Hallo allemaal,
Ik heb een siberische husky van nu 3 jaar oud. Hij ligt op het moment in utrecht omdat hij ontzettend veel toevallen heeft gehad.
Niemand kan er achterkomen wat hij nou heeft. de artsen daar weten het eigenlijk ook niet meer.
Ik heb nou een verhaal te horen gekregen van een kennis dat eventueel castratie de toevallen bijna tot helmaal kan wegnemen.
Wat is hier nou allemaal waar van er is namelijk niets van te vinden op het net
alvast bedankt
Satish
Dit komt doordat het onderwerp niet meer recent is en in het hondenforum archief terecht ik gekomen.
Als je over "husky met epileptie" wilt praten in het hondenforum dan kun je het beste een nieuw onderwerp aanmaken
Allereerst: heel veel beterschap! Ik hoop dat het straks weer beter zal gaan met je hond.
Wat betreft castreren en het verdwijnen van epilepsie... het lijkt mij een onwaarschijnlijk verhaal. Je zou het eens in Utrecht moeten vragen, die hebben ervoor gestudeerd.

Hoi Satisch,
Wat vreselijk dat je hond zo'n last heeft van epi.
Ik weet helaas maar al te goed wat je doormaakt...
En ja, ik heb er wel eens van gehoord dan castratie/sterelisatie er wel invloed op kan hebben.
Ook voeding ZONDER toevoegingen van kleur en houdbaarheid troep kan invloed hebben.
En niet te vergeten ENTINGEN...
Lees het onderstaande eens door misschien heb je er iets aan...
Ik wens jouw en je hond alle succes..
Lieve groet, Ilja
Epilepsie en triggers
BHT/BHA/Ethoxiquine; de triggers van vele 'volksziekten' onder onze huisdieren.
Elk huisdier/fokdier heeft belang bij BHT, BHA en Ethoxvrije voeding!!! In voeding wat je zelf samenstelt of Komplete Vers Vleesvoeding (KVV) zitten deze zwaar kankerverwekkende stoffen gelukkig niet verwerkt.
Helaas zitten in heel veel brokvoeders en blikvoerders o.a. deze stoffen en nog vele andere foute additieven verwerkt. Deze foute additieven werken in op het immuunsysteem en op medicatie van bv. honden met epilepsie en andere vormen van (aut
immuunziektes.
Tezamen met het overenten van onze huisdieren (en niet in de laatste plaats slecht fokbeleid), is het niet verwonderlijk dat er zovele honden met (aut
immuunziektes rondlopen.
De brokkenmerken welke bv. bij dierenartsen en speciaalzaken te koop zijn, bevatten tegenwoordig erg veel sojaschroot.
Het is voor de producent immers een goedkoop eiwit.
Door vertegenwoordigers van een zeer welbekend brokkenmerk wordt soja de hemel in geprezen.
Dr. Jean Dodds heeft hier een studie naar gedaan.
Zie hieronder wat voor schadelijke effecten dit heeft op dieren.
In het rijtje 'graan- en glutenvrij' moet ook zeker soja genoemd worden.
Dat verse voeding een belangrijke factor is voor het onderdrukken van epilepsie is een feit, NAAST de medicatie en deskundige begeleiding waar vele honden helaas niet onder uitkomen.
Door oververhitting van de grondstoffen uit brokvoeding worden belangrijke vitamines, mineralen en aminozuren 'toxisch' waardoor tekorten kunnen ontstaan. Hierdoor worden o.a. Taurine en Selenium slecht opgenomen in het hondenlichaam.
http://www.canine-epilepsy.com/healthydiet.html
Taurine is o.a. nodig bij:
aanmaak van het darmslijmvlies, regulatie osmotische druk, bescherming tegen ophoping van calciumionen, oxidatieve stress, membraanstabilisatie (denk aan hartritme stoornissen!), neurotransmitters, oogfunctie, glucosestofwisseling, immuunsysteem (witte bloedcellen die kunnen beschermen tegen virussen en bacteriën), vruchtbaarheid (spermacellen), gal stroom regulatie (denk aan het voorkomen van galstenen), bescherming longweefsel (astma), groei en ontwikkeling (groeivertraging), verhoogde cholesterol, cardiovasculaire aandoeningen (kalium en magnesium blijven door taurine binnen de cel), regulatie glucose spiegels.
