Een teef of reu is nooit dominant in iets. Alleen de eigenschap, lengte in dit geval, kan dominant of recessief worden genoemd. Bijvoorbeeld lang (L) minder lang (k). Lang (L) is dan dominant en zal in een kruizing vaker tot uiting komen. Lk x Lk geeft bijv. LL / Lk / kL / kk waarbij alleen kk kort is, kans van 1 op 4 dat een pup kort is terwijl beide ouders lang zijn, maar met 1 allel voor kort zijn.
Wat je misschien bedoeld is dat een reu maar 1 allel doorgeeft en de teef kan ze allebei doorgeven. (x-chromosomale overerving)
Bijv. een lange reu XL Y geeft aan een pupje alleen XL door. Dus ongeacht wat de moeder, is lang of kort, de pupjes worden lang.
Maar als in bovenstaand voorbeeld lang recessief is (l) ken kort domindant (K) gaat dit niet op. Een lange reu Xl Y kan dan met een korte teef XK XK nooit een lange teef voortbrengen. Omdat het XK allel van de moeder altijd tot uiting komt.
Als de korte moeder beide allelen bevat XK Xl is er wel een (kleine) kans op lange pupjes omdat de vader dan Xl kan doorgeven en de moeder Xl > geeft lange teef Xl Xl
en de moeder kan Xl doorgeven met de Y van de vader Xl Y geeft een lange reu.
Toch kun je dit hele verhaal weer vergeten want je weet niet zeker welke allelen de ouders hebben, welke dominant zijn, of het x chromosomale overerving is én... -anders dan bijv. de oogkleur- is de lengte veel meer beinvloedbaar van buitenaf. Het hangt af van de voeding, beweging, stress enz. hoeveel er van die lengte daadwerkelijk tot uiting komt.
Wist je dat vrijwel ALLE aardappels hetzelfde genotype hebben? (Van het zelfde soort dan)
Toch zien ze er allemaal anders uit. De een heeft net wat meer water gehad, de ander wat minder voedingstoffen, weer anderen hadden meer ruimte.. enz.
Als je ze alleen genetisch zou bekijken zouden alle aardappels precies hetzelfde moeten zijn.
Gr. Alexandra