Hey Linda,
Jouw hond kent wel de regels van de roedel, alleen moeten jullie die ook nog leren 
Een ervan is dat je als leider je hond altijd naar je toeroept en niet naar hem toe loopt.
Zoals het nu gaat, ligt jouw hond op zijn eigen plek en komt jouw vriend naar hem toe. Omdat hij naar hem komt, is hij de ranglagere en heeft jouw hond het 'recht' om hem te corrigeren. Hij heeft namelijk helemaal geen zin om te kroelen.
Om te beginnen zou ik de zes hierarchieregels gaan toepassen. Ik zal ze onderaan dit bericht neerzetten.
Daarnaast, ga op cursus! of neem een gedragstherapeut in de arm.
Zeker met je kinderen kun je geen risico lopen. Zorg dat kinderen en hond nooit alleen zijn. Laat de kinderen niet naar de mand van de hond toegaan, dat is zijn plek, waar hij rust kan vinden!
Laten afmaken vind ik echt onzin, maar je moet wel met dit probleem aan de slag, ook voor je hond, die voelt zich nu ook niet lekker op zijn plekje.
Groetjes, Margje
De zes hiërarchieregels:
1. De mindere (de hond) meldt zich bij de meerdere (de baas) als de meerdere daarom vraagt.
Veel honden krijgen de hele dag door aandacht en raken daar helemaal door verzadigd. Waardoor jij als baas niet meer zo leuk bent. Binnen nog wel, maar buiten zijn er zoveel andere leuke dingen en die baas is er straks ook nog wel.
Daarom is het belangrijk om deze regel toe te passen. Negeer de hond als hij uit zichzelf naar je toekomt. Roep hem bij je als hij ergens rustig ligt en geef hem dan alle aandacht. Verbreek zelf deze aandacht weer. Ga niet te lang door, zodat de hond uit zichzelf al wegloopt.
Let ook eens op het begroetingsritueel. Het begroetingsritueel staat vaak in verband met verlatingsangst. Als we thuiskomen begroeten we de hond vaak enthousiast. Terwijl je eigenlijk wil dat weg gaan en thuis komen heel normaal zijn en bij de dagelijkse dingen horen.
Het beste is bij thuiskomst de hond te negeren. Pas als je rustig je jas hebt uitgetrokken en de hond is rustig, roep hem dan bij je.
2. De meerdere begint en eindigt het spel.
Vaak heeft hond heel veel speeltjes die allemaal op de grond verspreid liggen. Doordat hij altijd toegang heeft tot deze speeltjes zijn ze voor hem niet meer zo interessant. Ruim daarom alle speeltjes op, eventueel kun je 1 speeltje laten liggen en die wekelijks ruilen voor een ander speeltje.
Een hond speelt niet ‘zomaar’. Ook voor hele jonge honden is spelen een manier om kracht te meten en status te bepalen. Tijdens het spelen vindt een dominantiebepaling plaats. Als je met de hond gaat spelen is dan ook van belang dat je het laatste spelletje wint en dat jij als baas het spel start en eindigt.
Een spel start je, door zelf een speeltje te pakken en de hond uit te dagen mee te spelen. Een spel eindig je door zelf het speeltje weg te leggen, blijft de hond in je broek hangen of springen naar het speeltje, dan moet je het spel duidelijk eindigen, bijvoorbeeld door de hond op zijn rug te leggen. Let bij het op de rug leggen altijd op de emotie van de hond te zien aan zijn staart en oren.
Leer de hond ook het verschil tussen ‘vast’ en ‘los’. Een hond weet nog niet wat los is, dat moet je hem nog leren. Door hem uit te dagen met een speeltje wil hij het speeltje vastpakken, zeg dan ‘vast’. Als hij het speeltje goed vasthoudt, pak dan een brokje en hou die onder de neus van de hond, zodra de hond loslaat, zeg je ‘los’. Zo leer je hem het verschil tussen los en vast.
3. De mindere maakt plaats voor zijn meerdere.
Bij (wilde) honden zie je dat een meerdere altijd een ‘vrij pad’ heeft. Alle andere honden gaan voor hem aan de kant en zullen hem niet in de weg liggen. Ook zullen ze nooit ‘per ongeluk’ tegen hem oplopen.