Kortom een belangrijk zwavelhoudend aminozuur!
Taurine zit vooral in vis en orgaanvlees als runderhart.
Nu is het niet de bedoeling kilo's vol taurine- en seleniumhoudende vers produkten te geven.
Mijn honden zijn gezond en krijgen bv. hooguit 2x per week 100 gram lams - of runderhart en 1x per week een vette vis als makreel of zalmkop.
In die zin kun je niet 'oversupplementeren' met vers voer en komt het een hond alleen maar ten goede.
Pas evenwel goed op met het echt supplementeren van allerhande voedings-/ en vitaminesupplementen uit poedertjes en potjes.
Dit zou ik zeker niet aanbevelen en al helemaal niet zonder deskundige begeleiding van een holistisch dierenarts c.q. specialist (wel ben ik een groot voorstander van Probiotica onder pagina Antibiotica aangegeven en onder de genoemde omstandigheden).
Er zijn nogal wat 'triggers' waardoor epilepsieaanvallen kunnen worden opgewekt.
Ik noem er hieronder maar een paar:
Honden met epilepsie kunnen triggeren op bepaalde geuren uit kruiden en essentiële oliën.
Het is raadzaam hier rekening mee te houden en alleen kruiden te gebruiken waar blijvend goed op gereageerd wordt.
Maar ook TE plotse verandering van voer (bv. van brok naar vers) ZOU een aanval KUNNEN opwekken, omdat het allemaal zo lekker is.
Ik zeg met nadruk ZOU KUNNEN want het merendeel van epilepsiehonden op vers voer functioneren juist erg goed op deze manier van voeden.
Eerste Epilepsie-gen bij honden geïdentificeerd
Met grote dank aan dr. Linda Jansma, haar zienswijze op vaccinatieschade en epilepsie.
Aspecten van vaccinatie als oorzaak voor aanvallen bij epilepsie
in honden. Met extra aandacht voor het distemper vaccin.
Linda Jansma
Almere, 1999
Begrip epilepsie
Ter verduidelijking van het begrip epilepsie volgt eerst een aantal verklaringen met betrekking tot uitdrukkingen die gebruikt worden bij het beschrijven van het onderzoek.
Er bestaan twee soorten epilepsie:
Primaire epilepsie; ook wel idiopatische, genetische of ‘echte’ epilepsie genoemd. Voor dit soort epilepsie is meestal geen oorzaak te vinden. De diagnose wordt gesteld door alle andere oorzaken uit te sluiten.
Primaire epilepsie ontstaat meestal als de hond een leeftijd heeft tussen 6 maanden en 5 jaar.
Secundaire epilepsie; waarbij een aanwijsbare oorzaak te vinden is.
Er zijn tal van oorzaken voor secundaire epilepsie, waarbij het doel van de behandeling is, de oorzaak weg te nemen, wat echter meestal moeilijk is, omdat de oorzaak vaak niet duidelijk is vast te stellen.
Epilepsie bestaat uit het herhaaldelijk optreden van aanvallen.
Bij honden zijn er drie soorten aanvallen te onderscheiden.
Partiële aanvallen; waarbij bepaalde delen van het lichaam betrokken zijn, zoals bijvoorbeeld stuiptrekken, vlieghappen, zenuwtrekjes in het gezicht of het trekken met een oor.
Gegeneraliseerde aanvallen; ook wel grand mal genoemd.
Deze aanvallen bestaan uit twee fasen:
de tonic en de clonic fase.
De tonic fase is herkenbaar aan het omvallen van het dier, verlies van bewustzijn, het verstijven van de poten en krampen van het hele lichaam.
Soms stopt ook de ademhaling.
