Zojuist had Dobby blijkbaar de koelkast open gemaakt, en er een mergpijpje uit gejat. Hij had er eeder al een gekregen, dus mijn vader wilde het afpakken. Nou, Dobby was des duivels en had zeker gebeten als mijn vader niet teruggeschrokken was.
Ik had zoiets van "we kunnen proberen te ruilen, maar als ik hem was zou ik het bot niet afgeven". Deed Dobby dus ook niet.
Nu was dit de eerste keer dat hij de koelkast open gemaakt heeft, dus voorkomen was in dit geval niet mogelijk geweest.
Mijn vader was van de stroming: ik ben de baas en ik moet het kunnen afpakken. Dobby gromde en grauwde, liet het wit van zijn ogen zien en zijn oren lagen helemaal in de nek. Ook stonden zijn snorharen recht overeind. Kortom, geen fijne situatie.
Ik vond dat afpakken niet nodig. Maar hoe kan ik het uitleggen dat "eens van mij, altijd van mij" is bij honden?
Doordat mijn vader al vaker dingen heeft geprobeerd af te pakken vertrouwd Dobby hem dus niet meer, en dat verergert het probleem: baas wil het kunnen afpakken, Dobby pikt dat niet.



3 doggies

