Allereerst even de uitspraak dat "de natuur het kennelijk beter kan". Er zijn verschillende dierenrassen in de wereld, waar niet mee gefokt wordt, die leiden aan een hele smalle genetische basis. Dit fenomeen komt dus zeer zeker ook voor in de natuur. Het bekendste voorbeeld is het Jachtluipaard waarvan men vermoed dat deze zo'n 10.000 jaar geleden bijna uitgestorven is geweest. Alle hedendaagse Jachtluipaarden stammen af van een heel select aantal voorouders. In conserveringsprogramma's is die smalle genetische basis één van de grootste problemen die men tegenkomt. Dit fenomeen dus dus zeer zeker ook in de natuur gewoon voor.
Daarnaast is dit onderzoek natuurlijk geen nieuws, dat zeggen de onderzoekers zelf ook. Het is de eerste kwantitatieve schatting van verhoogde genetische druk door selectief fokken en kleine populaties. We wisten, aan de hand van kwalitatief onderzoek, al veel langer dat je door selectief fokken de genetische basis heel smal maakt. Bovendien kan je bij heel veel rassen ook weer terug naar een heel select aantal voorouders. Ten slotte is "inbreeding" in een aanzienlijk deel van de fokwereld heel gewoon en worden er coëfficiënten gebruikt om te bepalen in hoeverre potentiële koppels gerelateerd zijn. Dit alles maakt duidelijk dat dit geen nieuws kan zijn.
Waar men met dit soort onderzoeken uit de bocht vliegt is hier enorme verstrekkende conclusies aan verbinden. We weten nu niet welke rashonden zijn gebruikt, we kennen allemaal de voorbeelden van de CKC Spaniels, Chihuahua's en Bulldogs. De vraag is of een afdoende steekproef of verschillende rassen is gehouden. Alle rassen over dezelfde kam scheren is wel lekker makkelijk maar natuurlijk volslagen onzinnig als daar geen fatsoenlijk argument aan ten grondslag ligt. Het onderzoek heeft bijvoorbeeld bij wolven naar het meest talrijke wolvenras gekeken. Als men de Rode Wolf of de Ethiopische Wolf had genomen voor onderzoek had het resultaat mogelijk heel anders geweest. Kortom, de keuzes van de onderzoekers bepalen natuurlijk deels zeker wel de onderzoeksresultaten.
Wat dit onderzoek dus zegt is dat, vergeleken met Amerikaanse wolven en zwerfhonden de geteste rashonden (exacte rassen onbekend) een smallere genetische basis hadden. De conclusie is ook niet dat rashonden per definitie zwakker zijn, maar dat kleine populaties en veelvuldig fokken met individuele honden (om "ideale honden" te produceren) leiden tot hogere genetische druk op rashonden.
Die conclusie is natuurlijk wel een aardig startpunt voor andere onderzoeken en heeft zeker wel implicaties voor de fokkerij. Maar kijk wel uit dat je er niet allerlei hele grove, generaliserende conclusies voor de gehele hondenwereld aan verbind, want dat is niet te onderbouwen.