Deze fase duurt gewoonlijk ongeveer 10-30 seconden.
De clonic fase bestaat uit het bewegen van het hele lichaam, waaronder het heftig bewegen van de poten. (het zogenaamde ‘lopen’)
Bij beide fasen kan ook de controle over blaas of darmen wegvallen en kan er salivatio optreden. In sommige gevallen verschijnt er schuim om de mond.
Atypische aanvallen; welke niet in te delen vallen bij de vorige twee soorten.
De meeste aanvallen zijn in drie fasen in te delen:
De aura is de beginfase voor de werkelijke aanval
De hond is onrustig en vertoont soms afwijkend gedrag.
Het dier kan aanhankelijker worden, of zich juist terugtrekken.
Soms is er een vreemde blik in de ogen te zien.
De aura kan enkele minuten tot enkele dagen aanhouden.
De ictus is de werkelijke aanval
De hond valt om, verstijfd gedurende een korte periode (± 30 seconden), gevolgd door ontspanning, waarbij krampen en heftige beweging met de poten optreden.
De ictus duurt ongeveer 1-3 minuten.
De post-ictale fase is de periode na de aanval.
De hond komt bij bewustzijn, krabbelt overeind en is meestal een poosje de kluts kwijt.
Sommige honden hebben extreme honger of dorst.
Vaak zien ze slecht en hebben moeite met bewegen.
Enkele honden zijn vlak na de aanval overactief en anderen zijn juist geheel uitgeteld.
De post-ictale fase kan enkele minuten tot enkele dagen duren.
Buiten de genoemde soorten aanvallen, zijn er een tweetal bijzondere vormen van een aanval, waar extra aandacht aan besteed moet worden:
Clustering
Dit is wanneer een hond meerdere aanvallen op een dag heeft, waarvan hij tussentijds niet voldoende hersteld, dus waarbij geen herkenbare post-ictale fase optreedt.
Status epilepticus
Hierbij is sprake van een aanval, die langer dan enkele minuten duurt, waarbij de hond niet of nauwelijks bij bewustzijn komt.
Elke aanval wordt gevolgd door een nieuwe, waardoor de aanvallen eindeloos door kunnen gaan.
Algemene inleiding
De oorzaken voor het ontstaan van epileptische aanvallen bij honden lopen sterk uiteen.
Het feit dat alle honden verschillend reageren op medicaties, voedsel, en indrukken van buitenaf, kan toegewezen worden aan de verschillen in algehele geaardheid, zowel fysiek als mentaal. Hierdoor is moeilijk vast te stellen waardoor de eerste epileptische aanvallen zich openbaren.
Epilepsie is een aandoening die kan voorkomen in honden van alle rassen. Bepaalde rassen zijn gevoeliger dan andere, waaronder de Belgische Tervueren, Duitse Herder, Border Collie, Golden Retriever en Labrador Retriever, Dalmatiër en Poedel de hoofdgroep vormen (Oliver, Handbook of Veterinary Neurology, 1997).
Voor genoemde hoofdgroep geldt, dat er meestal geen aanwijsbare oorzaak voor de aandoening te vinden is (primaire epilepsie), maar vaak echter zijn er medische oorzaken waarbij epilepsie tot het ziektebeeld behoort.
De belangrijkste oorzaken zijn hersentumoren, infecties, toxica, stofwisselingsziekten, trauma’s en voeding.
De meeste oorzaken voor epilepsie zijn in te delen naar leeftijd (tabel 1).
Tussen de beginleeftijd van primaire (‘echte’, generieke, of idiopatische) en secundaire epilepsie (met aanwijsbare oorzaak) bestaat een duidelijk verschil, waardoor niet met zekerheid gezegd kan worden wat de veroorzaker is.
