De eerste keren in de auto zorg je er inderdaad voor dat je met twee bent, en dat de ritjes amper een paar minuten duren. Zorg er ook voor dat de autoritjes een leuke bestemming hebben: vb: even in een bosje snuffelen waar je een paar snoepjes verstopt, of even spelen op een graspleintje,... zodat ie leert: de auto voert mij naar een leuk plekje!
Laat iemand anders de auto besturen.
Ga zelf op de achterbank zitten en zet je hondje vlak naast jou (op de bank, niet op de vloer!).
Als de auto rijdt, en de pup piept of jankt, ga je hem niet troosten. Zit zelf heel ontspannen, vlak naast hem, met je hand naast zijn flank of pootje. Babbel op een rustige, geruststellende manier met de chauffeur, alsof er niets aan de hand is. Vooral heel rustig zijn. Als het hondje even niet meer piept, geef je hem onmiddellijk een aai en zeg je 'flink zo'. Je mag hem dan zachtjes aaien tot ie weer begint te piepen. Als ie piept, stop je met aaien en ga je weer gewoon door met rustig praten met de betuurder. Zo leert het hondje ten eerste dat jij autorijden helemaal niet griezelig vindt (jij blijft rustig) en ten tweede dat ie beloond wordt als ie niet piept. Bouw dit heel rustig op. Meestal kunnen ze na een paar ritjes al eens even alleen op de bank zitten, en nog wat later worden ze nieuwsgierig en gaan ze naar buiten kijken en nog later vinden ze het reuzefijn! Succes!!!!