Waar ik bij deze discussie vaak een nare smaak van in mijn mond krijg, is het gemak waarmee men alle 'rashonden' op één hoop gooit en bestempelt als ziek. Daarnaast kunnen we concluderen dat we eigenlijk spreken over twee verschillende discussies, namelijk over de fok op uitsluitend (extreme) uiterlijke kenmerken en over de fok binnen een gesloten stamboekpopulatie.
In het filmpje van Lubach zou "op uiterlijk gefokte showhonden" al een wat correcter beeld scheppen. Dat het gebruik van de overkoepelende term "rashonden" hier onjuist bij is komt door het volgende;
- Lang niet alle rashonden bevinden zich in de schrijnende situatie van de mopshond, die ontstaan is door de fok op extreme uiterlijke kenmerken. Oerrassen en werkhonden (volledig, of gedeeltelijk door de aanwezigheid van werklijnen) worden bijvoorbeeld onterecht onder dezelfde hoed geschoven.
- Er zijn rassen met een open stamboek.
- Bij sommige rassen (bv samojeed, Tibetaanse mastiff) worden incidenteel nog honden geïmporteerd van de volkeren die ze ontwikkeld hebben, deze honden worden aan het stamboek en fokprogramma toegevoegd om het founder-effect tegen te gaan.
- Niet alle rassen met een gesloten stamboek hebben een inteeltprobleem.
- Er zijn rasverenigingen die hard werken de genenpool te vergroten door outcrossprojecten.
Over het deel betreffende uiterlijke kenmerken kan ik kort zijn; van mij mag er per direct een verbod komen op de fok van mopshonden en andere brachycephale rassen, tenzij de bestuursleden van de rasverenigingen eindelijk de wasknijpers van hun ogen afhalen en inzien dat een hond moet beschikken over een snuit. Die snuit krijg je niet terug vanuit een populatie met enkel snuitlozen (nou ja, extreem kortsnuitigen), het inkruisen van andere rassen is hierbij een must.
Er zijn sowieso al twee simpele oplossingen die grote veranderingen teweeg zouden kunnen brengen in positieve zin. Ten eerste zou de hondenfokkerij zich veel meer moeten richten op het behoud van en de selectie op werkvermogen/werkcapaciteiten. Uiteindelijk gaat een perfect werkvermogen ook samen met een geschikte bouw. Bij de gezelschapshonden zou beschikken over een lichaam dat de hond toestaat 'hond te zijn', wel het minimale moeten zijn bij. Zet het uiterlijk onderaan de prioriteitenlijst. Ten tweede zou het standaardensysteem waarin we fokken naar één 'perfect uiterlijk' veranderd moeten worden naar een type-systeem, waarin we een marge aanhouden in de gewenste uiterlijke kenmerken. Leg bij shows de nadruk op de balans en de bouw, of deel rapporten uit zonder daarbij winnaars te hebben. Een hond met een nu iets te onduidelijke stop, een iets te groot oor, een iets te gekrulde staart e.d. zou op deze manier toch een goede rasvertegenwoordiger en dus fokdier kunnen zijn.
Dit laatste zou hand in hand gaan met meer heterozygotie binnen sommige rassen. Het idee van open stamboek door middel van registers (wat hierboven ook geopperd wordt, dit wordt al toegepast bij sommige paardenrassen) gaat hierop verder en is voor de inteeltkwestie de beste oplossing. Dit zou het doen van doordachte outcrosses ook aantrekkelijker maken.
We hebben dus wel een mooi systeem (RvB; FCI), alleen heeft dit systeem een paar grote punten die verbeterd mogen worden. Wat we momenteel niet nodig hebben, is een nieuw systeem dat in haar beginsel al nog grotere tekortkomingen heeft (het "cupidog" idee van Dier&Recht). De sekte van Dier&Recht heeft op meerdere facebookposts aangegeven geen waarde te hechten aan testen voor de door hun gepromote kruisingen, of de combinaties die gemaakt worden via hun 'hondendatingssite'. Die vinden ze maar onnodig, als de honden maar een simpele gezondheidsverklaring van de DA hebben.
Net als dat mopshondenfokkers in hun hoofd hebben gegraveerd dat er niets mis is met hun ras, hebben de mensen van Dier&Recht het idee vastgeschroefd zitten dat het fokken van kruisingen de oplossing is voor een gezonde pup. Beide partijen trekken zich niets aan van de wetenschap.
Uit een zeer uitgebreide paper uit 2013 (Bellumori TP et al., 'Prevalence of inherited disorders among mixed-breed and purebred dogs') is gebleken dat er bij minstens 13 erfelijke aandoening geen verschil gemeten is in het voorkomen bij rashonden, in vergelijking met het voorkomen bij kruisingen. Het gaat hier om o.a. heupdysplasie, patella luxatie, lens luxatie, lymfoma, osteosarcoma en meerdere hartdefecten. Bij een aantal van de genoemde aandoeningen is het bekend dat ze polygenetisch overerven, inhoudend dat er meerdere genen een rol spelen. Gezien de cijfers uit het onderzoek is het zeer aannemelijk dat deze gendefecten wijdverspreid liggen over een groot gedeelte van de hondenpopulatie (zowel rashond, kruising als bastaard)-- en dat verschillende gendefecten de ziekte pas veroorzaken wanneer ze samenkomen. Ook bij kruisingen is het dus heel belangrijk de ouderdieren te testen op erfelijke afwijkingen en goed onderzoek te doen naar de voorouders (oftewel, stambomen). Hier gooit Dier&Recht volledig met de pet naar.
" Overigens, zullen we nu eindelijk het ' scheldwoord' vuilnisbak hond gaan verbannen! Het zijn kruisingen.
Kruisingen! Met het beste van zijn / haar diverse familie in zich verenigt! "
Dit is natuurlijk onzin, een kruising kan nog steeds gewoon de defecte genen van zijn ouders krijgen. De kans op homozygotie van heterozygoot verervende ziektes is bij bepaalde erfelijke aandoeningen alleen een stuk kleiner wanneer je dieren combineert die genetisch zo ver mogelijk van elkaar weg staan.
Een vuilnisbak (bastaard) is ook niet hetzelfde als een kruising.
" Wel nee. Die genenpoel is groot zat. Fokkers halen de reuen ook uit andere landen. "
Dit geldt niet voor alle rassen. Bij de Ierse wolfshond heeft DNA onderzoek aangetoond dat honden uit Amerikaanse en Europese lijnen alsnog té gerelateerd zijn aan elkaar, zelfs als ze generaties lang geen gemeenschappelijke honden in de stambomen hebben.