Tabel 1. Oorzaken voor epilepsie ingedeeld naar leeftijdsgroep
Leeftijd/classificatie en Oorzaak
<1 jaar
Toxisch: zware metalen (lood), strychnine, tetanus
Infectieus: distemper, encephalitis, diverse infectieziekten
Metabolisch: hypoglycemie - kortdurend, enzymdeficientie, hepatische encefalopathie
Voeding: Thiamine, parasieten
Traumatisch: acute verwonding aan het hoofd
1-3 jaar
Genetisch: primaire, idiopatische epilepsie (kan eventueel al ontstaan op de leeftijd van ± 6 maanden. Enkele keer ook als boven.
>4 jaar
Metabolisch: hypoglycemie, cardiovasculair, hypocalciemie, hepatische encefalopathie
Neoplastisch: primaire of metastatische hersentumor
Tussen de beginleeftijd van primaire (echte’, generieke, of idiopatische) en secundaire epilepsie (met aanwijsbare oorzaak) bestaat een duidelijk verschil, waardoor niet met zekerheid gezegd kan worden of invloeden van niet-neurologische aard een oorzaak zijn voor het tot uiting komen van epileptische aanvallen.
Omdat secundaire epilepsie in de meeste gevallen begint in de nog jonge pup, kan verondersteld worden dat de eerste volledige vaccinatie (op de leeftijd van ongeveer 12-14 weken) een veroorzaker is van het tot uiting komen van de aanvallen, terwijl bij primaire epilepsie, waarvan een duidelijke oorzaak onbekend is, en die meestal tot uiting komt als de hond een leeftijd heeft tussen de zes maanden en vijf jaar (Oliver, Handbook of Veterinary Neurology, 1997), de vaccinatie als grensverlagend zou kunnen worden beschouwd (waarbij met ‘grens’ wordt bedoeld het punt waarop een aanval tot uiting komt)
Volgens Dr. A. DeLahunta van de Cornell University, USA, erft elke hond een mogelijke, genetisch vastgestelde aanleg voor epileptische aanvallen, maar omdat elke hond een verschillend grensmaximum bezit, komen deze aanvallen alleen tot uiting bij honden met een lage grens, en over het algemeen niet bij de “normale” hond (Cunningham, Inheritance and Idiopathic Canine Epilepsy, 1987).
Een erg laag grensmaximum zien we voornamelijk bij honden met idiopatische (primaire) epilepsie (DeLahunta), waardoor deze groep dieren uitzonderlijk gevoelig is voor invloeden welke aanvallen veroorzaken, zoals bijvoorbeeld vaccinatie of hypothyroidisme (niet-neurologische invloeden). Omdat de hoogte van een grensmaximum bij elke individuele hond verschillend is, is het duidelijk dat niet alleen vaccinatie en hypothyroidisme deze grens in zekere zin beïnvloeden (d.i. verlagen) maar dat ook andere omstandigheden, waarbij elke hond verschillend reageert, een rol kunnen spelen, zoals bijvoorbeeld het gebruik van fenothiazine tranquillizers (bv. acepromazine, chloorpromazine, levomepromazine) of conserveringsmiddelen in voeding.
Ook een zekere medische conditie, zoals alkalose, kan het grensmaximum verlagen.
Onderzoek toont aan dat herhaaldelijke aanvallen een permanente verlaging van de maximumgrens kunnen veroorzaken, waardoor de severiteit van de aanvallen toeneemt (K.R. Dyer en L.G. Shell, Anti-convulsant Therapy: A practical guide to medical management of epilepsy in pets, 1993).
Tijdens dit proces (kindling), nemen de prikkelingen toe van de epileptische neurons in de hersenen, waardoor de niet-epileptische neurons gestimuleerd worden tot het tot stand brengen van een aanval. Hierdoor worden steeds meer neurons in het epileptisch proces betrokken, waardoor de maximumgrens onomkeerbaar wordt verlaagd en het aantal aanvallen toeneemt.
Een ander verschijnsel in de hersenen, het zogenaamde “mirror focus phenomenon”, kan eveneens een oorzaak zijn voor het verlagen van de maximumgrens.
