
Even voor het gemak gaan we voor wat bovenstaande onderwerpen betreft maar een tijdindeling maken in voor en na de eeuwwisseling. Toen de tentoonstelling nog een belangrijke rol speelden werden rashonden vooral gefokt op schoonheidsidealen. Dit hield in dat binnen sommige rassen extreme lichaamsbouw in hoog aanzien kwam te staan. Het was toen vooral voor de fokkers, die hun honden showden, belangrijk dat hun hond(en) op tentoonstelingen goed in beeld kwamen. Als een dier aan de raspunten voldeed, een goed gangwerk had en harmonisch in elkaar zat, kreeg je al snel de kwalificatie 'zeer goed' en hoger. Over welzijn of gezondheid hoorde je niemand. Men ging ervan uit dat honden die geshowd werden het prima voor elkaar hadden en in goede gezondheid verkeerden. Anders mochten zij niet op de show verschijnen, was de gedachte hierachter. Na de eeuwwisseling ging men pas echt beseffen dat niet iedere fokker van rashonden de moeite nam shows te bezoeken en goede gezonde dieren te fokken. Sommige raspunten werden overdreven om het beeld te laten ontstaan van een goed vertegenwoordiger van een bepaald ras. Dit leidde tot dieren met gezondheidsproblemen. Gelukkig wordt nu op tentoonstellingen door keurmeesters gekeken naar overdreven kenmerken. Als die worden opgespoord, komt een dergelijk dier niet meer in aanmerking om kampioen te worden. En volgens mij minstens zo belangrijk: een hond die gedragsmatig niet voldoet, mag ook de ring verlaten zonder kampioenschap. Rasverenigingen stellen regels op en wie daaraan niet voldoet, kan bij de pups wel een stamboom krijgen, maar krijgt wel een aantekening dat deze dieren niet gefokt zijn volgens de regels van de rasclub. Het ligt aan de kopers of ze de vraag in stand houden naar deze niet goed geregistreerde, goedkopere hondjes.

Reageren
















