Na een drukke dag (week) besloot ik tegen de avond toch nog maar even te gaan hardlopen. De lucht was grijs, gras en bomen bedekt met een dun laagje sneeuw. De wind was wat gaan liggen, de lucht was verstild. Iedereen zat binnen. Her en der blaft in de verte een hond. Na onze gebruikelijke inloopsprint settelen we in een ritme. Allebei in 'draf'. De spanning van de week vloeit langzaam uit mijn nek en schouders. Op het punt waar ik linksaf wil slaan, wil Spot rechtdoor. Ik stop en kijk even waarom. Een enorme roofvogel vliegt op uit het bos, ik roep zachtjes Spot's naam en hij buigt mee af naar links zonder dat ik hoef te trekken aan de lijn. We trekken een sprintje,springen over bomen en maken een scherpe bocht naar rechts. Opeens gaan de oortjes van Spot omhoog en duikt hij naar rechts. Trillend op zijn benen, alles in de hyperalerte modus, staat hij het bos in te kijken. Normaal loop ik door, hem mee trekkend. Ik zie namelijk meestal niks. Dit keer besluit ik het anders te doen. Ik kniel naast hem, sla mijn arm om hem heen en kijk langs zijn neus het bos in. Ineens zie ik hem. Een ree. Hij staat ons aan te kijken, onbeweeglijk. Daardoor valt hij ook bijna niet op tegen de achtergrond van bruine bomen en witte sneeuw in de schemer. Even later zie ik er nog twee. Zodra ze gaan lopen begint Spot te springen en te mekkeren. Wij gaan de andere kant in. Met twee vingers in zijn halsband neem ik hem rustig mee de goede kant op. We zetten de sokken er weer in. Spot is een beetje druk maar niet de hyperende stuiterende puber van onze vorige hardloopronde ( toen was ik echt bang dat de lijn zou breken). We lopen nog een kronkelpaadje door het bos, heuvel op en af. Dan buigen we af naar het dassenpaadje langs de overstroomde Swalm en de dassenburchten. Via een binnendoorweggetje komen we in het volgende reeengebied. Hier laten ze zich niet zien. Rechtsaf een lang recht pad door weilanden en boomgaarden, aan de rechterkant een lange rij met populieren. Verstild staan ze in de schemer. In de verte de lichtjes van een boerderij. Nog een keer wil Spot me wat laten zien. In de boomgaard zitten konijnen! We kijken samen naar de wegsprintende witte wipstaartjes en zetten dan de eindversnelling in. Voor het eerst sinds tijden voel ik de kracht weer uit de juiste plek komen. Mijn benen malen, de kracht komt uit bekken en buik. Nog even tegen de wind in. Nog een laatste sprint langs het muizen en konijnenveld en we komen het dorp weer in. In de huizen brand licht. De tv's staan aan, sommige mensen zitten te eten. Het is al tegen zevenen als ik weer thuis kom. Moe maar voldaan zit ik nu op de bank met een glaasje wijn. Mijn spieren pruttelen nog een beetje na van deze lange duurloop, vooral mijn hamstrings. Spot ligt gestrekt op zijn kussen te snurken. Ongetwijfeld is hij niet echt moe, maar wel voldaan. Eindelijk heb ik eens naar hem geluisterd. De vogende stap in zijn ogen is ongetwijfeld dat we nu ook eens echt de achtervolging in gaan zetten. Want zo'n reeboutje gaat er ongetwijfekd best in 
Groet, Mireille



3 doggies











