Alle eigenschappen van een individu worden bepaald door genen. Genen zitten in genenparen die bestaan uit een gen van de moeder en een gen van de vader.
Het kan weleens zo zijn dat een defect gen wordt doorgegeven door één van de ouders. Dit is meestal niet zo erg, want het wordt gecompenseerd door een gezond gen wat gekregen is van de andere ouder. Zo hebben defecte genen over het algemeen niet zoveel invloed.
Elk individu draagt gemiddeld honderden defecte genen bij zich (van de tienduizenden genenparen). Ze kunnen niet zoveel kwaad in een populatie met een gezonde genetische variatie.
En daar zit de crux van dit verhaal. Rashonden hebben weinig genetische variatie.
De genenpoelen van rassen zijn gesloten en alle dieren in een ras zijn aan elkaar verwant. Het zijn allemaal min of meer genetische klonen van elkaar en ze delen veel dezelfde genen. Dat is bewust, daar zijn ze op geselecteerd, want de rasstandaard vraagt om een specifiek uiterlijk en een specifiek gedrag. Alles wat afwijkt wordt niet gebruikt voor de fok. Er wordt dus geselecteerd op homozygote (dezelfde) genen in plaats van heterozygote (verschillende) genen.
Genetische variatie vraagt om heterozygositeit, een grote genetische variatie betekent veel verschillende genen in de genenpoel. Bij een grote genetische variatie is er weinig kans dat een defect gen de kans krijgt om tot uiting te komen.
Bij rashonden is weinig genetische variatie, de meeste rashonden dragen dezelfde genen bij zich als andere honden binnen hun ras. Niet alleen dezelfde gewenste genen, maar ook dezelfde genetische defecten...
De kans is bij rashonden dus heel aannemelijk dat genetische defecten bij elkaar en tot uiting komen, in tegenstelling tot vuilnisbakken en bastaarden die zich generaties lang compleet willekeurig hebben voortgeplant.
Het is onmogelijk om op alle mogelijke honderden defecten te testen, want we weten niet wat die defecten allemaal zijn, en voor de ziektes die we al kennen hebben nog lang niet allemaal een genetische test bedacht. En zelfs al zou je overal op testen; als je alle honden uitsluit voor de fok die iets bij zich dragen, dan maak je de genenpoel nog kleiner...
Met testen doe je niets aan het onderliggende probleem, en zelfs als je denkt een bepaalde ziekte onder controle te hebben door de dragers en lijders uit te sluiten, dan duikt er binnen de kortste keren weer iets nieuws op en dan begint het proces van de genetische marker zoeken, een test uitbrengen en uitselecteren weer opnieuw...
Het onderliggende probleem, te weinig genetische variatie, wordt niet aangepakt. De enige manier om dat aan te pakken, is door de stamboeken open te gooien. Maar dat gaat waarschijnlijk niet binnenkort gebeuren. In de tussentijd gaan we door met de genetische testen, als het ware de doekjes tegen het bloeden. Maar er springt continu weer een wondje open ergens... Op een gegeven moment houdt het op met verbandjes aanleggen en is het ras doodgebloed; onvruchtbaar of zo ziekelijk dat ze met gemiddeld 3 jaar al sterven aan god weet wat.
Moest dat even kwijt, met al die 'rashonden zijn gezond' opmerkingen. Maakt niet uit hoe verantwoord gefokt. Maakt niet uit hoeveel de fokker test en alles goed probeert te doen.
De rashond is per definitie op weg naar de ondergang.
De enige manier om het fenomeen rashond te redden, is door de definitie aan te passen.
Dus als antwoord op de openingspost: Ja, het valt niet te ontkennen dat pure vuilnisbakken met een hoge genetische variatie over het algemeen gezonder zijn dan rashonden. Dat is nu eenmaal zo, dat is de natuur die genetische variatie prefereert. Dat is genetica. Kan er niks anders van maken. "
Dat klopt inderdaad, er zijn diverse testen gedaan en het is zelfs zo dat de meeste bastaards gezonder zijn dan een geteste rashond met stamboom van een goede fokker. Vond het eerst wel apart, maar de feiten liegen er niet om en er kan niks anders van gemaakt worden.

Reageren
















