Als allereerste en meest belangrijke opmerking willen we aangeven dat honden die brokken eten, nooit rauwe vleesbotten gevoerd moeten krijgen. Zij hebben minder maagzuur omdat veel brokken koolhydraten bevatten. Om botten te verteren moet er voldoende zuur maagzuur zijn. Bron……..Prooidier.
Met welke botten kun je beginnen? Als je hond rauw vlees eet.
Geef de eerste weken makkelijke zachte vleesbotten, zodat het spijsverteringssysteem eraan kan wennen. Kippennekken of kippenkarkas zijn hiervoor uitermate geschikt. Sla ze wel even plat met een vleeshamer.
Zodra de vertering van de makkelijke botten goed gaat, kun je overstappen naar de iets grotere botten zoals kippenvleugels, konijnenkarkas enzovoort.
Welke botten kun je geven?
Deze botten kun je zonder problemen geven:
- Botten van kleine dieren zoals: kippennekken, eendennekken, hele konijn, parelhoenkarkas.
- De niet-dragende botten van jonge grote dieren zoals: geitennek, lamsribben, runderstrot, kalfsbotten etc.
Welke botten zijn NIET geschikt?
Dragende botten van grote dieren zijn niet geschikt. Denk bijvoorbeeld aan runderpoten, knieschijven enzovoort. Deze botten zijn spijkerhard en zorgen voor slijtage aan het gebit. Ook kunnen ze verstopping veroorzaken door het hoge calciumgehalte en schade berokkenen aan het spijsverteringssysteem. Dus wees voorzichtig met dergelijke botten.
Geef geen botten die je dier in zijn geheel kan inslikken. De botten moeten groter zijn dan de bek, zodat het dier moet knagen. Enige uitzondering op deze regel zijn kippennekken en eendennekken. Grote dieren kunnen deze botten in zijn geheel inslikken. Daar hoef je dus niet van te schrikken: deze botten verteren vrij makkelijk. Wel is het aan te raden om ze voor de zekerheid plat te slaan.