Ik heb me nog niet bemoeit met de hele discussie, maar ik wou toch nog even dit zeggen. De hoofdreden dat je een nestje wil, is dat je graag een hondje wilt hebben met hetzelfde karakter als de toekomstige moederhond. Oké, daar kan ik in komen. Echter, het is een feit, dat dit waarschijnlijk niet gaat lukken. Niet met een kruising hond, maar ook niet met een rashond. Ik heb nu drie generaties samojeden gefokt. Bamse is onze stammoeder. Bamse is ook verschrikkelijk lief, helpt kinderen van hun angst voor honden af, is heel sociaal en gemakkelijk, is alleen ontzettend lui. Van al haar kinderen en kleinkinderen (ik heb met alle eigenaars nog contact) is er werkelijk niet één die het karakter van Bamse heeft. Sommigen zijn wel net zo lief, maar toch weer anders, er is er gelukkig een één zo lui en er zitten ook een paar pittige hondjes tussen. Als voorbeeld Nuka, uit haar eerste nestje. Bamse als moeder, een hele lieve reu als vader en toch is Nuka totaal anders. Voor ons heel lief, maar altijd schuw tegenover vreemden en afschuwelijk slim en intuitief.. Nuka heeft wolvengenen, die heeft ze van haar voorouders die 100 jaar geleden nog door het ras gefokt werden. Wij hebben Nuka dan ook zelf gehouden, omdat we niet wilden dat ze in een gezin met kinderen belandde.
De kleinkinderen van Bamse lijken trouwens allemaal meer op de vaderhond dan op de moeder. Vader vererft sterker dan de moeder, iets wat je van te voren ook niet in kan schatten.
Met dit hele verhaal wil ik maar zeggen dat je nooit een nest moet fokken omdat je denkt dat je dan een hondje krijgt die op de moeder of vader lijkt. Die kans is namelijk ontzettend klein, bij een kruising nog kleiner dan bij een rashond.