Melk bevat lactose. Puppen maken lactase, het enzym om lactose te verteren. In de natuur stoppen gespeende puppen met het maken van lactase. Immers, wanneer je toch geen melk meer gaar drinken is het zonde van de energie wanneer je nog lactase maakt.
Wanneer gespeende puppen nog regelmatig melk krijgen, in dit geval meestal koemelk, blijven ze lactase maken.
Een hond die geen lactase meer maakt en melk drinkt, krijgt diarree, de onverteerde lactose houdt water vast in de darm. Wanneer je deze hond geen melk/lactose meer geeft, stopt de diarree.
Een hond die wel lactase maakt krijgt geen diarree.
Wanneer je hond wel tegen karnemelk kan is er waarschijnlijk sprake van lactoseintolerantie. Moderne karnemelk wordt gemaakt met bacterieën die lactose in melkzuur omzetten. Karnemelk bevat dus veel minder of misschien wel geen lactose.
Deze vorm van niet tegen een voedingsmiddel kunnen heet voedsel(melk)intolerantie.
Melk bevat ook eiwitten en, zoals bij alle eiwitten, kan daar een allergie tegen ontstaan. Dat is dan tegen de melk van een bepaalde diersoort. Bij diarree door melkallergie verdwijnen de symptomen niet zo snel als bij diarree door een intolerantie. Wanneer je hond een koemelkallergie heeft, kan hij ook niet tegen karnemelk.
Dus melk is niet slecht voor alle honden, er zijn honden die er niet tegen kunnen en er zijn honden die prima tegen melk kunnen.