Als je vlees bij het slachthuis wilt gaan halen, moet je dus zelf samenstellen.
Wat is zelf samenstellen?
Bij zelf samenstellen maak je zelf een menu van rauwe vleesproducten en eventueel een klein beetje plantaardige ingredienten. Voor katten en fretten wordt vaak ook gekozen om alleen prooidieren (zoals muizen, konijnen, ratten en hamsters) te voeren met eventueel rauwe vleesproducten als extraatjes, voor honden is het gebruikelijk om een menu samen te stellen en dat eventueel aan te vullen met prooidieren.
Hoe ziet zo'n menu eruit
- vleesbot, spiervlees en organen
- of (eventueel aangevuld met) prooidieren
- vier verschillende diersoorten
- vette vis
- evt een groentenmix
- rauw ei met schil
- in de juiste verhoudingen
Hoeveel en hoevaak voeren?
De volgende richtlijnen gelden voor kvv en voor zelf samenstellen, je kunt de exacte hoeveelheden aanpassen aan de behoefte van het dier. Wordt je dier te dik, dan geef je wat minder en vice versa.
Volwassen hond: 20 - 30 gram per kg lichaamsgewicht, oftewel 2%-3% van het lichaamsgewicht. 1 keer per dag voeren is genoeg, twee keer kan ook.
Hoe moet ik overstappen?
In principe zou je zo van brok naar zelf samenstellen kunnen overstappen, al zou ik dan de eerste dag nog geen vleesbot geven. Voor veel mensen is het prettig om eerst 'kennis te maken' met het voeren van rauw vlees door kvv te voeren en langzaam verschillende producten te proberen. Hieronder lees je hoe je dit kunt doen.
1. Wennen aan rauw - kvv
Voordat je zelf gaat samenstellen, is het handig om je dier aan rauwe vleesvoeding te laten wennen door zo'n twee weken kvv te voeren. Bij honden met een gevoelige spijsvertering, kun je de kvv eerst door de brokken mengen en dan langzaam de hoeveelheid brokken laten afnemen..
2. Losse producten erbij voeren
Terwijl je nog kvv geeft, kun je bijvoorbeeld wat vleesbot en spiervlees erbij geven, om te kijken hoe het gaat en om er zelf aan te wennen. Begin met de makkelijkste vleesbotten: kippennekken, eendennekken en/of kwartelkarkas. Voor veel honden gaat kipkarkas ook prima, maar dat is ietsje harder. In de vleesbottenlijst kun je zien welk vleesbot geschikt is voor de hond.
3. Je zelf samengestelde menu voeren met beginnersbot - of prooidieren
Je kunt het beste beginnen met makkelijke botten in de eerste paar weken. Als je al makkelijke vleesbotten hebt gevoerd bij de kvv, kun je nu een stapje verder gaan, en wat hardere botten voeren.
Wat heb ik allemaal nodig?
- vriesruimte: afhankelijk van hoeveel vlees je wilt opslaan. Algemeen wordt aangenomen dat in een vriezer van netto 100 liter, ongeveer 33 kg vlees past.
- weegschaal: om goede porties te kunnen maken. Bij de Action kun je bijvoorbeeld een goedkope weegschaal kopen, deze voldoet prima.
- snoeischaar: om de vleesbotten te kunnen knippen (bij het portioneren) en om te testen of het vleesbot te hard is.
- vleesmes: om het vlees te snijden, laat het vlees vantevoren een klein beetje zacht worden buiten de vriezer, dan kun je het makkelijker snijden.
- eventueel handschoenen: om het vlees mee te verwerken zonder dat je handen vies worden
- diepvrieszakjes of boterhamzakjes om het geportioneerde vlees in te stoppen
- koelkastruimte: voor ontdooien van het bevroren vlees, een dag van tevoren of twee dagen bij grote hoeveelheden.
- een afsluitbaar bakje: voor het ontdooien van het bevroren vlees in de koelkast.
- ruimte om het eten te voeren: veel mensen doen dit buiten, dat is het makkelijkst. Het kan ook in de bench of andere makkelijk schoon te maken plek (douche, bad) of op een kleedje die op hoge temperatuur gewassen kan worden.
Welke percentages/verhoudingen aanhouden?
Er zijn veel visies die net iets andere verhoudingen aanhouden. Barf (bones and raw food) en NRV (natuurlijk rauwe voeding) zijn het bekendst in Nederland, hierover kun je meer lezen in het artikel Percentages (hond). Een menu hoeft niet per dag compleet te zijn, maar per week is ook prima. Bij volwassen dieren kun je ook best een compleet menu per drie weken maken. Hieronder staan percentages waarmee je prima kan beginnen, let op de ontlasting en pas het eventueel aan.
40% vleesbotten (die ongeveer uit de helft bot en de helft vlees bestaan)
40% spiervlees
20% orgaan (ongeveer de helft pens en voor de rest in ieder geval hart, lever en nier)
Eventueel groenten en overigen erbij, zo'n 5% tot 15%.
Bron:http://voerwijzer.com/beginnersinformatie-barf-nrv