Toevallig zag ik dit stuk van de week...
Met de beste bedoelingen, maar toch te veel? Veel hondeneigenaren zijn ervan overtuigt dat men honden moe moet maken, ze non-stop activiteiten moet laten doen. Behendigheid, Gehoorzaamheid, Doggy-dansen, Mantrailen, Longeren - er worden zoveel activiteiten aangeboden en er wordt ook steeds vaker deelgenomen. Van kleins af aan heeft de hond een volle agenda: Puppy cursus, cursus voor jonge honden, gevorderdencursus. De moderne en verantwoordelijke hondeneigenaar is goed op de hoogte, heeft een kast vol boeken en vakliteratuur en is actief op diverse fora op het internet. In het kort: Men, ik niet uitgezonderd, wil het beste voor zijn hond! Uiteindelijk geldt maar één ding: Voor ons zijn het maar een paar jaar, maar voor de hond zijn hele leven. Maar, schieten we ons doel niet voorbij? Kan je ook te veel doen? Al jaren raden wij, dierenartsen, aan om veel moeite en tijd in de hond te investeren.Wij waren er voorstander van om de puppycursus onder de aandacht van het grote publiek te brengen. Ook hebben wij braaf erkent en zogenaamde specialisten nagepraat dat het niet goed zou komen met bijvoorbeeld een Border Collie, als je hem niet van ’s morgens tot ’s avonds zou laten werken. De zogenaamde hondenfluisteraar Cesar Millan verlangt urenlange wandelingen (of moet ik zeggen marcheren) in een vlot tempo met de aangelijnde hond. Een hele industrie houd zich ondertussen bezig met het opleiden, welzijn en bezighouden van onze honden. In ruil daarvoor, als een soort van rendement op onze investeringen, verwachten we van onze hond niets minder dan perfectie. Vrolijk, speels, zelfs enthousiast mag hij zijn, maar alleen wanneer en waar het ons uitkomt. Zelfverzekerd en zelfstandig moet hij zijn, maar gelijkertijd slaafs onze nog zo kleine bevelen opvolgen. Perfect gesocialiseerd moet hij volgens onze standaard zijn, de ideale pacifist, want zelfs als hij een keer gromt naar een soortgenoot, laat staan hem zelfs bijt, wordt hij zonder pardon tot asociale probleemhond veroordeeld die alleen nog door uitgebreide therapeutische maatregelen op het goede pad terug gebracht kan worden. Gaan we misschien te ver? Verwachten we te veel? Kan het zijn dat we met de beste bedoelingen aan de werkelijke behoeften van onze honden voorbij gaan? Het is namelijk helaas zo dat ik volledig subjectief het gevoel heb in mijn praktijk de laatste jaren niet minder maar juist meer honden met psychische problemen binnen te krijgen. Vooral stress en angststoornissen lijken sterk toe te nemen, en dat uitgerekend bij die honden waarbij op het eerste gezicht alles goed gedaan is. Dus is het misschien tijd om onze ideeën over wat onze hond wil of moet, onder de loep te nemen. In dit verband zou het nuttig kunnen zijn als de hondenonderzoeken zich meer zouden richten op het gedrag en de sociale omgangsvormen bij straathonden. Wat is daarbij ontdekt? Nou, in de eerste plaats dat honden die zelfstandig wonen, de hele dag niet veel doen en energie vretende inspanningen eerder uitzondering zijn. Natuurlijk, bepaalde dingen moet gebeuren, zoals: Het gebied moet dagelijks verkend worden om controle te houden over de voedselbronnen, concurrenten te identificeren en eventuele mogelijkheden tot doorgeven van genen te bespeuren. Deze rondwandeling vind absoluut niet in looppas plaats, maar eerder langzaam, met veel neuswerk, zeg maar snuffelen. De voedselvoorziening moet worden gewaarborgd. Er wordt dus behoorlijk wat tijd besteed aan het zoeken naar voedsel en het eten daarvan. Bij voldoende voedselaanbod wordt er ook wel, kort, gespeeld. Hoe jonger het dier, hoe eerder er gespeeld wordt. Sociale interacties bij honden zijn helemaal niet zo gebruikelijk als men zou denken. Ander honden kunnen vaak als concurrenten of soms als potentiële seksuele partners worden gezien. Er worden geen permanente roedels gevormd! De rest van de tijd wordt met rusten en slapen doorgebracht. Waarbij rest van de tijd eigenlijk een verkeerde benaming is, want met tot wel 18 uur slaap gaat het eigenlijk om het leeuwendeel van de dag. Wat kunnen we dus voor conclusies trekken over het