Tjeerdans, ik denk dat de 'aanpak' (ik blijf het een vreemd woord vinden mbt hondenomgang), niet het probleem zal zijn. Immers alles heeft te maken met het kunnen 'lezen' begrijpen van je hond, en zien waar hij op reageert.
Bij goed 'gebruik' hebben de meeste honden geen harde aanpak nodig.
Bij enkele rassen zijn er echter veel individuen waarbij die harde aanpak wel toepasselijk is wanneer men een bepaald resultaat beoogd (het beoogde resultaat is dus ook van invloed). Om het even toch in de Noorderlingen te houden, betreffende Groenlandhond heeft over het algemeen een harde aanpak nodig om bv als huishond te kunnen functioneren. Dat maakt het voor mij bv geen geschikte hond, want dat is niet de manier waarop ik met een hond wil omgaan. Iemand die echter van betreffende hond verlangd dat hij niets anders doet dan een slee trekken over de zuidpool, zal de hond waarschijnlijk niet als hard ervaren (uitgezonderd dat hij in een hondengevecht terecht komt).
Mijn grootste leerschool was mijn eertse Malamute, een half jaar oude zelfstandige hond met een kennelsyndroom, waar ik fulltime mee bezig geweest ben en hem in tegenstelling tot wat iedereen destijds zei, prima los kon laten lopen, ook met andere honden en waarmee ik (destijds uniek) zijn cynophlia GG1 gehaald had. Dit is een enorme leerschool geweest, wat mij in heel veel boeken heeft doen duiken en mensen met ervaring als bv Trumler ed heeft doen bezoeken.
Ik heb met veel honden van verschillende rasgroepen ervaring en daardoor geleerd dat heel veel ook relatief is, oa ook wat men hardheid noemt en dat dat van heel veel dingen afhankelijk is.
Het grote gevaar met veel ervaring, vind ik dat mensen niet meer echt gaan observeren, maar te snel het antwoord menen klaar te hebben. Ik denk dat het altijd goed is elk geval en elke situatie individueel te bekijken, goed observeren wat er daadwerkelijk gebeurt en niet wat we in eerste instantie denken dat er gebeurt.
Ik heb inmiddels mijn 24 ste hond, waar ik mee samenleef en van elke hond leer ik nog bij. De rassen lopen uiteen van herdershondjes (puli, pyrenese) tot jachthonden (spaniels) tot Noorderlingen (malamutes, laiki) tot de grote jongens (tibetaanse Mastiffs, Owtcharka), Ze hebben allemaal eigenschappen passend bij de soort hond, ze hebben allemaal eigenschappen passend bij hun specifieke ras, maar ze hebben ook allemaal eigenschappen passend bij hun unieke individu. Met dit alles, plus de omgeving, toestand, tijd, en je eigen invloed, dien je rekening mee te houden als je een hond hard of zacht noemt, ervan uitgaande dat dit woord, de complexiteit van het getoonde gedrag zou kunnen omvatten.
Ik blijf er dan toch bij om het woord hard en zacht, uitsluitend te gebruiken voor het beoordelen van de gradatie van de omgang van ons met betreffende hond. Dit zou je kunnen vertalen naar een harde en een zachte aanpak, voor een bepaalde hond een bepaald moment in een bepaalde situatie.
Gevolg zou kunnen zijn dat je een hond hard gaat noemen als hij vaak hard aangepakt dient te worden, maar dit is van de omstandigheid en de aanpakker afhankelijk. Dwz eenzelfde hond, kan in een andere situatie, bij een ander mens, bv veel minder gecorrigeerd hoeven te worden. Het blijft mi dus heel moeilijk een hond hard of zacht te noemen.
Daarbij denk ik dat de beoogde 'hardheid' buiten dat het genetisch is, zich ook door ervaring kan ontwikkelen (waarbij ik aan iets als afstomping denk).
Kai, zou je een voorbeeld kunnen noemen van het door jou genoemde 'overtuigen', en hoe je dit hebt aangepakt?







Misschien heb ik het niet goed verwoordt, ik ben vandaag "kort van stof", sorry.


