
Wat is een ‘Snownose’ of wisselneus.
Bij verschillende rassen zoals bijvoorbeeld de Collie, Siberische Husky en Alaskan Malamute, maar ook de Golden Retriever en natuurlijk onze Zwitserse Witte Herder kunnen een aantal honden binnen het ras een wisselneus krijgen. Onder wisselneus verstaan we het opmerkelijke verschijnsel van het veranderen van kleur van de neusspiegel van de hond, van donker naar licht(er) en andersom, al naar gelang het seizoen. Aangezien de neus in hartje winter het lichtst is gekleurd heeft de wisselneus de naam ´snownose´ gekregen.
Zo tegen het einde van de maand januari, halverwege de donkere wintermaanden, bereikt de ‘snownose’ zijn dieptepunt. De eerst zo mooi gekleurde zwarte neusspiegel van de hond is verbleekt tot lichtbruin en soms zelfs lichtroze met donkere of zwarte neusranden. Maar dan komt de lente, het wordt warmer en de zon schijnt weer met grotere regelmaat. Het roze neusje van de hond kleurt langzaam maar zeker naar bruin en dan hoogzomer vaak ook weer naar donkerbruin en zelfs zwart.
Andere factoren en invloeden.
Niet alleen het seizoen, de buitentemperatuur en het aantal zonuren schijnen de kleur van de neus te beïnvloeden, ook hormonen lijken een rol te kunnen spelen bij het verkleuren van de neus. Een teef met een ‘snownose’ kan tijdens het vorderen van de dracht een donkerdere neus krijgen die tijdens de zoogperiode zelfs kan opkleuren tot zeer donkerbruin en/of zwart. Eenmaal uit de zoogperiode zal de neus langzaamaan weer zijn oorspronkelijke wisselende kleur krijgen.Ook sommige voedingssupplementen en vitaminen kunnen de kleur van de wisselneus helpen bepalen. Het effect daarvan is echter tijdelijk, de genen nemen altijd weer de overhand. Daarnaast kunnen een aantal van deze supplementen ook de kleur van de vacht beïnvloeden, zoals bv caroteen of zeewier, waardoor de hond in mindere of meerdere mate wildkleur kan krijgen. Ook dit verschijnsel verdwijnt weer enige tijd nadat men stopt met het toedienen van deze supplementen.
De ‘snownose’ is geen ziekte!
Het fenomeen ‘snownose’ is tot op heden nooit wetenschappelijk onderzocht, hoewel intrigerend en veelbesproken is er nooit een aanleiding tot nader onderzoek geweest. De ‘snownose’ is dan ook geen aandoening of ziekte, een hond met een ‘snownose’ is absoluut gezond en kan hier ook niet ziek of zwakker van zijn of worden, maar in goede gezondheid een hoge leeftijd bereiken.
Hoofdzakelijk heeft dit verschijnsel te maken met de verschillende genetische typen pigmentatie van huid, lip- en oogranden en voetzolen en de genetische kleur van de vacht van de hond, wat altijd met elkaar in verband staat. De witte vacht van de Zwitserse Witte Herder is een maskerende kleur, waaronder zich niet alleen een andere onzichtbare genetische haarkleur verschuilt, maar ook de daarmee gepaarde genetische kleur van de huid, neus, lip- en oogranden en voetzolen. Het is niet zo dat een hond met weinig pigment in de beharing (spierwit) ook per definitie een lichte neus en lichte ogen zal krijgen. Bepalend is de onderliggende genetische kleur- en pigmentcode die iedere hond bij zich draagt. Een hond met een spierwitte vacht kan een gitzwarte neus hebben met donkere of lichte ogen, ofwel een bruine of permanent lichte neus met donkere of lichte ogen. Maar ook een hond met veel pigment in de vacht (wildkleur) kan een zwarte, bruine of lichte neus hebben met eveneens donkere of lichte ogen. De kleur van de vacht en van de ogen vererven apart van elkaar en ook van de pigmentatie van huid, oog- en lipranden, neus en voetzolen, maar hebben allen een onderling verband in het totaal plaatje van de genetische kleurformule. Het is wel zo dat de (donker) bruine en/of lichtere neus zal gaan wisselen of eventueel permanent licht zal blijven, terwijl de echt gitzwart gepigmenteerde neus zwart zal blijven