltje op te speuren. Een zacht stukje kaas glijdt in één tel naar binnen, zodat jullie direct door kunnen met de oefening.
De kunst is wel om de blokjes veel kleiner te snijden dan je op je eigen borrelplank legt. Alle tussendoortjes en trainingsbeloningen bij elkaar mogen op een dag hooguit tien procent van de dagelijkse caloriebehoefte van je hond vormen. Eén gewoon borrelblokje volvette kaas van tien gram telt bijna veertig calorieën: voor een hondje van vijf kilo (dat per dag zo'n 300 calorieën nodig heeft) gaat dat ene blokje al over die tienprocentsgrens heen, vergelijkbaar met twee dik belegde boterhammen voor een mens.
Snijd een plak jonge of 30+ kaas daarom eerst in smalle reepjes en hak die in mini-blokjes ter grootte van een doperwt of een halve pinknagel (3 tot 4 millimeter). Een veilige vuistregel voor een trainingsdag:
- Kleine hond (tot 5 kg, zoals een Chihuahua of Dwergteckel): hooguit 3 tot 5 gram op een dag, wat neerkomt op zo'n 8 tot 12 mini-snippers ter grootte van een erwt.
- Middelgrote hond (10 tot 20 kg, zoals een Beagle of Border Collie): maximaal 10 tot 15 gram verspreid over de training (20 tot 30 mini-stukjes).
- Grote hond (vanaf 30 kg, zoals een Labrador of Duitse Herder): maximaal 20 tot 25 gram op een trainingsdag.
Handige tip voor onderweg: in een warme jaszak of een heuptasje worden kleine kaasblokjes snel zweterig en plakken ze aan elkaar tot één gele klomp. Schud de gesneden stukjes thuis even om in een bakje met een handje droge hondenbrokjes of een snufje rijstebloem. De droge brokjes nemen de geur en het vet van de kaas over, waardoor die ineens óók als topbeloning werken en de kaasblokjes mooi los blijven.
Ook als je je hond medicijnen moet geven, komt kaas goed van pas. Veel honden zijn alleen zo gehaaid dat ze de kaas keurig rondom het tabletje wegknabbelen en de bittere pil op het vloerkleed uitspugen. Wat op dat moment veel beter werkt, is het 1-2-3-trucje met drie kleine balletjes zachte kaas: geef eerst balletje één zonder pil, houd balletje twee met de pil al vlak voor zijn neus en laat balletje drie zonder pil direct zien. Omdat je hond al haast maakt om het derde stukje te pakken, slikt hij het middelste balletje met de tablet in één beweging door.
Let bij medicatie wel op één belangrijke medische uitzondering. Bij bepaalde antibiotica, met name doxycycline (uit de groep van de tetracyclines) en sommige fluorchinolonen (zoals enrofloxacine), bindt het calcium uit kaas en andere zuivel zich in de maag aan de werkzame stof. Daardoor neemt de darm het medicijn minder goed op en werkt de kuur minder krachtig. Controleer bij een antibioticakuur dus altijd even in de bijsluiter of bij je dierenarts of het tabletje met zuivel gegeven mag worden, of gebruik voor de zekerheid een stukje gekookte kipfilet.
Wanneer kun je kaas beter helemaal overslaan?
Voor sommige honden is zelfs een snippertje kaas ter grootte van een doperwt geen goed plan. In deze drie gevallen kun je beter voor een magere, zuivelvrije beloning kiezen:
- Aanleg voor alvleesklierontsteking (pancreatitis): De alvleesklier maakt enzymen aan om vetten uit voeding af te breken. Een plotselinge vette hap kan bij gevoelige honden een acute en erg pijnlijke alvleesklierontsteking uitlokken. Heeft je hond ooit pancreatitis gehad of hoort hij bij een ras dat daar extra gevoelig voor is (zoals de Dwergschnauzer of de Cavalier King Charles Spaniel), geef dan geen vette tussendoortjes zoals kaas.
- Voedselallergie (koemelkeiwit): Naast rund en kip staat zuivel hoog op de lijst van eiwitten waar honden allergisch op kunnen reageren. Zo'n voedselallergie zie je lang niet altijd aan diarree; vaak uit het zich juist in chronische jeuk aan de poten, rode liezen en steeds terugkerende oorontstekingen. Volgt je hond een eliminatiedieet van zes tot acht weken om een allergie uit te zoeken, dan maakt één kruimel kaas de hele proefperiode direct ongeldig.
