Als er niet met een ander ras wordt gekruist, komt het zelfs nooit meer goed met de Cavalier:
De hele Cavalier populatie stamt af van enkele tientallen honden,
waardoor het inteeltpercentage sky high is met als gevolg vele ernstige erfelijke aandoeningen.
citaat
Genetische diversiteit
Het betoog over de genetische diversiteit maakt dit wellicht nog duidelijker. Met een foktechnisch geheugen dat slechts vijftien jaar reikt, en daarmee met een terugblik van hooguit vier à vijf generaties, is het mogelijk om binnen de Cavalierpopulatie nog 418 teven en 419 reuen tot ‘effectieve stichters’ (founders) te benoemen. Dat levert de suggestie op dat het nog best goed gesteld is met de genenpool van de Cavalier.
Deze bewering gaat echter achteloos voorbij aan het gegeven dat de hele Cavalierpopulatie afstamt van hooguit enkele tientallen honden (zie onder andere Rusbridge en Knowler, 2003). Na de opstart in 1928, bepaalden zes reuen de fokkerij van het ras. In de veertiger jaren kwam daar nog eens een golf van gerichte extreme inteelt overheen.
De toch al veel te kleine genenpool werd verder gereduceerd. Dat betekent dat de 418 en 419 veronderstelde ‘effectieve stichters’ op hun beurt effectief werden gesticht door een zeer beperkt aantal honden. En daarmee is de maximale omvang van de genenpool van de Cavalier bepaald.
Hun gezamenlijke genenbezit is niet groter dan het erfelijke materiaal dat uit een veel te kleine groep ‘starters’ over bleef na de inteeltgolf van de jaren veertig van de vorige eeuw. In de als ‘effectieve stichters’ (founders) opgevoerde 418 teven en 419 reuen vinden we de ‘verzwegen inteelt’ terug. Hun gezamenlijke erfelijke materiaal bestaat uit een opeenstapeling van herhalingen (kopieën) van het erfelijke materiaal dat bij dat handjevol ‘echte founders’ aanwezig was.
Kennelijk zijn in de rashondenfokkerij ‘de andere belangen’ zo groot dat de honden daar dan maar de prijs voor moeten betalen. Iedereen weet wat er zou moeten gebeuren, niemand is bereid die stap te zetten, te eisen of af te dwingen.
De fokkers, de rasverenigingen en de Raad van Beheer zijn bereid elk wanhopig voorstel te omarmen, zolang hun ‘wedstrijd tussen mensen’ op de hondenshow maar door kan gaan. Nadat de druk vanuit de media weer eens wat hoog wordt, wil de een of andere bestuurder nog wel zeggen dat hij het ook ‘heel erg’ vindt, maar de noodzakelijke maatregelen blijven uit.
Ook de wetenschappers en onderzoeksinstellingen weten wat de èchte oorzaak is van de problemen bij de hondenrassen. En ook zij laten na aan te dringen op de noodzakelijke fokkerijmaatregelen. Ze pikken graag een graantje mee. Zij gaan heel gretig, samen met de kynologie, voor ‘de positieve benadering’ en zien zo voor en na weer wat mogelijkheden om hun testen, beoordelingen en screeningen te verkopen. Soms zelfs om gemeenschapsgeld op te halen voor weer een volgend ‘veelbelovend’ onderzoeksproject. En daarmee plakken ze dan weer de volgende laag pleisters op het houten been van de kynologie.
einde citaat
Bron: http://www.gencouns.nl/artikelen/2012-12-29_leuvens_cavalierproject.pdf
Let ook eens op de financiële belangen van diverse partijen om door te gaan met een ziek en kapot gefokt ras, terwijl men beter weet. Dit alles over de hoofden van de honden, die lijden door erfelijke aandoeningen en ten laste van de eigenaren zowel emotioneel als financieel.