
Drinkt je volwassen hond al dagen veel meer dan normaal, ook zonder warm weer, en doet hij grote, lichte plassen? Dan zit er bijna altijd iets lichamelijks achter: suikerziekte, de ziekte van Cushing, de nieren of bij een teef de baarmoeder. Meestal komt het plassen eerst: de nieren lozen te veel water en je hond drinkt dat bij. Eet hij gewoon en is hij vrolijk, dan is het geen spoed, wel iets voor een afspraak deze week. Neem een potje ochtendurine mee en laat de waterbak vol staan.
Wanneer is dorst wel spoed?
Meestal kan het wachten tot een gewone afspraak. In deze gevallen niet:
- Een teef die niet gesteriliseerd is en in de weken na haar loopsheid ineens veel drinkt, zeker als ze stil is, slecht eet of uitvloeiing heeft. Dat past bij een baarmoederontsteking.
- Braken, niet meer eten of slap worden erbij. Dat kan een ontspoorde suikerziekte zijn (de adem ruikt dan soms zoetig) of nieren die het niet meer bijhouden.
- Persen zonder dat er een plas komt. Misschien zit er iets in de weg, zoals een steen.
- Mogelijk iets giftigs binnengekregen, zoals antivries of te veel van een medicijn. Dat kan de nieren snel beschadigen.
Hoeveel water is normaal?
Een hond van 10 kilo drinkt ongeveer een halve liter per dag, een hond van 30 kilo anderhalve liter. Boven de 80 milliliter per kilo wordt het twijfelachtig, boven de 100 (meer dan een liter per tien kilo) is het te veel.
Soms is er een gewone verklaring. Na een warme dag of een lange wandeling drinkt elke hond meer, en op brokken flink meer dan op vers vlees of natvoer. Is hij net op ander voer overgegaan, geef dan weer het oude en kijk of het drinken zakt. Ook prednison, plastabletten zoals furosemide en fenobarbital tegen epilepsie maken dorstig. Daar stop je niet zelf mee; vraag wel of de dosis anders kan.
Wat kan erachter zitten?
Vaak valt het eerst op door plassen in huis. Bij een gesteriliseerde teckel van bijna zeven op ons forum begon het met 's nachts flinke plassen in huis, eerst af en toe, later elke nacht. Ze dronk ook al een maand of twee veel meer. Met zoveel water in de blaas houdt een hond het niet op (zie volwassen hond plast ineens in huis). De dierenarts loopt dit rijtje af:
- Suikerziekte: veel drinken, veel plassen, veel eten en toch afvallen, soms met troebele ogen door staar.
- Ziekte van Cushing: te veel van het stresshormoon cortisol, meestal bij een hond van middelbare leeftijd of ouder. Typisch zijn een enorme eetlust, een hangbuik, een dunne vacht en veel hijgen. Teckels en toy-poedels krijgen het vaker.
- Nierziekte: vooral bij oudere honden. Het valt vaak pas op als een groot deel van de nieren al beschadigd is; later volgen afvallen, een vieze adem en braken.
- Baarmoederontsteking: alleen bij een niet-gesteriliseerde teef, in de weken na de loopsheid of na een nest.
- Lever en calcium: een slecht werkende lever kan hetzelfde beeld geven, net als te veel calcium in het bloed, bijvoorbeeld door bepaalde tumoren.
- Ziekte van Addison: juist te weinig bijnierhormoon. De eerste klachten zijn vaag (slecht eten, sloom, braken), en bij stress kan zo'n hond ineens heel ziek worden (zie de ziekte van Addison).
- Nierbekkenontsteking: een ontsteking die meestal vanuit de blaas naar de nieren is opgeklommen. Een gewone blaasontsteking geeft juist veel kleine plasjes.
- Diabetes insipidus: heeft niets met suiker te maken. De nieren kunnen de urine niet indikken, dus deze honden drinken extreem veel en hun plas is bijna water.
- Gedrag: een enkele hond drinkt uit verveling of spanning. Dat is zeldzaam en komt pas in beeld als al het andere is uitgesloten.

Hoe meet je het drinken en vang je een plas op?
- Meet af: vul de waterbak met een maatbeker en schrijf elke keer op hoeveel erin gaat. Tel de bak in de tuin mee.
- Reken na 24 uur: wat erin ging min wat er nog staat, gedeeld door zijn gewicht. Liefst twee of drie dagen achter elkaar.
- Vang de ochtendplas op: met een schone soeplepel, in een schoon potje. Zet dat in de koelkast en breng het dezelfde dag naar de praktijk.
Dat opvangen valt in de praktijk tegen. Een baasje liep met een juslepel en een potje over straat achter haar reu aan en ving maar een klein beetje op. Bij een Duitse herder die al gepikeerd raakte als je haar kant op keek, was de tip om de lepel er pas onder te schuiven als ze eenmaal plast. Een ander baasje hield het bij en kwam bijna elke dag op zo'n 3,6 liter.
Na de derde plas op de mat is het verleidelijk om 's avonds de waterbak weg te zetten. Maar de nieren blijven water lozen, dus zonder bak droogt hij snel uit. Bij suikerziekte of diabetes insipidus is dat levensgevaarlijk. Een extra rondje vlak voor het slapengaan helpt meer.
Welk onderzoek volgt er en wat kost dat?
Eerst de urine. Het soortelijk gewicht laat zien hoe goed de nieren de plas indikken, en de dierenarts kijkt of er suiker, eiwit of bacteriën in zitten. Daarna volgt meestal bloedonderzoek: bloedsuiker, nier- en leverwaarden en calcium. Neem de verpakking mee van alles wat je hond slikt. Volgens verzekeraar Univé kost een urineonderzoek bij de hond in 2026 meestal € 40 tot € 80 en een bloedonderzoek € 70 tot € 150, zonder consult en bloedafname.
Blijft het onduidelijk, dan volgen gerichte tests. Voor Cushing vang je vaak een paar dagen thuis urine op, omdat stress in de spreekkamer de uitslag verstoort. Bij Addison hoort een ACTH-test, en een echo laat baarmoeder, nieren, bijnieren en lever zien. Bij diabetes insipidus probeert de dierenarts soms desmopressine, een nagemaakt hormoon dat de urine indikt. Drinkt je hond daarna duidelijk minder, dan past dat bij deze ziekte. Dat wegstrepen kan een paar bezoeken kosten.
Bronnen
Medisch Centrum voor Dieren: Hond plast en drinkt veel, Ziekte van Cushing, Ziekte van Addison. AniCura: Hond drinkt veel, Suikerziekte bij honden.


