" Duitse Herder; ernstige heupproblemen door aflopende rug, showhonden kunnen soms letterlijk niet op hun poten staan, nakomelingen worden gewoon met stamboom verkocht!
Volstrekt belachelijk dus om een stamboom een keurmerk voor duurzaam en diervriendelijk fokken te noemen, Liz, het is eerder een garantie op problemen!
"
Laat ik eens met deze beginnen.
Het fokreglement voor Oud Duitse Herders.
De verwantschap mag de coëfficiënt de 8% niet overstijgen.
De combinatie van dezelfde reu en teef (dezelfde oudercombinatie) is maximaal twee maal toegestaan.
De minimale leeftijd van de reu op de dag van de dekking moet tenminste 18 maanden zijn.
Gelet op de doelstelling van de vereniging, het brede fokbeleid, wordt het aantal nesten dat een reu in Nederland mag voortbrengen op een maximum aantal van 5 gesteld.
Cryptorchide of monorchide reuen zijn uitgesloten van de fokkerij.
De teef mag op het tijdstip van de dekking niet jonger zijn dan 18 maanden.
De teef mag niet worden gedekt na de dag waarop zij 96 maanden oud wordt.
De teef mag bij de dekking voor het eerste nest niet ouder zijn dan 60 maanden.
Een teef mag in een periode van 24 maanden maximaal twee nesten hebben, waarbij de periode tussen de dekking van het eerste nest en van het tweede nest minimaal 10 maanden moet zijn.
Een teef mag gedurende haar leven maximaal vijf nesten krijgen.
Indien er twee maal een geboorte plaats vindt via keizersnede dan mag de teef niet meer gebruikt worden voor de fokkerij.
Gezondheidsonderzoeken vinden plaats door praktiserende dierenartsen ingeschreven in het diergeneeskunde register.
Bij een gezondheidsonderzoek worden een aantal zaken standaard bekeken. In eerste instantie wordt er gekeken naar de algemene indruk van het dier. Daarbij wordt gelet op het gewicht, de vacht en het voorkomen van het dier. Verder worden de volgende delen van de hond onderzocht namelijk oren, ogen, gebit, hart, longen en de buikholte i.v.m. mogelijke afwijkingen van lever, milt, blaas, maag en darmen. Van dit onderzoek worden aantekeningen gemaakt in het bij de hond behorende Europees Dierenpaspoort.
Ingaande 1 januari 2015 is het verplicht om het DNA te laten bepalen van de voor de fok in te zetten honden. Het DNA profiel zal in eerste instantie gebruikt worden voor bewijs van afstamming en in een later stadium voor nader onderzoek van gezondheid en vererving binnen het ras.
Wanneer één van de ouderdieren DM lijder is of niet op DM is getest, moet er altijd een DM vrije hond tegenover staan.
Ouderdieren moeten conform het onderzoeksprotocol zijn onderzocht op heupdysplasie waarbij de volgende combinaties zijn toegestaan: A x A en A x B.
Ouderdieren moeten conform het onderzoeksprotocol zijn onderzocht op elleboogdysplasie. Toegestaan is ED vrij en ED grensgeval.
Op het moment dat is vastgesteld dat een hond drager is van het blauwgen mag deze niet (meer) voor de fok worden ingezet.
Honden die lijden aan epilepsie mogen niet (meer) voor de fokkerij worden ingezet.
Beide ouderdieren moeten voldoen aan de karaktereisen. Met dieren die lijden aan agressiviteit, angst of nervositeit mag niet worden gefokt.
Een kennelerkenning is het bewijs van overeenstemming betreffende het fokbeleid van de LSOHV en tevens een weergave van een grondig onderzoek naar zowel de sociale als de hygiënische omstandigheden en naar de plaats waar de pups worden geboren.
De fokker verleent medewerking aan een nestcontrole.
De fokker draagt zorg voor het deugdelijk ontwormen en inenten van de pups volgens gangbare veterinaire inzichten en voor een volledig door de dierenarts ingevuld en ondertekend Europees Dierenpaspoort.
De pups mogen niet eerder worden afgeleverd dan op de leeftijd van 7 weken. De pups dienen schoon, voldoende op gewicht, ca. 5 kilo, en voor de leeftijd goed gesocialiseerd te zijn.
Bedenk Peter, dat al deze eisen niet gelden voor jouw geliefde stamboomloze Oud Duitse Herders. Dus hoezo is een stamboom een garantie op problemen? Jij gooit al deze regels/eisen weg in de verwachting dat het ras dan gezonder wordt en het welzijn van de ouderdieren en pups verbetert. Je pakt het probleem niet op de juiste plek aan.