Een pup hebben, het is een periode waarin een mens regelmatig voor schut gezet wordt. Wanneer je pup potdoof blijkt voor al je "Doby! Doby!" bv.
Het is ook een periode waarin een mens zich regelmatig een storend element voelt. Als een loper noodgedwongen een korte pauze moet nemen bv.
Tijdens de boswandeling is daar niet zo veel gelegenheid toe. Weinig verleidingen in het bos, en meestal geen mens in zicht om het te zien.
Tijdens de dagelijkse ochtendwandeling in het park kan dat wel even anders zijn. Er is altijd wel een fietser, een loper, een skater. We komen altijd wel honden tegen, en er zijn altijd wel ergens balsportende mensen. Of spelende kinderen.
En dan staat een mens weer voor piet snot "Doby! Doby!" te roepen.
Maar eigenlijk valt dat allemaal nog goed mee. Het is maar maximum een paar keer per wandeling dat hij niet luistert, de andere keren sta ik zo trots als een gieter te glimmen.
En ach, de pup is nog jong: er komen nog zovele jaren waarin ik wel kan bewijzen hoe goed mijn hond luistert. En hoe goed opgevoed hij wel is.
Tot dan troost ik me maar met de gedachte: "dat hij het niet kan leren, zonder het te oefenen", en: "dat het prachtig is voor zijn socialisatie".
Ook belangrijk: hij luistert steeds beter.
En de mensen die we tegenkomen, zijn of bevriende hondeneigenaren, of éénmalige passanten.
Tennissers zitten netjes achter gesloten deuren, en voetballers blijven al even netjes achter hun omheining. Met andere woorden: kan hij lekker niet aan.
Helaas kwam daar begin deze week allemaal verandering in. Begin deze week bleek elk vrij plekje bezet door sportkampers: fietsende kinderen, op go-carts rondsjezende kinderen, trefballende kinderen, voetballende kinderen, tennissende kinderen, hindernisparcourende kinderen,...
Een voetbalstraining werd stilgelegd door een pup die niet kon beslissen welke bal hij nou zou apporteren, en die en passant alle terreinafbakeningen (van die platte, felgekleurde kegeltjes met een gat in het midden) meenam.
Een tennistraining werd opgeleukt door een pup die een experiment uitvoerde op het maximum aantal tennisballen dat in een puppenmond past.
Een groepje, netjes op hun beurt wachtende, kinderen werd omgetoverd in een wanordelijke, het bestaan van leiders, beurten en spelletjes compleet vergetende, gillende bende.
En dat niet 1 dag, maar wel 3 na elkaar.
En het blijkt ontzettend moeilijk, zo niet onmogelijk om dan een strenge toon op te moeten zetten.
Toegegeven: de pup luisterde steeds beter, was steeds makkelijker bij me te houden, had snel door dat kinderen bang worden van gespring en speels gehap, maar dol zijn op likjes en knuffels, en kon ballen steeds beter laten vliegen waar ze vlogen.
Toch vroeg ik me deze 4de dag af: "of ik niet beter ergens anders kon wandelen? Of hem aan de leiband moet houden? Of vroeger opstaan?"
Maar ja: waar moet ik dan gaan wandelen? En euh: vroeger opstaan? En moet ik niet ten volle profiteren van zijn laatste maand socialisatie (hij is net 5 maand)?
Dus daar gaan we maar weer.
En worden ontvangen door "Doby!!!" juichende kinderen. Voetballeraar roept lachend: "Tot morgen!". Fietsleraar schenkt me een stralende glimlach als ik net op tijd mijn zwart-met-groene-spikkels-hond (bekroosde snoet) opvangen kan. Tennisjuffrouw begroet me vrolijk als ze achteraf langs mijn huis fietst.
Pupeigenaar zijn; wat is het toch fijn!


3 doggies










