Al zou ze verlatingsangst hebben gekregen in het asiel, dan moet je nog steeds stukje bij beetje opbouwen. Ik kon niet eens verzitten op mijn stoel of mijn (asiel) hond stond al klaar bij me. Hij ging als een gek rondrennen als ik naar het toilet ging. Ging voor de douchecabine liggen want hij moest in de buurt zijn. Je kunt je voorstellen wat voor een drama het was als ik boodschappen ging doen, al was er nog iemand anders thuis.
Ik heb er toen een oefening van gemaakt. Hij kreeg het commando blijf, en ik ging even verzitten op de stoel. Bleef hij netjes liggen, dan kreeg hij een snoepje als beloning. Ik gebruikte zo'n clicker erbij, maar dat hoeft niet per sé. Je kunt ook "goedzo!" zeggen of wat dan ook.
Ieder stapje moest ik minstens 6 keer herhalen, en er waren héél veel stapjes. Blijf, ik opstaan, en weer zitten. Een stap van de stoel oefenen, en weer gaan zitten. Uitbouwen naar twee stappen. Drie. Vier. Naar de deur van de kamer. Deur open. Ik half achter de deur. Helemaal achter de deur, maar de deur nog steeds open. Deur half dicht. Deur dicht en meteen weer open. Deur 1 seconde dicht. 2 seconden dicht. 3. 5. 10. 20. Een halve minuut. En zo heb ik dat uitgebouwd.
Gaat de hond de fout in en komt toch naar je toe: rustig er naartoe gaan en bij de halsband naar de plaats geleiden waar hij moest blijven liggen. Dat is verlatingsangst.
Aangezien je schrijft dat ze ook blijft janken als je naast haar staat, zal het niet om verlatingsangst gaan, maar om het afdwingen van aandacht. Ze heeft JOU goed getraind, als ze jankt krijgt ze uiteindelijk aandacht. En zo hoort het natuurlijk niet. Jij geeft aandacht wanneer jij het wilt, en jij eindigt de aandacht. Is het klaar, dan is het ook echt klaar.