Sam
De broodfokkers reden ons achterna, maar doordat baasje een scherpe bocht maakte, raakten we ze kwijt, gelukkig! Mama was erg bang vertelde ze me. Ik vertelde haar dat mijn baasjes erg lief waren voor hondjes en dat Wolf mij gered heeft. Toen ze me dan toch geloofde na een liefkozende lik van Wolf viel ze in slaap.
'Nooit meer een nestje voor jou, mama.', fluisterde ik in haar oor.
Ze liet een diepe zucht en sliep.
Ik keek dankbaar naar Wolf, die ondertussen ook al was gaan liggen.
'Hoe is het eigenlijk met je poot? Heb je nog pijn?', vroeg ik.
'Ach pijn, dat is fijn met een P he?', zei hij al lachend.
Samen lachten we tot Wolf zijn ogen sloot.
Ik besloot hem te laten rusten en liep naar de andere kant van de achterbank. Ik zette men pootjes op de deur en keek naar buiten.
Ilse, vriendin van Vos
Ik keek naar achteren en zag Sammetje naar buiten kijken. Skippy en Wolf lagen te slapen.
Vos kreeg telefoon.
'Ik pak hem wel!', zei ik.
Ik nam Vos' gsm uit zijn hemdzakje. Vos keek naar me. Ineens begonnen we allebei hard te lachen.
'Shhtt! Telefoon!', zei ik.
'Met Ilse.', zei ik.
Al snel veranderde mijn lach naar een ernstige lip.
'Ilse, kom niet naar de kliniek! De broodfokkers zijn hier!', zei ze haastig.
Snel legde ik op en keek bezorgd naar Vos.
'Wat is er?', vroeg hij.
'N-niet naar de kliniek! De broodfokkers zijn daar!', zei ik.
Vos zette snel de wagen opzij.
'Oke, we gaan naar huis, en daarna licht ik het politiebureau in!', zei hij.
We vertrokken weer. Toen we thuis aankwamen, stapte Skippy heel de tijd met haar staart tussen der benen.
Maar Sammetje daarentegen, die holde de hele woonkamer blij rond.
'Wraf wroef!', blafte hij.
Hij spoorde Wolf en Skippy aan om mee te doen.


Reageren


