Op de laatste lentedag van 2011, 20 juni, is onze lieve hond Tora overleden. In 8 jaar tijd was hij uitgegroeid tot mijn beste vriend. Tora heeft een plekje in mijn hart veroverd en zal daar voortleven.
Ik zal de vele goede herinneringen koesteren. Tora was onderdeel van mijn dagelijks leven. Elke ochtend stond hij mij vrolijk en opgewekt op te wachten, druk kwispelend. De dag begon met een stevige wandeling, gezond voor hond en baasje. Daarna kreeg hij zijn brokken, terwijl ik mijn ontbijt klaarmaakte. Voor vertrek naar mijn werk was er meestal nog wel tijd voor een snelle plas aan de overkant van de straat.
Bij vertrek hoefde ik hem niet naar zijn mand te dirigeren, daar ging hij vanzelf al zitten als ik mijn spullen pakte. Alleen als ik het woordje ‘Mee’ noemde, dan was hij niet meer bij me weg te slaan. Dan liep hij heen en weer tussen mij en de auto. Om hem te plagen bracht ik hem dan weleens in twijfel, dan wees ik naar zijn mand en zei “of moet je gaan slapen”. Dan verstarde het kwispelen, wees zijn staart naar beneden en draaide hij zijn kopje. Als ik er dan weer aan toevoegde “of ga je mee?” dan hervatte het kwispelen en keek hij weer helemaal enthousiast, met zijn roze tong naar buiten.
Een hondenriem had Tora eigenlijk niet nodig. Vaak liet ik die thuis. Zelfs op vakantie liep Tora meestal los. Hij liep daar waar wij dat wilden. Aan 1 woord of 1 gebaar had hij genoeg. Ik kon hem aan de kant van de weg laten zitten (‘Blijf’), zelf doorlopen en dan na 100 meter omdraaien en met 1 handgebaar kwam hij dan naar mij toe. Of met een ander gebaar, stak hij daar de weg over. Hij kon behalve af, zit, blijf, naast, los, komen, apporteren, enz. ook op bevel tijgeren, in de berm gaan lopen, aan het andere been gaan lopen, op zijn rug liggen, springen, enz. Op wandelvakantie sliep hij apart in een halfopen tentje, aanlijnen was niet nodig. Als we over rotsen moesten klimmen, dan klom hij op mij en pakte met zijn voorpoten mijn schouders vast. Zo konden we samen iedere hindernis aan. Drinken deed hij dan uit de waterfles.
Als we in een hotelkamer sliepen, dan hoefden we maar ergens zijn kleed neer te leggen en dat was dan zijn plekje. Hij klom niet op bed of op de bank. Aan een drinkbak en zijn kleed had hij genoeg. Liefst ging hij natuurlijk mee, maar ook als hij alleen moest achterblijven in de hotelkamer, dan deed hij dat zonder misbaar. Tora voelde zich het fijnst, als we met ons 3-en waren. Dan was zijn roedel compleet en deed hij niets liever dan aan je voeten zitten.
Alles was veilig voor Tora. Hij pakte niets, dat hij niet eerst van ons had gekregen. Als je bij thuiskomst iets voor hem meebracht, dan was hij helemaal blij. Het maakt niet uit wat. Een leeg colaflesje met dop erop bijvoorbeeld. Dan beet hij in no-time de dop eraf en lag hij tevreden met het flesje tussen zijn voorpoten. Als hij iets lekkers kreeg, dan kon je het altijd weer van hem afpakken. Dan stond hij slechts geduldig te wachten tot hij het weer terug kreeg. Zijn favoriete spelletje was “Zoek”. Dan verstopten we enkele stukjes ‘snoep’, meestal kleine stukjes kaas of vleeswaar. Hij wachtte tot hij het commando ‘zoek’ kreeg en ging dan puur zijn neus achterna. Als hij een stukje gevonden had, werd dat snel naar binnen gewerkt. Met het volgende woordje ‘zoek’ ging hij weer driftig op pad voor het volgende stukje.
Honden kunnen geen woorden verstaan, maar soms leek het wel alsof Tora begreep wat ik zei. Hij haalde zijn informatie waarschijnlijk meer uit lichaamstaal en gebaren dan uit woorden. Hij kon daarmee in ieder geval ook gehoorzamen aan allerlei verzoeken die niet in 1 bevel waren te benoemen. Als ik naar een plekje wees en zei: ”Ga daar maar zitten”, dan deed hij dat.