dagelijks leven van onze honden? Veel rust! Veel meer rust als wij mensen onszelf ooit zouden gunnen. En ook werkelijk rust in de zin van, dat de hond de gelegenheid heeft om zichzelf op een geschikte plaats terug te trekken. Wandelingen (in de ogen van de hond gebied verkennen) moeten niet zo zeer gemeten worden in afgelegde afstand, maar in intensiteit. De hond moet de gelegenheid krijgen om zijn territorium uitgebreid met de neus te verkennen. Dus beter niet altijd in stevig tempo doorlopen, maar je liever meer aanpassen naar de snelheid van de hond, zeker wanneer hij aan de riem loopt. Neuswerk is hersenwerk en zeer intensief voor de hond. Een hond moet zeker met andere honden kunnen omgaan, zonder dat het er ruw aan toe gaat. Andere honden zijn in zijn ogen in eerste instantie concurrenten. Als men een exemplaar heeft die op dat gebied wat heftiger reageert als anderen, dat moet je jezelf niet laten ompraten, maar volg je onderbuik gevoel, en beperk of vermijd het contact met andere honden. Het wijdverspreide verhaal dat honden het zelf onderling regelen, heeft al vaak tot tranen, dierenartsbezoek en rechtszaken geleid. Als de honden het daadwerkelijk soorttypisch, dus met de tanden, zelf regelen, wordt het een bloederige gebeurtenis en dat wordt door de baasjes die voorheen zo ontspannen waren helemaal niet geaccepteerd. Overwerk uw hond niet! Agility, Mantrailing, Reddingshondenwerk, Flyball, Hondenrennen, Frisbee enz. dat is allemaal goed en wel, maar alleen zo lang het niet is om uw eigen ambities te bevredigen is, maar het om de hond gaat. De honden hebben niet zoveel actie nodig als wij denken of willen geloven. Neem het voorbeeld van de beroemde Border Collie die zogezegd enkele uren per dag bezig gehouden moet worden tot hij de kolder in de kop krijgt. Dat moet er aan liggen dat hij in zijn eigen omgeving als zeer gespecialiseerde herdershond ingezet wordt en de hele dag met fluitsignalen door de herder rangeeraanwijzigingen krijgt. Het is waar: dat is mentaal en lichamelijk zwaar werk. Maar moeten wij dat dan bij benadering kopiëren om deze hond tevreden te stellen? Wat doet een Border Collie eigenlijk in de winter als de schapen onder dak zitten en er niet gehoed moet worden? Nou ja, als typische seizoensarbeider is hij in deze periode werkloos. Dan doet hij idealiter hetzelfde als een Italiaanse straathond: rondom huis scharrelen, wat te kanen zoeken, naar de meisjes of kleintjes kijken en verder rondhangen of slapen. Krijgt hij daardoor een woedeaanval? Neen, dat krijgt hij hoogstwaarschijnlijk als hij door opzwepende activiteiten. Dan heeft hij (evenals bijvoorbeeld veel Terriërs) duidelijk de ingrediënten om hyperactieve actiejunkie te worden die geen rust meer vindt en tenslotte te kampen krijgt met Psychische problemen. Overdrijf niet met uw hond! Er zijn eigenlijk maar een paar signalen, instructies, commando’s, aanwijzingen (kies zelf welke het beste bij u past) die de hond zou moeten kennen, zodat hij veilig en maatschappelijk aanvaardbaar kan deelnemen aan de maatschappij. Als u hem tussendoor wilt aanlijnen, moet hij op uw signaal of terugroep bij u terugkomen. Aangelijnd of niet moet hij in de buurt zijn, dichtbij u als u van punt A naar punt B loopt. Hij moet op uw aanwijzing zitten of liggen en op de gekozen plek gedurende een tijdje kunnen blijven liggen. Dat is het eigenlijk. Natuurlijk is er niets op tegen, om de hond voor de lol in de loop der tijd meer te leren, maar het moet geen moeten zijn! Om geen misverstanden te hebben: Dit is geen pleidooi voor zowel hond als eigenaar, plezier gevende activiteiten zoals spelen, sport, wandelen, zwemmen of wat dat ook altijd in te zetten. We moeten volgens mij iedere keer afwegen of we onze hond willen blootstellen aan onze hectische levensstijl en ons door anderen aangeprate en rijkelijk overtrokken verwachtingen op onze hond projecteren en en hem daarmee hopeloos overbelasten. Daarom: Rustig blijven en vooral geen stress! Dit artikel is gebaseerd op het artikel Met de beste bedoelingen en toch te veel? uit het blog van dierenarts Dr. Ralph Rickert. (Vertaling door Alfred Ballast 2016)