Lieve Roy,
Vandaag is het precies 5 jaar geleden dat je naar de regenboogbrug vertrok en ons achterliet met een leeg gevoel in ons hart.
We wisten al een poosje, dat je de langste tijd bij ons was geweest. Niet alleen omdat je 14,5 jaar was, maar je hartproblemen en de nekhernia speelden steeds vaker op. Met medicijnen was dat tot nu toe vrij aardig onder controle te houden, maar eens zou het over en uit zijn.
Toch kwam het nog onverwacht. Je was nog steeds ondeugend en zondagmorgen mocht je niet mee naar tante Corrie, omdat je stout was geweest. Je vertikte het maar weer eens je medicijnen te slikken. Zelfs achter in je keelgat stoppen hielp niet, je spuugde de pil gewoon weer uit. Hoe je het voor elkaar kreeg weet ik niet, maar dat flikte je de laatste tijd iedere keer.
Toen we weer thuis kwamen begroette je ons blij, net zoals altijd. En ook de middagronde werd goed benut met snuffelen en je behoefte doen. Maar halverwege de middag ging het mis. Je kon weer niet overeind komen. Baasje mopperde dat het je eigen schuld was. Had je je pil maar moeten slikken. Je verging van de pijn, dus de da maar weer gebeld. Die kende inmiddels de situatie heel goed, dus die zei dat we moesten komen. Hij gaf je een paar spuiten en schudde zijn hoofd. Zei dat je eigenlijk een wonder op 4 poten was. Omdat niet alleen je hart, maar ook je lever en je nieren slecht waren. Je was op. Maar zolang je geen pijn had en nog zo vrolijk door het leven stapte, vonden wij het te vroeg om er nu al een einde aan te maken. Die nekhernia deed je de das om. Die bezorgde je elke keer veel pijn, maar zodra de spuiten begonnen te werken, was je weer je vrolijke zelf. Nee, kleinzerig was je niet. Als je het uitgilde van de pijn, was het echt heel erg.
Maar dit keer hielpen de spuiten niet. Je bleef stijfjes staan, durfde niet te gaan liggen of zitten en toen baasje je heel voorzichtig op je kussen lag, kreunde je. Je bleef liggen zoals baasje je neer legde. Na het avondeten wilde je niet mee naar buiten. Je deed een poging om overeind te komen, maar liet je weer vallen. Maar weer de da gebeld. Kom maar weer, was het antwoord. Maar dat wilden we je niet aandoen. Je had duidelijk pijn en om je nou weer in de auto te dragen. Dat zou nog meer pijn doen. Goed, dan kwam de da zelf wel even langs. Maar dat duurde nog even, pas tegen tien uur kwam hij. Er was een spoedbevalling tussen gekomen. Je kreeg nog een spuit en de da zei dat het zou verbazen als het dit keer goed zou komen. En dat kwam het ook niet meer. Je zakte steeds verder weg. Raakte alleen even in paniek toen een vloedgolf met viezigheid eruit kwam. Je voelde je zo schuldig. Ik heb je getroost. Je kon er niks aan doen. Ga maar weer lekker liggen. Kort daarna raakte je in coma. Je ademde nog, dat was alles. Da nog maar eens gebeld. Zei dat we de volgende morgen maar weer moesten bellen, als je dan nog leefde. Zij (inmiddels was er een andere da) verwachtte niet dat je de morgen zou halen. Je was in coma, had dus geen pijn meer, maar als we er op stonden konden we met je komen voor euthanasie. We besloten de volgende ochtend af te wachten. Je baas ging naar bed. Die zou eigenlijk om 4 uur naar zijn werk moeten gaan, maar besloot toch om zijn werkgever te bellen dat hij niet kwam. Ik bleef bij je in de kamer. Ik lag op de bank, zodat ik je voortdurend in de gaten kon houden. Om 5 uur leefde je nog. Da belde zelf en zei dat je hart toch blijkbaar sterker was dan gedacht werd. Ze vond het raadzaam om toch met je naar de praktijk te komen. Dat deden we. Ze luisterde en zei dat aan ons was, wilden we een natuurlijke dood voor je, met als risico dat je het op het laatst nog vreselijk benauwd zou krijgen, of gaf ze je de definitieve spuit. Baasje en ik keken ekaar even aan. "Spuitje", zeiden we tegelijk. We namen afscheid van je. Ik had dat al gedaan, net voor je in coma raakte. Maar nu was het echte einde daar. De da gaf je de eerste spuit en zei, na naar je hartje te hebben geluisterd, dat eigenlijk de laatste spuit niet nodig was. Je hart was al gestopt. Maar voor de zekerheid heeft ze je toch die laatste spuit ook gegeven. Ik keek op de klok en zag dat het 5.21 uur was.
We zijn met je op achterbank, gewikkeld in een plaid, naar huis gegaan. Bijna thuis zagen we Diana lopen met Cinderella en Queeny. We stopten en vertelden haar wat er gebeurd was. Ze had de vorige avond al afscheid van je genomen, maar nu het echt zover was, huilde ze van verdriet. Want hoeveel ze ook van haar eigen hondjes hield, jij was een soort van broertje voor haar. Ze hield ontzettend veel van je. Vanaf de eerste blik die ze op je wierp. En dat was wederzijds. Ik zei altijd; 'Bij Roy komt eerst de baas, dan Diana en dan een hele poos niks en dan, nou ja vooruit, het vrouwtje is best wel aardig. Van haar krijg je de lekkere hapjes en je gewone eten.'
Baasje heeft die maandagmorgen een hortensia gerooid en dat werd jouw graf. De hortensia kreeg een ander plekje.
De katten Jip en Jop vonden het de eerste dagen ook vreemd dat ze je nergens zagen. Vooral Jop heeft naar je gezocht.
En nu zijn we 5 jaar verder. Het is weer maandag 10 september. Ik beweer niet dat we elke dag over je praten, maar wel vaak. Je kijkt naar ons op de verschillende foto's die hier in de kamer hangen en staan. Vergeten zullen we je nooit. Ik kon je af en toe wel achter het behang plakken. Maar lieverd, ik mis je nog steeds.


Reageren