Bij genoemd verschijnsel treedt een duplicatie op van de epileptische ‘afwijking’ in de hersenen, wat wil zeggen dat de kant van de hersenen, waar zich in principe geen epileptische neurons bevinden, na enige tijd eveneens in staat is zelfstandig aanvallen tot stand te brengen.
Gezien het feit dat er diverse oorzaken voor het verlagen van de maximum grens bestaan en dat vaccinatie, voornamelijk met het distemper vaccin, een belangrijk onderdeel van die oorzaken kan zijn, is er in dit kleine onderzoek extra aandacht besteed aan genoemde distemper vaccinatie.
Distemper vaccinatie als factor voor de verlaging van het grensmaximum
In Nederland worden jaarlijks ongeveer 1,2 miljoen adulte honden en juveniele honden (inclusief pups) gevaccineerd met zowel dode als verzwakte ziektekiemen.
In het verleden werd dit jaarlijks vaccineren als vanzelfsprekend beschouwd, echter sinds kort wordt er van diverse kanten kritiek geuit op het frequent inenten van huisdieren, doordat ongunstige bijwerkingen en plotseling optredende ziekten in verband worden gebracht met het vaccineringsproces.
Een groot aantal immunologen zijn echter van mening dat het risico op een infectie van meer belang is dan het risico wat vaccinering met zich mee kan brengen.
Voor honden die tot de groep behoren welke op een bepaalde manier op vaccinatie reageert, worden de voordelen die door deze mening over vaccinatie worden geschetst, teniet gedaan door de kans op ziekmakende of soms zelfs fatale reacties.
De theorie achter vaccineren is het voorkomen van infectieziekten die veroorzaakt worden door organismen die het lichaam binnendringen, zich vermenigvuldigen, en tijdens hun levenscyclus ernstige en in sommige gevallen onherstelbare schade aanrichten aan organen en weefsels.
Zelfs bij dieren met een sterk immuunsysteem kunnen infectie en beschadiging zo snel optreden, dat hun lichaam niet in staat is de binnengedrongen organismen te vernietigen.
In gevallen waar de hond in zekere mate verzwakt is, zal het immuunsysteem de infectie niet kunnen bestrijden, waardoor de hond sterft, of als de infectie toch geëlimineerd wordt, verzwakken of sterven aan de gevolgen van onherstelbaar beschadigd cellulair weefsel.
Omdat het immuunsysteem sneller reageert op binnengedrongen organismen als het deze al eerder geëlimineerd heeft, wordt de theorie toegepast van het toedienen van een minimale hoeveelheid dode bacteriën of een verzwakt virus aan het lichaam, om zodoende een afweerreactie op te wekken, zonder de ziekte te veroorzaken.
De toegediende antigenen binden zich aan proteïnen op het oppervlak van B-lymfocyten, cellen afkomstig uit het beenmerg.
De B-lymfocyten worden hierdoor geactiveerd zich tot een plasmacel te ontwikkelen, welke zich vermenigvuldigd en opgenomen wordt in de bloedcirculatie.
Op dat moment scheiden de plasmacellen specifieke antigenen af, die alle binnengedrongen organismen met dezelfde antigenen opsporen en vernietigen.
Zodra elk infectieus organisme is vernietigd zal de plasmacel, ofwel de ontwikkelde B-lymfocyt, in de bloedcirculatie blijven als “memory cell”. Zodra een organisme met dezelfde antigenen opnieuw het lichaam binnendringt, zal de “memory cell” zo snel antilichamen produceren, dat het antigen zich niet kan vermenigvuldigen en zodoende de infectie niet tot stand kan komen.
Vaccinatie, of ook wel ‘actieve immunisatie’ genoemd, is gebaseerd op de voorgaande theorie, waarbij toediening van antigenen resulteert in een beschermende immuniteit voor de betreffende infectie, welke dezelfde identificatiekenmerken heeft als datzelfde anti-gen.
Soorten vaccins
Dode vaccins
Dode vaccins worden vervaardigd uit inactieve micro-organismen, welke normaal gesproken een infectie veroorzaken.
