Botten nooit gekookt, gerookt of wat dan ook geven, dat is levensgevaarlijk, de structuur veranderd dan zo dat het bot kan gaan splinteren met alle gevolgen van dien.
Ook geen dragende botten geven dat is veel te zwaar voor een hond.
Hier nog wat informatie hierover:
Wanneer je botten gaat geven aan de hond, dan zijn er diverse dingen waar je op moet letten.
Een hond die altijd brokken gegeten heeft, kan nog erg moeilijk botten verteren en ook moeten ze botten leren eten (ze moeten leren dat ze er op moeten kluiven).
Vandaar dat ik iedereen wil aanraden (aan mensen die willen beginnen) om eerst "makkelijke" botten te geven. Met makkelijke botten bedoel ik: kippennekken en/of eendennekken. Kippennekken zijn zacht en makkelijk verteerbaar en dus ideaal om te geven. Pas in een later stadium, wanneer duidelijk is dat de vertering van de kippennekken goed verloopt, kun je andere botten gaan geven. Geef dan bijv. eerst kippenvleugels of kipkarkassen. En dan bijv. eendkarkas. Bouw het langzaam.
Sla de kippennekken eerst een paar keer plat (met hamer of bijltje). Als de nekken goed worden verteerd en de hond kraakt de botjes, dan kun je de nek zo geven, zonder het plat te slaan. Knip de kippenvleugels eerst een paar keer goed in met bijv. een snoeischaar. En, let erop dat de hond er goed op "kauwt" (oftewel de botjes kraakt)! Houd desnoods de kippennek of vleugel in je hand en laat de hond er rustig aan knabbelen. Leer de hond dus te kauwen (ofwel de botjes in stukken te bijten) op de vleugels. Bouw dit zeer langzaam op totdat jouw hond gewend is aan botten en je de hond dus ook andere botten kunt gaan geven (bijv grotere botten waar de hond zich ook een beetje op kan "uitleven" (kluiven). Bekijk steeds de ontlasting van de hond om te kijken of hij de botten goed verteert.
Soms is het ook een goed idee om ook probiotics (gunstige bacterieen - bijv. acidophilus) aan de hond te gaan geven. Dit stimuleert de vertering.
Een hond die uitsluitend brokken eet, zou ik zelf geen botten geven. Botten hebben een zuur maagzuur nodig om goed verteerd te worden. Brokken bevatten veel koolhydraat en koolhydraten veroorzaken een meer alkalisch maagzuur. Geef je brokken en daarna een bot, komt het bot dus in een maag terecht waar een te alkalisch millieu aanwezig is en zal het bot moeilijk verteren.
Botten moeten ook aan een aantal zaken voldoen en dit is erg belangrijk om te weten:
Geef NOOIT gekookte botten aan de hond! Gekookte botten veranderen van structuur, zijn hard en splinteren en zijn dus gevaarlijk!
Je kunt beter geen kale botten geven (zeker niet totdat de hond gewend is aan het eten en verteren van botten). Het is dus de bedoeling dat je botten MET vlees geeft. En, het is dus de bedoeling dat deze botten voor ongeveer 50% uit bot en 50% uit vlees bestaan. Want, botten bestaan voor een groot deel uit calcium (en andere vitamines en mineralen) en vlees bestaat voor een groot deel uit eiwitten en fosfor (en weer andere vitamine en mineralen) en beide heeft een hond nodig.
Je kunt natuurlijk, als de hond gewend is(!) ook eerst een bak vlees (met bijv. groentemix) aan de hond geven en daarna een wat kaler bot. Maar, de ratio moet dus ongeveer 50% bot : 50% vlees blijven. Weinig vlees en veel bot kunnen lijden tot constipatie.
Geef NOOIT kale botten op de nuchtere maag! Kale botten (zonder vlees of vooraf vlees) veroorzaken constipatie. Ook worden kale botten op nuchtere maag veelal zeer slecht verteerd waardoor er stukken bot in de ontlasting kunnen komen te zitten.
Kale en wat grotere botten noemen we ook wel "recreatiebotten". Wanneer je zo'n bot voor het eerst aan de hond geeft, bijv. na een (vers)vleesmaaltijd (niet op nuchtere maag!), dan doe je er goed aan om ook dit langzaam op te bouwen.