Karakter van de Duitse Wachtel (Kwartelhond)
De Wachtelhond is intelligent en aanhankelijk met veel energie en een groot uithoudingsvermogen.
De Wachtelhond is robuust, moedig en werkt op elk terrein.
Karakter in scores
- Kindvriendelijk
- 3,0
- Sociaal
- 3,0
- Gehoorzaam
- 3,0
- Waaks
- 3,0
- Kan goed alleen zijn
- 2,0
- Heeft veel beweging nodig
- 5,0
Geef je mening over de Duitse Wachtel (Kwartelhond)
Log in (bovenaan de pagina) om je mening te geven. Nog geen lid? Meld je gratis aan.
Een Duitse Wachtel (Kwartelhond) opvoeden
De Duitse wachtelhond heeft een consequente opvoeding nodig. De Duitse wachtelhond heeft vrij veel behoefte aan beweging. Een stadsleven is hem dus niet aan te raden.
Verzorging van de Duitse Wachtel (Kwartelhond)
DAGELIJKSE BEHANDELING : de vacht verluchten met een grove kam. Opgepast : de ondervacht laten zitten. GROTE BEHANDELING : in de rui de losse ondervacht uitharken met een herdersharkje, alsook de losse dekharen. De oren en ogen reinigen, het teveel aan haar tussen de voetzooltjes wegknippen. Indien nodig nagels knippen, wassen en drogen.
Uiterlijk en rasstandaard
Land van herkomst: Duitsland
Rasbeschrijving
De Kwartelhond is een middelgrote, compacte en krachtig gebouwde hond, zonder grof te zijn.
Hoofd: droog, de voorsnuit is even lang als de schedel, vlak schedeldak, niet zichtbare achterhoofdsknobbel, geringe stop, geen voorhoofdsgroef. Lange voorsnuit, brede neusrug. Een ramsneus is kenmerkend. Grote neusspiegel, bruin.
Ogen: middelgroot, amandelvormig, donkerbruin.
Oren: hoog en breed aangezet. Ze moeten reiken tot de neuspunt en goed behaard zijn.
Gebit: schaargebit.
Hals: krachtig, middelmatig lang, droog, licht gebogen.
Lichaam: iets rechthoekig, uitgesproken schoft, rechte rug met een korte lendenpartij. Ruime borstkas, ovaal, met goed ontwikkelde achterste ribben.
Ledematen: goed naar achteren geplaatste schouders, goed gehoekte opperarm, krachtige botten, rechte voorbenen, licht verende voormiddenvoet. Krachtige dijbenen met een goede musculatuur, normaal gehoekt in knie- en spronggewricht, achterbenen evenwijdig aan elkaar.
Voeten: ovaal, goed gesloten, behaard tussen de tenen, sterke, elastische voetzolen.
Staart: hoog aangezet, horizontaal of licht gebogen gedragen, echter nooit over de rug. Goed behaard.
Vacht: krachtig, dicht, golvend en lang haar met kraag en bevedering. Op de schedel, de voorsnuit en in het gezicht dient de vacht kort en zeer dicht te zijn.
Kleur: bruin, vaak met witte aftekening op de borst en voeten, wit met bruine vlekken, driekleurig, schimmel met rode of bruine aftekening, alsmede roodschimmel.
Schofthoogte: reu 49-54 cm, teef 45-51 cm.
Geschiedenis van de Duitse Wachtel (Kwartelhond)
Korte geschiedenis van het ras
Reeds in de achttiende eeuw werd er over honden van het wachtelhondtype geschreven. In het begin van de negentiende eeuw werden Engelse jachtspanielrassen populair in Duitsland en stierf het ras bijna uit. Eind negentiende eeuw werd het ras echter gered door jagers die erin geinteresseerd waren, en tegenwoordig heeft het een kleine, maar vaste fokbasis in Europa. De Kwartelhond is een aanzienlijk hardere hond dan de Engelse jachtspanielrassen en het gebeurt wel dat hij het wild doodt. De Kwartelhond is een uitstekende speurhond en apporteur.