Omdat deze micro-organismen dood zijn, zijn zij niet in staat zich te vermenigvuldigen en de infectie te veroorzaken.
Hun aanwezigheid in het lichaam zorgt er echter voor dat het immuunsysteem de specifieke antigenen aanmaakt die het lichaam beschermen.
Dode vaccins geven echter een korte en zwakke bescherming tegen infecties, waardoor zij vaak in grote of frequente doses toegediend moeten worden om voldoende immuniteit te bewerkstelligen.
Gemodificeerde levende vaccins (GLV)
Gemodificeerde levende vaccins bestaan uit verzwakte micro-orga¬nismen van een bepaalde infectie.
Deze micro-organismen zijn veranderd, zodat zij bij de meeste honden geen infectie veroorzaken, maar wel in staat zijn om zich te vermenigvuldigen en zodoende een beschermende afweerreactie te doen ontstaan.
Omdat deze organismen zich kunnen vermenigvuldigen en zich kunnen verspreiden door het lichaam als een ‘levend’ organisme, is de immuniteit die zij veroorzaken groot en langdurig.
Subunit vaccins
Subunit vaccins bestaan niet uit een geheel micro-organisme, maar alleen uit een component daarvan, welke een beschermende immuniteit veroorzaken. Subunit vaccins zijn ongeveer gelijk aan dode vaccins, daar zij ook niet infectieus zijn en geen langdurige, zwakke bescherming bieden.
Vanwege voorgaande en de hoge productiekosten, wordt meestal gebruik gemaakt van dode en gemodificeerde levende vaccins.
Risico’s van GLV’s
Recente onderzoeken betreffende de risico’s die verbonden zijn aan GLV’s tonen aan dat zij inherent meer gevaar opleveren dan dode (geïnactiveerde) vaccins (P.A. Davol, Vaccines, Infectious Diseases and the Canine Immune System, 1998).
De beschikbare polyvalente en monovalente vaccins blijven echter aanvankelijk GLV’s, ondanks bewijzen dat dode vaccins, die minder probaat werkzaam zijn vanwege het produceren van lagere spiegels of korter durende immuniteit, veiliger zijn.
Vaccinaties kunnen echter problemen opleveren bij een bepaalde medische conditie, zoals bij tumoren.
De aanwezigheid van actief groeiende tumorcellen, veroorzaakt een sterke afname van proteïne in het lichaam, waardoor het immuniteitsrespons op de antigenen verzwakt.
Niet alleen kunnen vaccinaties problemen opleveren bij al bestaande aandoeningen, ook kunnen zij bepaalde condities veroorzaken, zoals immunosuppressie (het verminderd functioneren van het immuunsysteem door middel van polyvalent vaccineren), auto-immunopathie en enkele andere complexe ziekten met betrekking tot het immuun systeem.
GLV’s, hoewel noodzakelijk en over het algemeen veilig en probaat werkzaam, kunnen echter gevaren opleveren bij honden met epilepsie.
Sommige vormen van epileptische aanvallen kunnen een direct gevolg zijn van de reactie van het immunologisch mechanisme. Vaccinatie kan hiervoor de oorzaak zijn, omdat de introductie van een anti-gen in het lichaam een aanval op het zenuwstelsel activeert.
De oorzaak van neurologische reacties op vaccinaties wordt meestal toegewezen aan het GLV voor het Canine distemper virus (ziekte van Carré of Hondeziekte).
Immunosuppressie speelt echter ook een rol bij neurologische reacties.
Gelijk het verloop van het pathogeen distemper virus, kan het immuunsysteem, als er een distemper GLV in het lichaam van de hond wordt geïntroduceerd, soms niet snel genoeg reageren op de binnengedrongen antigenen, waardoor het (verzwakte) virus vanuit de bloedbaan de hersenen kan bereiken, of via het cerebrospinale stelsel toegang verwerven tot het centrale zenuwstelsel.
