Je hoeft er niet persée groente aan toe te voegen, dat is een keuze.
Je kunt groene groente geven, zoals; Andijvie, sla, komkommer, courgette, waterkers, alfalfaspruiten, peterselie, (kikker)erwten, peulvrucht, postelein, (knol)selderij, paksoi, broccoli of snij/sperzieboontjes. Maar ook wortel, witlof, gemberwortel, bietjes, bonen, pastinaak en bloemkool bijvoorbeeld. De maaltijd mag maximaal 15% uit groente bestaan. Als je groente geeft kun je dat het beste rauw pureren of malen, omdat rauwe grote stukken groente niet verteerd worden door een hond. Als de groente gekookt worden verandert de vezelbron in verteerbare koolhydraten (suikers) wat een hond niet kan gebruiken. Hier kunnen honden makkelijk dikker van worden.
Fruit kan je niet samen geven met vlees, omdat fruit kan gaan gisten en buikpijn kan veroorzaken. Daarom dient fruit op een ander moment op de dag gegeven te worden dan het vlees. Ook dit is een keuze, en zeker geen verplichte aanvulling.
Wat je niet kunt geven:
- Prei en uien worden beter niet gegeven wegens giftige bestanddelen voor honden die rode bloedcellen af kunnen breken. Door te veel knoflook te geven kan dit ook gebeuren. (zorgen voor een soort bloed-armoede)
- Spinazie, te veel spinazie kan de opname van calcium tegengaan (kleine hoeveelheden mogen wel gegeven worden)
- Pikante groenten en kruiden kunnen diarree veroorzaken.
- Druiven, krenten (of rozijnen) in grote hoeveelheden kan nier- en/of leverfalen veroorzaken doordat deze vruchten gezwaveld of met kaliumcarbonaat behandeld werden.
- Fruit pitten (klokhuis appels) ook niet, door het eten van veel pitten of inademing van blauwzuurgas wanneer de pitten gebroken of gemalen zijn kan men kans op vergiftiging krijgen