- Overgewicht en nier- of hartklachten: Bij aanleg voor overgewicht bij de hond tikken de calorieën uit kaas ongemerkt heel hard aan bovenop haar dagelijkse portie goed hondenvoer. Voor honden met nier- of hartproblemen vormen het zout en het fosfaat in kaas een onnodige extra belasting.
Mijn hond heeft een groot stuk (of foute) kaas gestolen: wat nu?
Eén onbewaakt moment tijdens het uitpakken van de boodschappentas of een lage salontafel bij het borrelen is soms al genoeg: hap, slik, weg. Wat je het beste kunt doen, hangt af van wát voor kaas je hond naar binnen heeft gewerkt:
- Een flink stuk gewone jonge, belegen of oude Goudse kaas: Schrik niet, dit is niet direct giftig. Zet een verse bak drinkwater klaar omdat je hond dorst krijgt van het zout, geef de rest van de dag even geen andere vette snacks en reken op een extra uitlaatrondje vanwege zachte ontlasting. Houd kleine honden of honden met een gevoelige spijsvertering de eerste 24 tot 48 uur wel in de gaten op signalen van een alvleesklierontsteking: herhaaldelijk braken, niet willen eten, trillen en een pijnlijke buik (vaak herkenbaar aan de bidhouding, waarbij je hond haar voorpoten plat op de grond strekt en de achterhand omhoog houdt). Zie je dat gebeuren, neem dan direct contact op met de dierenarts.
- Blauwe schimmelkaas (zoals Gorgonzola of Roquefort) of kruidenkaas met knoflook en ui: Wacht bij deze soorten niet af of er klachten ontstaan, maar bel meteen je dierenarts. Houd de verpakking bij de hand en schat in hoeveel gram je hond ongeveer heeft gegeten en hoe laat. Als je er binnen één tot twee uur bij bent, kan de dierenarts een braakprik geven waardoor de maag binnen een paar minuten veilig wordt geleegd, vaak gevolgd door actieve kool om achtergebleven gifstoffen te binden. Voor een consult met zo'n injectie betaal je overdag bij de meeste Nederlandse praktijken tussen de € 85 en € 140 (in de avond of het weekend via de spoeddienst ligt dat meestal rond de € 180 tot € 280).
Soms lees je op internet nog de oude tip om een hond zelf te laten braken door een schep keukenzout achter op de tong te strooien. Doe dat nooit: vaak braakt de hond er helemaal niet van, maar neemt zijn lichaam al dat zout wél op, met het risico op een levensgevaarlijke zoutvergiftiging.
Veelgestelde vragen
Mag een puppy kaas als beloning op de puppycursus?
Ja, jonge pups maken vaak nog net wat meer van het enzym lactase aan dan volwassen honden en doen het op de puppycursus geweldig op mini-snippers jonge of 30+ kaas. Houd de stukjes wel echt piepklein (een paar millimeter) en meng ze in je beloningstasje met haar gewone puppybrokjes of stukjes gedroogde kip, zodat de darmen rustig blijven.
Mag mijn hond de harde korst van de kaas opeten?
Nee, de korst van een Nederlandse kaas kun je beter in de prullenbak gooien. Om bijna elke Goudse of Edammer kaas zit een dunne plastic coating (vaak behandeld met het schimmelwerende middel natamycine) of een laagje paraffinewas. Dat materiaal is onverteerbaar en kan als een hard stuk in de maag of darmen blijven steken. Zelfs de echte, onbehandelde korst van originele Parmezaanse kaas is geen aanrader: die bevat weliswaar geen plastic, maar is veel te zout en zo keihard dat er een kies op kan breken.
Wat is een goed alternatief als mijn hond niet tegen kaas kan?
Zoek je een zachte, geurige beloning voor het trainen die net zo snel wegglijdt als kaas, maar zonder lactose of veel zout? Snijd dan een stukje ongekruide gekookte kipfilet, een plakje stevige vleesworst speciaal voor honden (trainingsworst van 100% vlees) of gedroogde runderlong in kleine blokjes. Om een pilletje in te verstoppen werkt een lepeltje paté-natvoer of een klein likje 100% pindakaas zonder zout en zonder xylitol net zo goed.
Bronnen
LICG: Vergiftiging bij huisdieren. Medisch Centrum voor Dieren: Alvleesklierontsteking bij hond en kat. Koninklijke Hondenbescherming: Giftige etenswaren voor de hond. Raad van Beheer: Vergiftigingen bij je hond.

