Ik ben dan vooral benieuwd waardoor een hond überhaupt zo gespannen is dat de hond echt overgaat tot vechten. Dan moet ie toch flink onder druk/spanning staan? Of is het zo gebeurd?
Als je het over vechten hebt dan is dat toch meer dan een grom en een grauw en een goed gemikte hap(al dan niet tot bloedens toe)? Of zit dit meer in het ras en/of karakter van een hond? Dit is een oprechte vraag trouwens, wij hebben nu onze eerste hond maar ik kan me totaal niet voorstellen dat hij ooit echt met een andere hond (of mens of dier) zou willen vechten, dat er echt agressie in hem zit. Aan de andere kan ik me wel weer voorstellen dat hij een correctie of mogelijk zelfs een gevecht uitlokt door zijn nogal lompe en opdringerige manier van ontmoeten/spelen. (Hier werken we overigens aan. Hij zit eigenlijk altijd aan de lijn juist om dit dus te voorkomen) Maar echt agressie? Wat wordt daaronder verstaan en heb ik het fout of moet daar toch ook echt wel flink wat spanningsopbouw aan vooraf gaan? "
Je kan het woord agressie veel invullingen geven, natuurlijk. Maar als het over vechten gaat, dan is dat met de intentie schade aan te richten aan de ander.
Honden kunnen ook een hoop kabaal maken, met grauwen, snauwen en klauwen, maar als je ze uit elkaar haalt dan hebben ze geen schrammetje. Dat is niet echt vechten, dat is ruzie maken. 
Je zal uiterst zelden honden tegenkomen die 'zomaar' agressief zijn. Er zijn triggers die dit uitlokken.
Opwinding of spanning is er zo een. Een typische plaats waar gevechten kunnen ontstaan zijn bijvoorbeeld hondenspeelweides, waar vreemde honden samenkomen in een staat van stress of opwinding.
Ook frustratie zorgt voor een verlaging van de agressiedrempel. Net als angst. Of pijn.
Dan heb je nog redirectie: waarbij de hond boos is om iets, en zijn woede afreageert op iets (of iemand) anders.
Hormonale invloeden kunnen ook leiden tot een korter lontje (loopsheid of schijnzwangerschap bijvoorbeeld).
Of een instinct als prooi najagen.
Sommige rassen hebben een lagere agressiedrempel dan anderen. Omdat ze vanuit hun oorspronkelijke aard lichter ontvlambaar zijn, sneller geprikkeld, een grotere prooidrift hebben, of territorialer en beschermender zijn, of een groter gevoel voor zelfbehoud hebben.