Het verzwakte virus, dat echter niet pathogeen is, wordt in het hersenweefsel gedupliceerd en veroorzaakt daar een respons van het immuunsysteem in de vorm van een ontsteking van het hersenweefsel, wat kan resulteren in beschadiging aldaar, waardoor neurologische symptomen optreden.
Deze symptomen, gelijk aan die van het pathogene virus, kunnen tot uiting komen kort na de vaccinatie, of binnen enkele weken daarna en omvatten o.a. een verzwakte motoriek, incoördinatie, ademhalingsmoeilijkheden (zelden apnoe) en aanvallen, en kunnen worden voorafgegaan door depressie, koorts, braken..
Hoewel dit verschijnsel over het algemeen niet onderkend wordt, is na onderzoek onder zestig honden met epilepsie gebleken, dat 1 op de 3 honden epileptische aanvallen krijgt na het vaccineren, waarvan 82,6% binnen 1 tot 7 dagen.
Veertien van de drieëntwintig honden met een reactie op vaccinatie hadden nog nooit eerder epileptische aanvallen gehad.
Eèn van hen kreeg de eerste epileptische aanval op de leeftijd van 13 weken. In 87% van de gevallen maakte het GLV voor distemper deel uit van de polyvalente vaccinatie, en bij 13% van de honden betrof het een parvovirosis/leptospirosis-vaccinatie.
De leeftijd van de honden varieerde tussen de 13 weken en 14 jaar.
Van de 23 honden reageerde 60,9% elk jaar opnieuw op de vaccinatie en bij 39,1% betrof het de eerste volledige enting, waarvan nog niet bekend is of de volgende vaccinatie wederom aanvallen zal veroorzaken c.q. de frequentie en severiteit van de aanvallen zal doen toenemen.
Er werden geen significante veranderingen in het dagelijks patroon of medische conditie geconstateerd (zoals verandering van voedsel, ziekte of enigerlei andere reden) waardoor de aanvalsaktiviteit zou kunnen wijzigen.
De toename van aanvallen in aantal en severiteit na vaccinatie was bij 43,5% van de honden slechts tijdelijk.
Na een periode van 1 tot 4 weken hadden de dieren zich volledig hersteld en vielen terug in hun oude patroon. Bij 56,5% was de toename permanent en was hoofdzakelijk het geval bij die honden die nooit eerder aanvallen hadden gehad.
De verschijnselen die de honden met een reactie op vaccinatie vertoonden, varieerden per hond van één of meerdere grand mals tot status epilepticus. Enkele van hen moesten voor extra zorg een bepaalde periode ter observatie bij een dierenarts verblijven, maar herstelden zich in een vrij korte periode.
Uit voorgaande valt, statistisch gezien, te constateren, dat vaccinatie, met in het bijzonder de toediening van het GLV distemper, de maximum grens bij epileptische aanvallen kan verlagen.
Uit het feit dat 43,5% van de 23 honden zich binnen vier weken na vaccinatie volledig herstelden en terugvielen in hun oude patroon, kan opgemaakt worden dat de grensverlaging bij honden die al eerder aanvallen hadden, slechts van tijdelijke aard is, en dat de toediening van het GLV distemper enkel een veroorzaker genoemd kan worden voor het tijdelijk verstoren van het aanvalspatroon, ofwel een neurologische prikkel veroorzaakt, die het ontstaan van aanvallen bewerkstelligt.
Bij de groep honden (56,5%) die nog nooit eerder aanvallen heeft gehad, is het vrij goed mogelijk dat de distemper vaccinatie de maximum grens onomkeerbaar verlaagd, ofwel de ‘trigger’ vormt voor de eerste uiting van epileptische aanvallen.
Om tot een nog betrouwbaarder resultaat te komen, zou er gewerkt moeten worden met een onderzoek onder een bepaald aantal honden met reacties op vaccinatie, waarbij 50% van de honden gevaccineerd zouden worden met een polyvalente vaccinatie zonder distemper en 50% met een vaccinatie inclusief distemper (een zogenaamd dubbelblind onderzoek, waarbij zowel dierenarts als eigenaar niet weet welk vaccin gegeven wordt).
