Met een echo, vroeg in de zwangerschap, kan meestal al worden bepaald of je een eeneiige of twee-eiige tweeling krijgt. Als de baby’s allebei van een ander geslacht zijn, weet je dus zeker dat het om een twee-eiige tweeling gaat. Maar als beide baby’s hetzelfde geslacht hebben én ieder een eigen vruchtzak met een 4 lagen tussenschot heeft (afbeelding A), dan is het na de geboorte lastig te zeggen of dit een eeneiige- of twee-eiige tweeling is. In zo’n geval kun je afwachten; een eeneiige tweeling lijkt namelijk qua uiterlijk en gedrag erg veel op elkaar. Maar het bloed van beide navelstrengen kan ook worden onderzocht op bloedgroep en rhesusfactor. Zit hier een verschil tussen, dan weet je zeker dat het om een twee-eiige tweeling gaat. Hebben beide baby’s dezelfde bloedgroep, dan is de kans heel erg groot dat het om een eeneiige tweeling gaat. Wil je het écht zeker weten, dan biedt een DNA-test uitkomst. De genen van een eeneiige tweeling zijn namelijk volkomen identiek aan elkaar.