Mijn weg naar mijn eerste hond is lang geweest.
Ik ben niet opgegroeid met honden en er zelfs altijd wel bang voor geweest. Dat kwam vooral omdat ik met mijn stiefvader nogal eens 'de boer op ging' en daar eigenlijk alleen in aanraking kwam met de echte waakhonden die onze aanwezigheid niet erg op prijs stelden. Tweemaal gebeten (met wonden tot gevolg) hielp natuurlijk ook niet mee. Maar de trouwe, loyale, Labrador van mijn oom vond ik geweldig en later de Mechelaar van de bewaker op mijn werk ook. Eigenlijk vond ik de honden die ik kende dus juist erg leuk.
Op vakantie in Schotland maakte ik kennis met de Border Collie. Zo rustig dat het een haardkleedje leek tot de baas in beweging kwam. Iedereen negerend; eenkennig. Maar dus ook mij negerend; geen geblaf, geen opspringen, geen staren; hij lag daar maar stil te liggen.
En toen kreeg ik dus werk in de natuur. Dagelijks veel buiten. Geen partner meer die niets met honden had. Toen ben ik me echt in het ras gaan verdiepen want de stap van 'bang voor honden' naar een eigen hond is natuurlijk erg groot. Ik werkte met IJslandse paarden dus ik wist dat ik een hond zocht die nog erg 'puur' was. Puur omdat ik dat begrijp en daarmee om kan gaan terwijl doorgefokte rassen (op uiterlijk) voor mij moeilijker te begrijpen zijn en ik me daardoor ga irriteren. Net als met IJslandse paarden zocht ik ook een hond met pit, energie, een bepaalde felheid die wel controleerbaar moest zijn. Bij paarden zochten wij (de groep waar ik mee werkte) dat ook. We wilden vlammen met een paard maar niet als een ongeleid projectiel door het bos stuiven met alle gevaren van dien. En waar bij paarden mijn favorieten 'steady feet' (een zelfverzekerdheid in hoe en waar zij hun hoeven neerzetten en dus zelf ongelukken vermijden) hadden, zocht ik ook een hond die zelf nadacht. Na een leven met dominante mensen was het laatste wat ik wilde een hond die zich niet naadloos aan mijn leven aanpaste en waarvoor ik teveel compromissen zou moeten sluiten om het samenleven te laten werken. De hond moest dus een natuurlijke drang hebben om het mij naar de zin te maken en te luisteren. Een hond die met/voor me wilde werken met alles wat die in zich had, toch thuis rustig en meegaand zou zijn, een eigen inzicht/verantwoording zou hebben, ons kon verdedigen/beschermen, echt 'van mij' zou zijn en toch heerlijk kon knuffelen.. Niet te groot, minimale vachtverzorging, wel uiterlijk aantrekkelijk en geen blaffer.. Een eisenlijst van hier tot Tokyo.
En zou ik het kunnen?
De ontdekkingsreis voerde me langs veel leesvoer, BCeigenaren, wedstrijden, wandelingen, bij BC eigenaren thuis, op visite, blijven logeren, een logeer BC om te zien hoe dat thuis zou werken en lange gesprekken met een fokker. En zo maakte ik mijn keuze. Ja, er kwam een hond. Ja, dat werd een BC, een werklijn. En uit een lijn met stoere maar zachtaardige honden met veel pit.
Ik zou je Elsa willen lenen om te zien hoe je een echte werklijn BC bevalt maar ik kan Elsa onmogelijk loslaten. En Momo is er ook eentje maar al oud waardoor veel van dat 'vlammen' er niet meer in zit. Het karakter van de lijn zie je bij haar wel terug; het koppige, vasthoudende, will-to-please, eenkennig (al is Elsa daarin een uitzondering), knuffelig, trouw, alert, intelligenter dan goed voor hen is.
Voor mij is de BC ook echt wel een hond voor mensen met 'autistische trekjes'; mensen met een voorkeur voor controle. Regelmaat. Consequent zijn. Geen hond voor mensen met een laissez-faire levensstijl of iemand die een hond 'erbij' wil voor 'het plaatje'. Met een BC word je één. Volgens mij past een werklijn BC perfect bij jou Lisa. (En bij mij.)