Het jaar daarop zou de vaccinatie verwisseld moeten worden en zou bekeken kunnen worden hoe de diverse reacties zich ontwikkelen.
Echter moet rekening gehouden worden met verschillende factoren en omstandigheden, waaronder het gebruik van dode of gemodificeerde levende vaccins, het gebruik van polyvalente versus monovalente vaccins, en de reactie op vaccinatie van elke individuele hond.
Daar het aantal aanvallen door middel van het kindling effect negatief beïnvloed kan worden, is het zinnig na te gaan of jaarlijkse inenting van honden met epilepsie zinvol en verantwoord is, en of een alternatief, zoals een driejaarlijkse vaccinatie, of eventueel stoppen met vaccineren, na de eerste volledige inenting, bij deze groep dieren mogelijk is.
Noot van de auteur;
Bij het verzamelen van gegevens voor het schrijven van deze scriptie, heb ik eveneens artikelen gelezen, waarin gedebatteerd werd over het feit of vaccinatie al dan niet schadelijk zou zijn, en waarin een vergelijking werd gemaakt tussen vaccineren als preventief middel en de ziekten die kunnen optreden bij niet vaccineren.
Allen gebaseerd op verslagen over ongunstige reacties en ziekten welke veroorzaakt zouden zijn door het toedienen van een vaccin.
Er bestaat zelfs een boek en een videotape, waarin statistisch bewezen zou worden dat vaccinatie schadelijk en zelfs gevaarlijk zou zijn.
(What vets don’t tell you about vaccines, C. O’Driscoll).
Ik wil echter met nadruk vermelden dat het statistisch onderzoek waarop het boek gebaseerd is, naar mijn mening niet voldoende kan zijn om tot een dergelijke conclusie te komen.
Daarvoor is meer medisch onderzoek nodig, welke niet verricht is voor het schrijven van genoemd boek.
Ik geloof echter dat dergelijke argumenten van twee kanten bekeken dienen te worden voordat men tot een verantwoorde beslissing kan komen, en met betrekking tot voorgaande zou deze beslissing naar ratio genomen moeten worden.
Net als de meeste andere medicaties en behandelingen hebben vaccinaties hun grenzen in zowel doeltreffendheid als veiligheid en deze grenzen zijn uiteindelijk mede afhankelijk van diverse factoren.
Ik heb deze scriptie uitsluitend geschreven met de nadruk op de connectie tussen vaccineren en epileptische aanvallen en wil hiermee geenszins twijfel opwekken over het al dan niet schadelijk zijn van vaccinaties.
Ik wil hiermee alleen wijzen op de diverse factoren die een limiet kunnen stellen aan veilig en probaat immuniseren van honden met epilepsie.
Dankwoord
Mijn dank gaat uit naar de eigenaren en hun hond, die mij gedurende lange tijd al hun waarnemingen nauwgezet hebben doorgegeven en mij voorzien hebben van waardevolle informatie uit het verleden van hun honden. Niets vraagt zoveel geduld als het telkens opnieuw beantwoorden van vragen over de verschrikkelijke ziekte die elk van deze honden teistert en waarover soms liever niet gesproken wordt, uit angst het lot te tarten, en ondanks de soms emotionele momenten, wanneer een van “onze” honden opnieuw aanvallen kreeg na een lange periode van rust, of wanneer een van “onze” honden de strijd opgaf, hebben we ook mooie momenten gehad.
Aan al die momenten zal ik met gevoelens van verdriet en vreugde terug denken. Niets is erger dan de ellende van een ziekte waarvan de oorzaak onbekend is.
© S@ndra© 2006 All Rights Reserved
Lieve groet, Ilja
Dit komt doordat het onderwerp niet meer recent is en in het hondenforum archief terecht ik gekomen.
Als je over "husky met epileptie" wilt praten in het hondenforum dan kun je het beste een nieuw onderwerp aanmaken
Zoek je iets op de HondenPage ? Vul dan hier jouw zoekwoorden in ?