Je hebt 2 trainingen: zindelijkheidstraining en de hond trainen alleen te zijn.
Bij zindelijkheidstraining moet je een bepaald ritme aanhouden voor de hond en zo vaak mogelijk naar buiten gaan, vooral na het slapen, spelen en eten.
De blaas van de pup is niet sterk genoeg om plas op te houden, dus hij plast wanneer hij moet. Ook al is hij net uitgelaten. Juist door er zoveel mogelijk te zijn en hem steeds naar buiten te doen, leert hij buiten te plassen. Buiten plassen beloon je, je maakt er een feestje van. Binnen plassen negeer je.
Als je lang weg bent of vaak weg bent, zal de zindelijkheidstraining langer duren. Ook is het voor elke pup weer anders hoe lang de training duurt. Sommige honden plassen binnen een paar weken niet meer binnen, anderen doen daar maanden over. Vanaf 6 maanden wordt de blaas sterker. Dan kun je de tussenpozen tussen de wandelingen en plasrondes uitbouwen.
Alleen leren zijn, is iets anders. Een hond is een roedeldier en van nature niet graag alleen. Dit zul je heel langzaam op moeten bouwen. Eerst eens de kamer uitlopen en 5 sec. wegblijven, dan 10 sec., dan 30 sec., 1 minuut, 5 minuten, 10 minuten, etc. De hond zal hoogstwaarschijnlijk gaan piepen, blaffen, plassen en poepen. Maak er geen big deal van dat je weg gaat. Stop de hond niet alleen in de mand of bench als je weg gaat, maar doe dat ruim voordat je weg gaat. En doe het ook eens als je gewoon thuis bent. Anders gaat hij de bench koppelen aan weg gaan van de baasjes. De bench mag niet te groot zijn, anders plassen ze wel in de bench. Sommige honden plassen of poepen ook in de bench uit angst of omdat ze het gewoon nietmeer op kunnen houden. Op tijd uit de bench halen dus. Als je thuis komt, ook niet gelijk naar de hond en er een big deal van maken dat je er weer bent.
Deze trainingen gaan om ritme, goed naar je pup kijken en veel geduld.