Liefste Athie,
Het is nu twee jaar en vier maanden geleden dat je ons verliet.
Soms lijkt het gisteren, soms lijkt het al zooo lang geleden dat ik je nog een keer kon knuffelen. Dat ik je geur kon opsnuiven en kon lachen om je fratsen, mijn witte engel, wat mis ik je... nog steeds.
Ondanks dat je zussen Niké, Nahla en Gioia hier (gelukkig) nog zijn, blijft de pijn van dit verlies, je was mijn maatje, mijn Scoubidou.
We komen op plaatsen waar jij ook bent geweest, en ik zie je lopen, lachend en vrolijk.
Ik glimlach in mezelf en denk met weemoed terug aan die tijden...
We komen op plaatsen waar je nooit geweest bent, en ik vraag me af wat jij ervan gevonden zou hebben. Ik ben zeker dat je het leuk had gevonden.
Je had een hart van goud en ik hoop dat ik je ooit zal terugzien, in de hemel waar ik niet in geloof maar wel op hoop.
Ik droom nog steeds van je, andere dromen, maar steeds zo realistisch. We wandelen in een bos en opeens ben je er ook, je rent naar me toe en lacht en je bent gelukkig.
Als we een drankje gaan nemen, ga je niet met ons naar binnen, maar wacht je buiten om ons dan terug te verwelkomen en ons uit het bos te begeleiden, waarna je weer verdwijnt.
En ik kan huilend, maar toch gelukkig dat ik je gezien heb, naar huis gaan.
Mijn allessie, je bent altijd in mijn gedachten en je blijft voor eeuwig in mijn hart.
Tot ziens mijn Athie...