Om voedselallergie aan te tonen zijn er verschillende methoden beschikbaar.
eliminatiedieetEen eliminatiedieet is de traditionele methode om voedselallergieën of -intoleranties te onderzoeken. In de eerste fase mag de patiënt slechts voedingsmiddelen eten waarvan het zeer onwaarschijnlijk is dat ze een allergie veroorzaken. De klachten behoren dan te verdwijnen. In de tweede fase worden één voor één voedingsmiddelen aan het dieet toegevoegd. Wanneer de klacht weer terugkomt dan is het duidelijk welk voedingsmiddel dat veroorzaakt. Voor de patiënt is het eliminatiedieet een veeleisend en tijdrovend dieet. Ook moeten er allerhande mogelijk allergene voedingsmiddelen aangeschaft worden om te testen, wat kosten met zich mee kan brengen.
huidtestenEr zijn twee soorten huidtest: de priktest en intracutane test. Bij de eerste wordt het allergeen op de huid aangebracht en er vervolgens ingekrast, bij de intracutane test wordt het allergeen met een naald oppervlakkig in de huid ingespoten. Ter controle wordt bij beide testen ook nog de zuivere oplosvloeistof en een oplossing van histamine ingebracht. Na ongeveer een kwartier kan aan de hand van de huidreactie een allergie worden vastgesteld. De priktest is goedkoop, eenvoudig toe te passen en heeft een hoge specificiteit. De intracutane test is duurder en lastiger toe te passen, maar is ongeveer 1000 tot 10.000 maal zo sensitief. De kwaliteit van de huidtest is echter sterk afhankelijk van de kwaliteit van de gebruikte teststoffen. De zelfbereide teststoffen geven in vergelijking met de commerciële preparaten doorgaans de beste resultaten .
bloedonderzoekEen alternatief voor de huidtest is een bloedonderzoek. Door de hoeveelheid IgE-antigeen in het bloed te meten die specifiek is voor een bepaald allergeen, kunnen voedselallergieën behorende tot allergie type I bepaald worden. Nadeel is dat dit onderzoek veel duurder is dan de huidtest. Voorbeelden van bloedtesten zijn RAST en ELISA. Voedselallergieën die tot type IV-allergie behoren worden met behulp van het eliminatiedieet dieet getest.
Het meten van IgG/IgG4 om de diagnose voedselallergie te stellen, is niet zinvol. Een verband tussen IgG/IgG4 en welke allergie dan ook is nooit bewezen. Tevens is het zo dat bij gezonde mensen na een maaltijd altijd voedsel-specifiek IgG en IgG4 wordt gevormd. Tests voor voedsel-specifiek IgG, zijn voor geen enkele aandoening zinvol, behalve voor door voedsel veroorzaakte pulmonale hemosiderose (Syndroom van Heiner, zeer zeldzaam, bloedingen in de longen van kinderen).