Ik heb eigenlijk nooit anders geweten dan dat er een hond in huis was bij mijn beide grootouders, en ik logeerde zowat elke schoolvakantie bij mijn grootouders, best veel dus. Toch heb ik nooit problemen met de hond gehad.
Nu was ik het soort kind waar je één keer tegen zei dat iets niet mocht, en ik deed het niet. Dat speelt ook mee denk ik. En mijn grootouders hadden een plek voorzien voor de hond waar ik niet mocht komen. Als het de hond allemaal wat te druk werd kon hij zich daar terug trekken en dat was voor mij verboden terrein.
Ik denk dat er dus meerdere factoren spelen.
1. Inderdaad een ras of hond kiezen die tegen nodige drukte kan, evenwichtig is en roedelgericht is.
Bij mijn ene grootouders was er Snoopy een basset. Ik heb heel leuke herinneringen aan hem en hij onderging geduldig mijn verkleedpartijen. (wilde wel eens halsbanden voor hem maken die hij dan om 'moest') Mijn grootouders lieten mij doen, zolang de hond aan gaf van de aandacht te genieten, anders moest ik er per direct mee ophouden.
Bij mijn andere grootouders was er een Duitse herder. Zijn hoofdtaak was waakhond zijn, maar grootvader ging veel met hem sporten hij kwam in de dag ook in huis. Was groter dan ik op dat moment. Ik heb hem altijd met het nodige respect behandeld, zijn hok was verboden terrein voor me, zijn eten werd in de keuken gegeven, ik mocht toen zelfs niet in dezelfde ruimte zijn. Toch luisterde die grote hond naar mij.
Denk dat het dus voornamelijk goed ging omdat mijn grootouders in de twee gevallen voor de hond zorgden en zorgden dat de hond aan zijn trekken kwam qua beweging en uitdaging.
Mijn knuffels waren bijkomend en ik werd van dichtbij gevolgd dat ik het dier respecteerde.
2. Het karakter van je kinderen. Ik was zoals gezegd zo een kind tegen wie je één maal iets moest zeggen, en ik hield me er aan. (Mijn nichtje is ook zo, grappig om zien)
Ik herinner me dat een ander nichtje door diezelfde Duitse herder waar ik zo'n maatje aan had, gebeten is. Ze had, ondanks de instructies, haar hand in de voerbak van de hond gestoken, hoewel ze zelfs niet in de keuken mocht zijn, laat staan haar hand in de etensbak steken. En toen is ze dus gebeten. Als ik haar daar nu, dertig jaar later over spreek, zegt ze zelf dat het haar eigen schuld was.
Natuurlijk was het in eerste instantie de schuld van mijn grootouders die in de gaten hadden moeten hebben dat ze toch in de keuken was toen ze de hond eten gaven. Maar dat was duidelijk een gevalletje geweest van net wat te veel kinderen in huis om iedereen in de gaten te houden, en net op dat moment beslist er dan nog één om ongehoorzaam te zijn.
De enige die kan inschatten hoe je kinderen in bepaalde omstandigheden reageren bij jij. Jij alleen kan beoordelen of je ze kan vertrouwen om een dier met het nodige respect te behandelen.
Ik geloof wat dat betreft niet zo in leeftijden. Ik ben er mee opgegroeid en vind het vanzelfsprekend, terwijl ik mensen ken die pas op volwassen leeftijd met dieren in aanraking komen, die voelen zich nooit echt comfortabel bij dieren. Kunnen ze niet lezen en zullen dat, ondanks inspanningen, nooit echt leren.
Anderzijds kunnen sommige kinderen echte ettertjes zijn die je echt niet met dieren kan vertrouwen, of ze nu vier jaar of acht jaar of achttien jaar oud zijn.
Alleen jij kan beoordelen of je kinderen er echt klaar voor zijn. Of je ze wel kan vertrouwen om een dier geen pijn te doen en om jou instructies op te volgen.
3. Het zijn de volwassenen die zich met de opvoeding en verzorging van de hond bezig houden. In dit geval jij en je man. Jullie moeten zorgen dat de hond niets te kort komt, dat zijn ruimte gerespecteerd wordt, dat hij uitdagingen krijgt, goed gesocialiseerd wordt, dat hij een evenwichtige hond wordt.
De kinderen kunnen de hond aaien, eventueel wat spelletjes doen of misschien een junior cursus met de hond volgen, maar jullie blijven verantwoordelijk en moeten inschatten, keer op keer, of spelen e.d. op dat moment wel zo'n goed idee is.