Ik denk dat als iets aangeboren is, zo als door specifieke (door)fok, of er per ongeluk ingeslopen is door inteelt, je het door trainen er niet uitkrijgt.
Er is in Rusland een experiment geweest met pelsvosjes. Twee schuren, en twee foklijnen. De ene schuur waren de gewone pelsvossen. De andere werd gevuld met pelsvosjes die het minst bang waren voor mensen. Ik geloof dat ze er 50 jaar mee hebben gefokt. De normale pelsvosjes bleven bang en "vals", en daar werd gewoon mee gefokt als bij pelsfokkerijen. Van ieder nestje bij de rustige vosjes werd iedere keer met de tamme gefokt. Zo bleven de vosjes in de ene schuur angstig, vals en wild, en in de andere schuur gebeurde het volgende:
de vosjes kregen steeds meer kenmerken van hond
ze werden echt tam
ze werden speels
ze kregen vlekken/ de uiterlijke kenmerken veranderden (o.a. witte vlekken, andere staart)
Door selectief te fokken veranderden de kenmerken. Nu is een tam vosje misschien wel angstig en vals te maken, maar een "wild" vosje niet tam en speels. http://en.wikipedia.org/wiki/Domesticated_silver_fox
Of een ander experiment: een groep wetenschappers voedden wolvenpups op. Althans... de beestjes waren binnen de kortste keren totaal onhoudbaar in een huiselijke omgeving. Ze voedden een nest hondenpups op dezelfde manier op en dat ging prima.
De genetische achtergrond bepaalt het gedrag, voor een groot deel. Als er iets "stuk" is, is het stuk. Als je generaties lang onafhankelijk zijn (of vechtlust, of drijven, of jagen, of *pointen*, of apporteren, of zwemmen, of rennen als de wind) erin gefokt hebt, zit dat erin. Wat er in zit, komt er uit in gedrag, en dus ook fysieke afwijkingen door inteelt of door-gefoktheid.