De juiste beslissing is inderdaad per gevecht verschillend, afhankelijk van welke fase, welke honden, welke hulp ed voor handen is.
Een flesje water op twee vechtende Groenland honden gooien is een lachertje, maar kan bij twee kleine kibbelende hondjes mischien prima functioneren.
Een schreeuw kan voor de ene hond voldoende zijn om te stoppen, voor de ander een aanmoediging om door te gaan.
Het meest functionele wat ik in de vele jaren, vele honden ben tegengekomen is het, als je met twee personen bent, het optillen van de achterhand middels de staartwortel.
Wat je echter doet is ook afhankelijk van je eigen reactievermogen, inschattingsvermogen en handigheid.
Ik trainde met mijn sledeteam op de heide, toen er een uit de kluitengewassen mechelse herder op een van mijn honden doek en haar niet meer losliet. Mijn honden zaten vast aangelijnd door hun tuigje en treklijn en konden geen kant op, sommige wilde vluchten, sommigen wilde vechten, het risico dat de verstikkende lijnen honden beschadigden was bovendien groot.
Ik moest snel handelen: de betreffende eigenaar stond aan de kant te gillen en was bang om zijn eigen hond te pakken, dus deed niets. Ik merkte dat je ondanks alle mooie theorieen in impuls dingen doet, zelfs als je nadenkt.
Ik ging toen, terwijl ik dacht: dit is wat ik altijd tegen de mensen zeg dat ze uitdrukkelijk niet! moeten doen, meteen met mijn handen ertussen, greep de mechelaar, werdt gigantisch in mijn hand gebeten, maar redde wel mijn hond. Met de bibbers en een gat door mijn hand met een zakdoek erom, moest ik toen in mijn eentje nog een half uur verder trainen, honden uitspannen. Betreffende eigenaar van de mechelaar was hem gevlogen, hij kon niet tegen bloed en viel bijna flauw, dus was ook niet echt geschikt om te helpen.
Om dus Nelis zijn advies te volgen lijkt me in de meeste situaties onverantwoord. Zeker als je bedenkt dat er veel honden een erg groot grootteverschil kunnen hebben. Daarbij onnodig, omdat je als mens zelden gevaar loopt.