MSG
Voedselveiligheid[
Van de stof werd in het verleden gesuggereerd dat het Chinees-restaurantsyndroom, , naar de naam van de bedenker ervan, zou veroorzaken. Wetenschappelijk onderzoek onder gecontroleerde omstandigheden heeft deze suggestie weerlegd. Sommigen meenden dat het zou uitmaken of de stof natuurlijk - uit zeewier of door natuurlijke fermentatie ontstaat, dan wel chemisch wordt bereid, wat wetenschappelijk gezien niet mogelijk is (althans voor de zuivere stof) omdat de molecuulstructuur in beide gevallen identiek is. Zonder bewijs werd het gebruik van MSG in verband gebracht met klachten als gevoelloosheid van de nek, armen en rug, hoofdpijn, tintelingen, versnelde hartslag en maag- en darmklachten.
Uit een onderzoek van de (KvW), een programma gemaakt door Dahl TV en uitgezonden door de RVU, zou blijken dat mononatriumglutamaat toegevoegd wordt aan diverse levensmiddelen met als doel deze verslavender te maken door de smaak te versterken. De uit 2004 stammende uitzending was genaamd 'E621'. Ook andere bronnen beweren dat mononatriumglutamaat gevaarlijk zou zijn of gebruikt zou worden als middel om producten beter te laten smaken tot het punt van verslaving. Ook voor deze beweringen is geen wetenschappelijk bewijs gevonden.
In de driedelige BBC-documentaire "E numbers: An edible adventure" (uitgezonden vanaf 26 augustus 2010) ging 'voedselschrijver' Stefan Gates in op de relatieve veiligheid van voedseladditieven, waaronder mononatriumglutamaat (MSG). Gates bestreed bewust de populaire opvatting dat voedseladditieven, en in het bijzonder MSG, ongezond zouden zijn. Uit de programmaomschrijving door de BBC: : "Expecting to uncover a world of synthetic chemicals that are best avoided, Stefan learns that many are actually completely natural and could even be beneficial to our health. (...) Stefan also delves into the world of flavourings and reveals why eating monosodium glutamate could be no worse for you than eating cheese or mushrooms.]"
Een niet-experimenteel gecontroleerde, correlationele studie bij Chinese mannen en vrouwen vond een positief statistisch verband tussen glutamaatinname en. In deze studie werden twee zeer verschillende groepen vergeleken: een relatief kleine groep (n = 132) mannen en vrouwen die geen monoglutamaat zei te gebruiken bij voedselbereiding,' en een ruim vier keer zo grote groep (n = 620) die in gevarieerde mate dit additief zei te gebruiken en zelf een schatting gaf van de hoeveelheid. De groepen verschilden verder sterk op rookgedrag, vetgebruik, bloedcholesterol, alcoholconsumptie, voedingssamenstelling (vet, eiwit, koolhydraten, vezel) en hoeveelheid voeding. Het ongecorrigeerde verschil in BMI tussen de groepen bedroeg gemiddeld slechts 3,6% (een BMI van 22,3 vs. 23,1). Licht overgewicht (BMI >25) kwam in beide groepen voor, maar in wisselende mate: 12% bij niet-MSG-gebruikers, 25% bij MSG-gebruikers. Duidelijk overgewicht (BMI >30) kwam in beide groepen nauwelijks voor, dus ook niet onder MSG-gebruikers. In het model (type analyse), waarbij de onderzoekers zo goed mogelijk trachten te corrigeren voor alle gevonden en relevante verschillen tussen de twee groepen, werd de kleinste directe samenhang gevonden tussen MSG en BMI. Deze studie is nog niet herhaald, en er is ook nog geen experiment gedaan waarbij werd vastgesteld of de samenhang slechts correlationeel is of mogelijk causaal.


Reageren









