De oestrische cyclus van de teef bestaat uit vier periodes:
1. Pro-oestrus ( +/- 9 dagen), deze wordt uitwendig gekenmerkt door bloederige uitvloeiing, gezwollen vulvalippen, veelvuldig urineren en aantrekkelijkheid voor reuen. Deze uitwendige verschijnselen worden voornamelijk veroorzaakt door het hormoon oestrogeen.
2. Oestrus (+/- 9 dagen), de bloederige uitvloeiing en zwelling nemen af en de teef is nu bereid om zich te laten dekken. Tijdens deze fase vindt de ovulatie plaats. Tijdens deze periode neemt de hoeveelheid oestrogeen af, vindt de LH-piek plaats en gaat het progesteron stijgen.
Pro-oestrus en oestrus vormen samen de loopsheid bij de hond.
3. Metoestrus (+/- 2 maanden), de vulva blijft nog iets gezwollen. De teef vertoont vaak wat rustiger of slomer gedrag; halverwege deze periode kunnen symptomen van (schijn-)dracht optreden. Deze periode wordt gekenmerkt door een hoog progesteron, wat op het einde van de periode daalt en een toename van het prolactine rond de uitgerekende werpdatum, dan wel 2 maanden na het stoppen van de loopsheid.
4. Anoestrus (+/- 2-10 maanden), dit wordt wel de rustperiode van het geslachtsapparaat genoemd. De duur is afhankelijk van het ras en het individu.