Ik copy/paste even een stukje over tenten dat ik schreef in een ander hiking-topic. Misschien heb je er wat aan:
Je kan een tent kiezen op basis van verschillende criteria:
1. Vorm (tunnel of koepel)
Tunneltent hebben, zoals het woord zegt, een tunnelvorm. Ze zijn heel makkelijk op te stellen en hebben meestal een lager gewicht. Om ze op te stellen heb je een grotere plaats nodig dan een koepeltent. Voor bergtochten zijn ze daarom minder geschikt dan een koepeltent (omdat het op berghellingen vaak moeilijk is om een vlak stukje grond te vinden om op te slapen en de tent dan wel es te lang kan zijn). Ook zijn tunneltenten minder stormvast dan geodetische tenten. In gebieden waar wind langdurig uit dezelfde richting komt, hoeft dat geen probleem te zijn omdat je dan je tent kan opstellen met de wind mee. In de bergen, waar wind heel snel en fel kan draaien, is de juiste positie van je tent dus niet zo goed te voorspellen en is een koepeltent dus beter.
Bij de koepeltenten zijn de geodetische tenten het meest stormvast (kruisende boogstokken), zij kunnen orkaanwind aan, en ze kunnen beter een sneeuwlaag dragen. Ze zijn uitermate geschikt voor de bergen omdat ze een beperkter grondvlak (meer vierkant model dan de tunneltent) hebben. Maar ze zijn wat moeilijker op te stellen en hebben meer gewicht.
2. Luifel.
De grootte van de luifel kan belangrijk zijn al naargelang het soort reizen wat je wil maken. Een grote luifel is een luxe bij een trektocht in moeilijke weersomstandigheden: je kan er je kletsnatte rugzak, schoenen, goretexbroek en jas in kwijt (hoef je je natte spullen niet mee in de tent te nemen en blijft zo je grondzeil, matje en slaapzak lekker droog). Onder de luifel kan je ook koken als het buiten te slecht weer of te koud is. Kortom: een grote luifel is een superhandig iets!
3. Kwaliteit
Het spreekt voor zich dat je voor een trektocht in barre omstandigheden een veel betere tent nodig hebt dan voor een overnachting in het zonnige zuiden. Waterdichtheid is van het grootste belang. Daar is een norm voor vastgesteld (DIN-norm). Deze norm is een minimum, daar moet je dus zeker boven zitten. Verder is het zo dat de waterdichtheid van een tent stelselmatig achteruit gaat met gebruik/ouderdom. Hoe hoger je dus boven de DIN-norm zit, hoe betrouwbaarder de waterdichtheid is.
Voor het buitenzeil geldt een minimumwaarde van 1300 mm, maar als je weet dat een stevige regenbui een druk van ongeveer 1500 waterkolom kan hebben, dan weet je meteen dat je best een eind boven deze norm blijft. Een buitenzeil van 3000 mm of hoger is ideaal. Op het grondzeil komt echter veel meer druk te staan, en dus moet het waterkolom daar ook hoger zijn. 5000 mm is echt het minimum, beter is 7000 mm of 10.000 mm.
Het zeil van goeie trekkerstenten hoort van een ripstopweefsel te zijn: dit is een manier van weven waardoor het zeil niet kan doorscheuren, zelfs niet als er een gaatje in komt (wat je dan kan dichten met silicone). Geen enkele goedkope tent heeft dit en is dus niet slijtvast.
Ook het grondzeil hoort schuurbestendig te zijn (denk maar aan alle ondergronden die het te verduren krijgt: steentjes, rots, keien, lavagruis, dennedopjes, enz.)
Verder moet een tent een goeie ventilatie hebben, ideaal zijn twee ventilatiegaten, die ook bij regen kunnen geopend worden.
Je hebt drie- of vierseizoenstenten. Met vierseizoenstent bedoelen ze dat die ook extreme winterse omstandigheden aankan (genre expeditietent) en dus extra bedacht is om vrachten sneeuw te dragen, sneeuwflappen heeft, e.d.
Waar uiteindelijk je prioriteiten liggen, hangt helemaal af van het soort reizen wat je wil maken, het gewicht dat je kan dragen, de gebieden waar je naartoe wil. Dat zijn dus persoonlijke keuzes.