* Wen de hond eerst aan het wiel van je fiets. Neem de fiets in de hand en loop, met je hond aan de rechterkant, een stuk naast de fiets. Daarna fiets je in laag tempo en bouw je het tempo op. Beloon je hond steeds als hij netjes naast de fiets loopt.
* Wen de hond geleidelijk aan langere afstanden. Monteer een eenvoudige kilometerteller op uw fiets, zodat je de opbouw van afstand goed kunt regelen. Begin met maximaal twee tot drie kilometer en voer deze afstand elke keer een klein beetje op.
* Let op het tempo dat de hond loopt. Zorg dat de hond losjes naast je draaft. Laat hem in geen geval in galop naast je hollen. Een te hoog fietstempo wordt, zeker voor kleinere honden, al gauw een uitputtingsslag.
* Voorkom oververhitting bij je hond, door bij hogere temperaturen niet met je hond te fietsen. Als het buiten warmer is dan 23 graden, ga je zelf ook niet graag een maraton lopen. Niet fietsen dus als het buiten te warm is!
* Zorg voor afwisseling tussen verharde wegen en veldwegen. Dat spaart de poten meer dan alleen op straat rijden/lopen. Laat je hond echter niet in de berm lopen. In een berm ligt vaak afval, dat door auto's is weggegooid. Dit zou pootletsels bij je hond kunnen veroorzaken.
* Neem vers drinkwater mee (niet ijskoud!) en bied je hond regelmatig eventjes rust onderweg. Voor kleine hondjes kan het handig zijn om een fietsmandje of -tas bij je te hebben voor de terugweg.
* Ga niet elke dag fietsen, houd de uitdaging voor je hond erin! Zorg dat het voor de hond altijd een welkome verrassing is om te zien dat je jouw fiets 'van stal' haalt!
* Gehoorzaamheid is naast de fiets het allerbelangrijkst. De hond mag je niet van de fiets trekken omdat hij ergens een andere hond ziet. Train dus eerst het naast de fiets lopen op de hiervoor beschreven manier, voordat je echte afstanden gaat fietsen.
De springer bevat een verend deel, waaraan je de riem van de hond bevestigt. De veer vangt eventuele schokken op en beschermt de hond voor het verkeer en uw pedalen. Bovendien kun je beide handen aan het stuur houden.
Samenvattend: bouw de fietstraining langzaam op, beloon gewenst gedrag, neem de juiste veiligheidsmaatregelen en je zult nog vele kilometers heerlijk fietsen met je hond!
1: De afstand en de tijd langzaam opbouwen
2: verdeel het fietsen over de dag
3: de hond moet in draf lopen. Dit is te herkennen aan een “niet bewegende rug”
Voor het fietsen de hond niet laten eten. Neem altijd een fles water en een klein bakje mee om de hond te laten drinken. Controleer ook altijd tijdens en na de rit de voetzooltjes. Door en te grote belasting kunnen deze loslaten, hetgeen zeer pijnlijk is. Verder lopen is dan niet mogelijk.
Trainingsschema voor de jonge hond: (getallen zijn minuten, géén kilometers!!)
Dag 1 Dag 2 Dag 3 Dag 4 Dag 5 Dag 6 Dag 7
Week 1 5 - 5 - 5 - 5
Week 2 5 - 5 10 5 - 5
Week 3 5 10 5 10 - 5 10
Week 4 10 10 5 - 10 10 10
Week 5 15 10 10 - 15 10 -
Week 6 15 10 10 - 20 10 -
Traingsschema voor de volwassen hond: (getallen zijn minuten, géén kilometers!!)
Dag 1 Dag 2 Dag 3 Dag 4 Dag 5 Dag 6 Dag 7
Week 1 15 15 - 25 20 - -
Week 2 25 20 - 30 - 30 -
Week 3 35 20 30 - 30 20 -
Week 4 30 20 30 - 40 15 -
Week 5 40 25 - 40 20 - -
Week 6 45 20 - - 60 - 20
Na opbouw volgens bovenstaand schema kan je de conditie onderhouden door 2 tot 3 maal per
week 45 minuten te fietsen.