Als de hond voor ons gaat liggen, dan stappen we niet om hem heen. Schuifel met je voeten tegen de hond aan, zodat hij aan de kant gaat. Dit kun je door het hele huis doen, zodat de hond gaat leren dat de enige plek waar hij rustig kan slapen zijn bench is.
De bench is voor de hond altijd een rustplek. Hij mag daar dan ook nooit gestraft of lastiggevallen worden. In de bench heeft de hond altijd rust. Leer dit ook aan kinderen, dat als de hond in zijn bench ligt, hij met rust gelaten moet worden.
4. Degene die voorop loopt is de roedelleider.
De roedelleider bepaalt welke kant de roedel opgaat. Hij loopt dan ook voorop en leidt de weg.
Loopt de hond voor je uit, draai dan telkens de andere kant op. Ook tijdens de uitlaatronde loop je als leider voorop en draai je om als de hond voor jou uitloopt. Loop ook regelmatig eens de andere kant op, hoe meer onvoorspelbaar de wandeling, hoe meer duidelijk is dat jij leidt.
Loopt de hond los, zorg er dan voor dat de hond jou in de gaten houdt. Dit doe je door je regelmatig te verstoppen. Loopt je hond vooruit, verstop je snel achter een boom. Door de schrik zal hij leren beter op te letten.
Belangrijk bij deze regel is ook de ‘deurtraining’. Een leider loopt ook als eerst door een nauwe doorgang. Train dit met de deuren in huis. Je doet de deur open, springt de hond op, dan doe je snel de deur weer dicht. Is de hond weer rustig dan probeer je weer de deur open te doen. Alleen als de hond netjes blijft zitten en jou eerst door de deur laat gaan, waarna jij de hond toestemming geeft om te komen, mag de deur open blijven. Om dit bij alle deuren te krijgen moet je oefenen met verschillende deuren. Na een aantal deuren zal de hond gaan generaliseren.
5. De meerdere eet eerder dan de mindere.
In een roedel eten de hogere in rang het eerst de beste delen van het karkas op.
Geef daarom de hond te eten nadat je zelf gegeten hebt. Dit geldt als het tijdstip van zelf eten en het eten van de hond vlak bij elkaar liggen. De hond geeft je dus niet te eten, vlak voor je zelf aan tafel gaat, of als je staat te koken.
Het is geen probleem om de hond bijvoorbeeld een half uur voordat je zelf gaat koken eten te geven.
6. De ranghoogste is altijd hoger gepositioneerd dan de ranglagere.
Dit betekend dat de hond bij voorkeur niet op de bank of op bed mag. Ook mag de hond niet op je klimmen. Zorg dat je altijd hoger gepositioneerd bent dan de hond.
Bij honden onderling zie je dat volwassen honden een andere hond kunnen ´overmeesteren´ dat wil zeggen dat de lager geplaatste hond zich overgeeft aan de hoger geplaatste, hij gaat daarbij op zijn rug liggen, legt zijn keel en buik bloot en heeft zijn staart tussen zijn poten om zijn anaalklieren af te schermen. De hond ligt dan helemaal stil. De laagste bij de grond is dan ook echt de laagste in rang.
Bij spel zie je dat de rollen telkens wisselen, een lager geplaatste hond kan dan ineens boven de hoger geplaatste hond staan. Maar dit gebeurt dus alleen in spel, kenmerkend zijn daarvoor de spelboog en de rolwisselingen.
Wanneer pas je de regels toe?
Bij een pup begin je vanaf dat je hem in huis hebt met het toepassen van de hiërarchieregels.
Een pup past de regels al in het nest toe. Kijk maar naar pups onderling. Ze ‘spelen’ maar zoals bij elk spel gaat het om wie er wint. Daar zijn pups ook al mee bezig! Gegrom bij de voederbak en om speeltjes komt ook al voor. De moeder corrigeert haar pups ook al als ze te veel opdringen of de regels negeren.
Als je bij een pup de regels goed toepast, heerst er duidelijkheid bij de pup. Hij weet waar hij aan toe is. Let er op wat je bij een volwassen hond niet zou tolereren, tolereer dat ook niet bij een pup!