Consequent moet een mens zijn. Vaste regels hanteren, het is de hoeksteen van elke goede opvoeding.
Bij een overtreding van die regels reageert men best met een strenge stem, nodig om het (honden-)kind goed te laten merken dat het menens is. Lang hoeft dat niet te duren, en schreeuwen hoeft het niet te worden. Gewoon een korte reprimande om het verbod kracht bij te zetten.
Eén van die zaken waar ik consequent en streng over ben, is het opjagen van dieren. Het kwetsen of, nog erger: doden ervan, is al helemaal uit den boze. “Leven en laten leven”: dat is het motto van dit baasje. En als echte dierenliefhebber ziet ze graag iets meer van wilde dieren dan alleen maar hun snel in de verte verdwijnende staart. Eten genoeg in de bak, zelf vangen is niet nodig, dank u wel!
Daarom heb ik goed geoefend met mijn Doby. We zijn de eendjes wezen voederen, de schaapjes, en de kipjes. We hebben de koetjes bewonderd, en de geitjes. Onvermoeibaar (uit noodzaak) blijft ik het hondenkind er op wijzen dat poezen geen speelgoed zijn. En als toetje mag hij helpen bij de verzorging van baasje’s paard.
Het gaat zoals gehoopt. Met als hoogtepunten de speelbuiging naar een kip en het neusje-neusje met een schaap. De korte achtervolging van een haas was iets minder. De kennismaking van zeer dichtbij met een stelletje koeien was dan weer iets teveel van het goede (vooral voor de baas dan, die zowat een hartstilstand opliep, en nadien luidop de koeien bedankte voor hun rustige, brave reactie). Maar al bij al verloopt het zoals gewenst.
Dus wanneer een kennis me bezorgd vraagt of mijn Doby niet achter zijn kippen aan zal gaan, antwoord ik met volledig vertrouwen: “dat hij dat niet zal doen, dat ik er speciaal op gewerkt heb”. Mijn woorden zijn nog niet koud, of daar schiet de pup uit zijn startblokken, recht op een vredig scharrelende kip af. Verontwaardigd tokkend fladdert de kip met haar korte pootjes en ronde lijf de hele tuin rond, op de hielen gezeten door de heer Doobemans met heel wat hogere pootjes. Daarachter een duidelijk tragere, maar evengoed verwoed rennende, vloekende kipeigenaar. Zigzag het hele gazon over. Het baasje, zoals gewoonlijk in dit soort situaties, volkomen nutteloos aan de zijlijn staand, “Doby! Doby!” voor dovenmansoren roepend. Wat staat dit stukje ondeugd een serieuze reprimande te wachten!
Tot mijn nog grotere ontsteltenis krijgt nr2 nr1 te pakken. Een halve seconde later zie ik nr3 bovenop het tweetal duiken, aldus het onfortuinlijke slachtoffer reddend uit de greep van de heer Doobemans, mij daardoor van mijn spanning verlossend. Ik maak me al helemaal klaar voor een uitbrander van jewelste, hierbij niet in het minst geholpen door mijn rode wangen.
Dan zie ik de veroorzaker van alle opschudding: schattig breeduit op zijn billen zittend, zijn puppysnoet helemaal glimmend van de zojuist beleefde dolle pret en voldoening, in zijn mond een, prachtig met zijn zwarte vacht contrasterende, pluk witte veren (compleet met pennen en al…). Aan de leiband gaat de knaap, consequent zijn lukt nog wel. Van een strenge reprimande komt echter niets meer in huis, dit baasje slaagt er niet eens in de lach en vertedering uit haar stem te weren.
Lachend zegt de kipeigenaar: “dat hij een prachtige kop heeft. En dat hij hem maar al te graag zou hebben als jachthond”. Zich tegen Doby richtend, voegt hij eraan toe: “dat hij wel heel wat strenger zou zijn, hoor”. En dan besef ik dat ik de potentiële kippenmoordenaar aan het strelen ben…



3 doggies




