Ik heb altijd begrepen dat het pittige honden zijn.
Echte werkhonden, lichamelijk sterk en ook een sterke eigen wil omdat ze gewend moesten zijn zelfstandig te kunnen werken.
Niet echt sociaal buiten de eigen mensen om, daarom moet je ze heel goed socialiseren.
Maar hun eigen karakter/genen kun je niet verloochenen, van oorsprong zijn ze er juist op gefokt om gereserveerd/wantrouwig te zijn.
En als je daar niet goed mee omgaat, krijg je een hond die niet te vertrouwen is met vreemden.
Als je ze te weinig werk of uitdaging biedt, gaan ze zelf iets zoeken en dat is altijd net wat jij niet wilt. Slopen, enkels happen, graven, blaffen bijvoorbeeld.
Wat bedoel je met 'een lekkere werkhond, wat wil je er dan mee gaan doen?
Black is een Barbet en dit ras is ook een echte werkhond maar bij dit ras is juist het karakter bijna het tegenovergesteld van de Aussi.
Toch kan ik met hem ook alle takken van sport doen (en ook doe).
Alleen bij de Barbet is juist belangrijk dat de hond sociaal is naar mens en dier en geen spoortje van agressie/nervositeit heeft.
Het zijn hele goedmoedige en vriendelijke honden, maar toch met heel veel werklust.
Niet dat jij de Barbet leuk zou moeten vinden, maar gewoon als voorbeeld.
Ik bedoel, gaat het je voornamelijk om de werklust, om iets met de hond te doen?
Of gaat het je ook om het hele karakter van de aussi, het zelfstandige, het gereserveerde, het waakse, de grote werklust, de grote trouw aan de baas?
Ik denk net wat MiniMaxi zegt, als je zo'n hond als de aussi alles kunt bieden en hem heel goed kan opvoeden, dat je er een wereldhond aan hebt!
Maar het gaat ook vaak verkeerd, daar lees je ook verhalen over: toch een veel te pittige hond en eigenaren die zich daar flink op verkeken hadden.