Bij het apporteren kreeg hij soms een beloning. Als hij de stok dan 20 cm voor me op de grond liet vallen, kreeg hij zijn beloning niet. Met de opmerking: “Nee, in mijn hand” pakte hij de stok weer op en bracht hem naar mijn hand.
Als we kippenpoten aten, dan wist Tora altijd al dat er voor hem ook iets over zou blijven. Schooien deed hij niet, maar stiekem kwam hij dan toch wat dichterbij zitten dan anders. Als we helemaal klaar waren, ging ik bij Tora zitten en trok ik de overgebleven pezen, vet en gewrichten van het bot en gaf het dan stukje voor stukje aan Tora. Hij zat dan letterlijk te kwijlen en keek de stukken bijna uit mijn hand. Maar het eten nam hij altijd voorzichtig uit mijn handen.
Tora kon goed opschieten met mens en dier. Hij begroette alle mensen vriendelijk, klein en groot, ongeacht uiterlijk, kleur of geur. Het liefst speelde hij met andere honden. Dat ging niet altijd goed, want hij kon tegenover andere mannetjes wel dominant doen. Als het andere mannetje dan begon te grommen en grauwen, dan liep het weleens uit de hand. Als onschuldige jonge hond is hij een paar keer gebeten en langzaam ontwikkelde hij blijkbaar de opvatting van ‘dat pik ik niet’. Maar ondanks wat minder prettige ervaringen, hielden andere honden een sterke aantrekkingskracht. Dan zat hij soms achter het raam te piepen, als er iemand met een hond langsliep. Een deel daarvan waren vriendjes, met wie hij regelmatig speelde. Daarin was hij onvermoeibaar. Als de andere hond het welletjes vond, bleef hij het arme dier tot vervelens toe stalken.
Met poezen ging het ook niet altijd goed. Daarvoor was hij iets te doortastend. Bovendien had ik eens met veel misbaar een kat uit de tuin verjaagd en dat had hij heel goed onthouden. Mijn fout dus.
Tora liet zich ook wel makkelijk opwinden. Als ik verontwaardigd zei: “Hee, wat is dat?” dan maakte hij zijn borst breed, gromde en liep dan blaffend naar de deur. Hij was heel waaks, maar zonder irritant te blaffen. Hij blafte alleen als er echt iemand kwam en alleen maar totdat je duidelijk maakte dat je het had gehoord. Bij het wildkamperen in de bossen gromde hij wel op alles wat in de omgeving kwam. Als Marlona alleen thuis was, dan was hij ook extra waaks.
We hebben heel veel leuke momenten met Tora beleefd. Hij was een sterke, gezonde en lieve hond. Donderdag 9 juni stond Tora naast me, hij keek naar me en ik zie hem ineens omvallen. Met zijn kop tegen de rand van zijn hondenbak ligt hij helemaal verstard voor zich uit te staren. Dat was zijn eerste epileptische aanval. We hebben hem uit schrik daarna lekker verwend. 3 dagen later volgde de tweede. Uit MRI-scan in Universiteit Gent bleek een hersentumor op een plaats die niet te verwijderen is. In afwachting van de uitslagen verslechterde de toestand van Tora heel snel. De laatste week heeft hij bijna niets gegeten en de laatste dag werd het moeilijk om drinken binnen te houden. We voerden hem uit de fles. Hij kon alleen nog maar liggen. Vandaag werd vanuit de Universiteit Utrecht duidelijk gemaakt dat behandeling nauwelijks kansen biedt. Daarop hebben we besloten om direct de dierenarts te vragen het lijden te stoppen. 20 juni 2011 om 14:45 is Tora thuis, in mijn handen overleden. Daarmee ben ik mijn beste vriend kwijtgeraakt.
Ik heb hem meegenomen voor onze laatste wandeling samen en heb hem vol liefde begraven op zijn favoriete kleedje. Overlijden is de natuurlijke weg die mens en dier moet gaan. Maar het doet zo’n pijn om iemand van wie je houdt te verliezen. Ik had hem nog zo graag bij me gehad en had nog zo graag voor hem gezorgd. Tora, ik mis je en ik zal je nooit vergeten.
Liefs, je baasjes.