Je hebt het jezelf niet makkelijk gemaakt door al snoepjes te gebruiken en om te draaien.
Vanaf nu zou ik het echt helemaal over een andere boeg gooien. Dus geen snoepjes als je gaat wandelen. Het wandelen zelf en de activiteiten tijdens de wandelingen moeten leuk zijn. Je gaat pas naar huis als je jouw rondje hebt gemaakt. Als jullie terug zijn kan je haar natuurlijk verwennen met wat lekkers.
Je kan haar begeleiden in de zin dat je haar figuurlijk met de hand meeneemt door de route. Ze kan ervaren dat ze niet angstig hoeft te zijn omdat jij laat zien dat ze op je kan bouwen. Jij bepaalt. Zij hoeft zich nergens druk om te maken, want jij lost alles voor haar op. Werken aan haar zelfvertrouwen kan juist ook door tijdens de wandeling spelletjes te doen zoals ergens op klimmen of ergens onderdoor te gaan. In het bos heb je al snel een hindernisbaan.
Als je moeite hebt bij het begin: probeer haar een beetje te enthousiasmeren. Brengen naar een hoger opwindingsniveau. Even klappen in je handen. 'Yes, we gaat wat doen, let's go!'
In plaats van een speeltje van huis meenemen dat ze al kent, zou je ook een speeltje (iets om te speuren bijvoorbeeld) kunnen meenemen dat je alleen gaat gebruiken tijdens je wandelingen. Je kan natuurlijk van tevoren proberen in te schatten wat voor speeltje ze leuk gaat vinden. Wederom: niet als lokmiddel gebruiken. Ook niet om te enthousiasmeren. Het speeltje pas tevoorschijn halen op het moment dat jullie het desbetreffende (speur)spelletje gaan spelen.